Tante en een oom in Laren

(Tekst van Annie M.G.Schmidt)

Ik heb een tante en een oom
Die zitten in een eikeboom,
Een eikeboom in Laren.
Ze hebben daar zelf, van eikehout,
Daar in de boom een huis gebouwd
Ze wonen er al jaren.

Daar slapen ze dan, dan eten ze dan
't is erg gezellig , daar niet van,
zo vrij aan alle kanten.
Ze hebben geen buren met radio,
Maar tante vindt het maar zo-zo
Het is zo hoor zegt tante.

Zij is nooit echt op haar gemak.
De kinderwagen hangt aan een tak
En dat is wel bezwaarlijk.
Ze zegt ook telkens tegen oom
'k Wil liever in een lagere boom,
het is me hier te gevaarlijk.

Maar dan zegt oom Och kom och kom!
Een lagere boom? Welnee, waarom?
We hebben hier alle gemakken.
De kinderen willen toch ook niet weg?
Het is nogal niet heerlijk zeg
Dat klauteren in die takken.

Vind jij het net een vogelkooi?
Het uitzicht is toch prachtig mooi!
Jij moet ook altijd vitten.
En tante zegt: Nou ja , affijn,
Als jij het zegt zal't wel zo zijn
Dan blijven we hier maar zitten.

Dus woont mijn tante met mijn oom
Nog steeds daar in die eikeboom
Ze zijn er erg tevreden
Mijn oom haalt brood en komt weer thuis.
De kinderen klauteren rondom het huis
En nooit valt er een naar beneden.