Vaderlief zweeft langs den hemel.


Lientjes pappa was een vlieger
Van de grootte K.L.M.
Mammie en het lieve kindje,
Hielden o zooveel van hem.
Steeds als hij een reis ging maken,
Vloog hij over hun huisje heen,
En dan wuifden Mam en Lientje,
Tot hij heel, hl ver verdween.
En turend in de ijle lucht,
Sprak Mammie met 'n diepe zucht:

Refrein:
Ja vadertje zweeft langs den Hemel,
Buig eventjes de knietjes, kom!
En laat ons bidden Lieve Heertje,
Breng onze pappie gauw weerom!

Wat 'n vreugd als pappie thuis kwam,
Met cadeautjes o zoo fraai,
Mooie sarongs, een klein aapje,
En nog laatst een papegaai,
En dn kon hij mooi vertellen,
Van dat land vol tooverpracht,
Maar een week van reine vreugde,
Is helaas snel doorgebracht,
En viel het afscheid o zoo zwaar
En zeiden beiden tot elkaar:

Refrein:
Ja vadertje zweeft langs den Hemel,
Buig eventjes de knietjes, kom!
En laat ons bidden Lieve Heertje,
Breng onze pappie gauw weerom!

Op een ochtend, Lientje sliep nog,
Rinkelde de telefoon,
En een mannenstem van Schiphol,
Sprak op smartelijken toon.
Spreek de waarheid, gilde mammie,
'k Wil niet twijfelen, mijnheer.
En de stem sprak droef: Mevrouwtje!
Hij viel op het veld van eer.
Het kind ontwaakte door een gil,
Mammie snikte: 't is Gods wil:

Refrein:
Je vaderlief is in den hemel,
Wij buigen saam de knietjes, kom!
Hij is bij Onze Lieve Heertje,
Ons vadertje komt nooit weerom!

Maanden later mocht klein Lientje,
Met een oom naar Schiphol mee,
'n Groote Douglas zou vertrekken,
Naar het land ver over zee.
Gaat u aanstonds langs den hemel,
Vroeg zij aan den vliegenier,
Toe mijnheer laat mij dan mee gaan,
Al is het nog zoo ver van hier.
En oompje zegt u dan aan moe,
'k Ben even naar mijn pappie toe!

Refrein:
Want vadertje is in den Hemel,
M'nheer och laat me meegaan kom,
Want mammie zit steeds zoo te huilen,
Misschien breng 'k pappie wel weerom.