Strikdiploma


Een heel klein kaboutertje
zat boven op mijn schoen
Hij trok hard aan mijn veter
Dat mocht hij toch niet doen?
Ik pakte hem bij zijn oren
en zette hem achterste voren.

Hij boog en zie : meneer / mevrouw
dan ga ik maar weer / gauw
En floep, was hij verdwenen, weg
Ik kon hem niet meer vinden zeg.

Voortaan strik ik zelf mijn veters!