Vrede.


Komt, Kind'ren van den nieuwen tijd,
Zingt 't nieuwe lied thans mede,
Het is geen lied, dat roept tot strijd,
Maar 't is een lied van Vrede!
Ook wij zijn trouw aan Volk en Land,
Wij dragen Vaandels in de hand,
De witte Vlag, die volgen wij,
Die stemt ons hooggezind en blij:
Vrede, vrede, spreidt Uw zegen,
In de landen allerwegen,
Ruw geweld heeft afgedaan,
Volgt de witte vredesvaan!

Er is een kracht veel machtiger,
Dan die van vuur en staal,
Er is een macht veel krachtiger,
Die spreekt een schooner taal!
De geest der liefde ons beleert,
Dat wie niet and'rer goed begeert,
Wie eerbied heeft en eerbied dwingt,
Eerbiedigt onze leus en zingt;
Vrede, vrede, spreidt Uw zegen, enz.

En zijn de meeningen verdeeld,
Zij 't eerste woord niet "strijden",
Maar overlegt, begrijpt elkaar,
Tracht onmin te vermijden,
Want ieder kind van heden weet,
Hoe vrees'lijk oorlog is, hoe wreed,
Welaan dan, vrede zij ons woord,
O, klink' deez' leus van oord tot oord:
Vrede, vrede spreidt Uw zegen, enz.