'T SCHEEPJE

(Adema van Scheltema)
Er dreef een scheepje in de sloot,
een scheepje zonder roer,
dat heel allenig zeilen ging
en door de biezen voer.

Het was een klompje van een kind
met touwtjes en een mast.
Het raakte in het groene kroos
en niemand hield het vast.

De Moeder had het zeil gemaakt
met nog een vlag erbij.
De Vader had het opgetuigd
Toen was hun jongen blij.

Het scheepje draaide heen en weer
en zeilde langs het gras.
Toen ging de vader aan z'n werk
en moeder aan de was.

Maar toen het tijd van eten werd,
keek moeder angstig rond,
omdat ze aan de waterkant
alleen het scheepje vond.

Hun lieve dreumes was er niet.
Ze vloog naar buiten toe,
ze riep z'n naam wanhopig uit,
maar niemand zei er "joe!".

Er stond een scheepje op de kast,
dat was millioenen waard,
wanneer de vader er naar keek,
dan trok hij aan zijn baard.

En als de moeder 's avonds laat
't in haar handen nam,
dan hoorde ze een lieve naam,
waar "oe" en "ie" in kwam.

Geleerd op school in Hoogeveen in de jaren 1935 tot 1941