Schaatsenrijden.


Op 't gladde ijs,
Is 't leuk ereis,
Zo met elkaar te zwieren,
Zo hand aan hand,
Naar oude trant,
Te zamen leuk plezieren.
Dat is van ouden doen,
En blijft in 't goed fatsoen.
Want man en vrouw op 't stevig ijs,
Is ouderwets wijs.

Refrein:
Meisje, meisje, houd je hartje vast,
Want bij het schaatsenrijden,
Dient er zo goed op de hartslag gepast,
Want Cupido houdt veel van schaatsenrijden.
Mannen, mannen houdt je harten vast,
Want bij het schaatsenrijden,
Dient er zo goed op de hartslag gepast,
Want Cupido houdt veel van schaatsenrijden.

En word je moe,
Doet niks ertoe,
Je gaat naar 't koekenzoopje,
Daar leg je aan,
Daar kan je gaan,
Want alles kost een koopje.
Een kopje chocola,
Een oliebol daarna,
Dat is op 't stevig gladde ijs,
Naar ouderwets wijs.

Refrein.

De baan is schoon,
Je weet het loon,
Aan baanvegers te geven,
Je doet het graag,
Door hun geklaag,
Zij moeten toch ook leven.
Die vegers allemaal,
Zijn als de beul brutaal.
Dat is op 't stevig gladde ijs,
Naar ouderwetse wijs.

Refrein.