Wat een weer


Wat een weer,
bromde de beer.
Ik blijf thuis,
piepte de muis.
De vos zei, die regen
daar kan ik niet tegen.
En die wind,
riep het eekhoorntjeskind.
Het is om te huilen,
kraste de uilen.
Het is bar en slecht,
tikte de specht.