We gaan naar Rome.


Heel Nederland dat juicht spontaan,
De vreugd' is algemeen.
Ons kranig Neerlandsch-elftal gaat
Vol moed naar ROME heen.
Het Wereldkampioenschap,
't Hoogste voetbal-ideaal,
Is 't eervol en verheven doel,
Dus zingen we allemaal:

Refrein:
We gaan naar ROME, we gaan naar ROME,
Bep Bakhuys doelpunt daar voor twee.
We gaan naar ROME, we gaan naar ROME,
En Vente neemt z'n kanjers mee.
En Mijnders, Wels zóógoed als Smit,
Die juichen om de beurt: "Hij zit".
Als echte jongens, als ferme jongens,
Hollandsche jongens van Jan de Wit.

En Puck van Heel die dribbelt fier,
En vuurt zijn mannen aan.
Wim Anderiessen staat hem dan bij,
Gesteund door Pellikaan.
De keeper, Weber en van Run,
Staan pal gelijk een rots.
Het Neerlandsch voetbal-elftal is
Onz' nationale trots.

Refrein.

Ook Lotsy en de trainer Bob
Zeggen: "Je Maintiendrai"
We brengen als het even kan,
De hoogste titel mee!
Han Hollander is d'eerste dan
Die ons dit draadloos meldt.
Zijn stem trilt weer, wijl in z'n oog,
Een traan van blijschap welt.

Refrein.

Bep Bakhuys trapt, een ren van Wels,
Voor 't doel zweeft reeds de bal.
Van Mijnders door naar Smit, dan Vente
En plots een doffe knal.
't Vijandelijke net dat trilt,
Dat gaat zoo keer op keer,
Als Holland dat niet wint,
Eet ik geen macaroni meer.

Refrein.