Het lied van "Volkszang".


Komt nu vrienden en vriendinnen,
Dat het klinke door de zaal,
Hoe verruimt het borst en longen,
't Eigen lied in eigen taal.
Zingen and'ren fraaie wijzen,
Zo benauwd of men 't niet dorst:
Daar waar onze lied'ren rijzen,
Gaat het fris uit volle borst.

Waar de stemmen zich verenen,
Kloppen ook de harten saam,
Zanggenoten, dat zich niemand,
Ooit voor onze lied'ren schaam'!
En als straks de zangen zwijgen,
Wacht ons arbeid, wacht ons plicht,
Door het Hollands lied gedragen,
Valt het werk wel eens zo licht.

Daarom laat het lustig klinken,
Wat ons "Volkszang" heeft geleerd,
't Is een kostb're schat voor 't leven,
Die de levenslust vermeert.
Troost en kracht in bange tijden,
Waar de vreugd de smart vervang',
Blijf door 't leven ons geleiden,
Vrij en vrolijk volksgezang.