Van Holland wil ik zingen.


Van Holland wil ik zingen,
Van 't landje waar ik woon,
't Is nietig op de landkaart,
Maar toch zo lief en schoon.
Wanneer ik in de lente
Die bloesems zie vol pracht,
Aanschouw ik er een wonder
Van d' Allerhoogste Macht.
Aanschouw ik er een wonder
Van d' Allerhoogste Macht.

Van Holland wil ik zingen,
Zie ik de groene wei,
Des Zomers vol met bloemen,
En op de purp'ren hei,
Den herder met zijn kudde
En met zijn trouwe hond,
Dan voel ik: rust en vrede,
Schenkt mijn geboorte-grond.
Dan voel ik: rust en vrede,
Schenkt mijn geboorte-grond.

Van Holland wil ik zingen,
Als Herfst de blad'ren verft,
De wind in 't lover fluistert
Hoe alles eenzaam sterft.
O bos, gij zult ontwaken,
Juicht hoopvol dan mijn hart,
En 't oog, verrukt door kleuren,
Schreit niet om scheidens-smart.
En 't oog, verrukt door kleuren,
Schreit niet om scheidens-smart.

Van Holland wil ik zingen,
Ook in de Wintertijd,
Als jong en oud op 't ijs zwiert
En sneeuw de jeugd verblijdt.
Mijn Holland is mijn glorie,
Mijn Holland is mijn lust,
Het land waar 'k ben geboren,
Wellicht mijn stof eens rust.