Roodkapje


Er was eens een bos,
een heel diep donker bos,
en daar woonde een heel oude vrouw (een heel oude vrouw).
En midden in dat bos,
in dat diep donker bos
waar je zomers bevriest van de kou (ja bibbert van de kou.)

En wie in de maanschijn komt daar aan?
Wie komt daar aangeslopen?
Het is de wolf uit het bos,
En die liep zomaar los,
En die at opoe op met huid en haar
(ja waar heb ik mij daar)

En toen ging hij slapen,
In grootmoe's bed.
En om zeven uur in de morgen,
Kwam roodkapje aan,
He, opoe, he opoe,
Doe eens open, wordt eens wakker,
Ik heb koekjes van de bakker,

He opoe, je mag je wel eens laten scheren
Je hebt een baard van zeven meter lang.
O, nu wordt ik heus wel bang,
Want het is mijn opoe niet,
Het is de wolf zoals je ziet

Snijdt open die buik!
Snijdt open die buik!
Lieve opoe, kruip eruit!
En ze leven nog lang en tevree!


Zie ook Zeg Roodkapje