Toen wisten ze 't.


Ze gingen wel eens een straatje rond,
Zo'n straatje rond met z'n beien,
En stonden ook soms op 'n hoekje dan stil
Om samen een deuntje te vrijen.
Eerst gingen ze zachtjes aan stap, stap, stap
En dan op de hoek ging het klap, klap, klap
Een paartje, dat zo loopt te vrijen
Waarachtig, 't is wel te benijen.

Zo gingen ze weer 'n straatje rond,
En zuchtend zei een van de beien:
Wat zou d'r mijn vader wel doen, als hij zag
Dat 'k hier met jou liep te vrijen?
En zachter dan anders ging 't stap, stap, stap
En langer dan anders ging 't klap, klap, klap
Een paartje, dat zo loopt te vrijen
Waarachtig, 't is toch te benijen.

Ook vader ging juist een straatje rond,
Al liep hij niet met z'n beien
En net als hij komt op de hoek van de straat,
Daar staat me z'n dochter te vrijen,
Nu voelt er het vrijertje trap, trap, trap
Nu voelt er het vrijstertje klap, klap, klap
Een paartje dat zo moet gaan scheien,
Waarachtig, 't is niet te benijen.