De wielen van de bus


De wielen van de bus gaan rond en rond (ronddraaiende beweging maken met je armen)
rond en rond
rond en rond
de wielen van de bus gaan rond en rond
als de bus gaat rijden.

De buschauffeur zegt instappen, instappen (met armen wenkbeweging maken naar je toe)
instappen,
de buschauffeur zegt instappen
als de bus gaat rijden

De motor van de bus zegt bbb, bbb (ik heb hier even geen goede omschrijving voor, het geluid wat je maakt als je met je vingers langs je onderlip bbb gaat terwijl je de letter B zegt).
de motor van de bus zegt bbb
als de bus gaat rijden

De wissers van de bus gaan heen en weer (armen heen en weer)
heen en weer, heen en weer
de wissers van de bus gaan heen en weer
als de bus gaat rijden

De baby's in de bus gaan op en neer (kind dat je beet hebt op en neer bewegen)
op en neer, op en neer
de baby's in de bus gaan op en neer
als de bus gaat rijden

De mamma's in de bus die kletsen maar (met je handen voor je mond kletsbeweging nadoen)
kletsen maar, kletsen maar
de mamma's in de bus die kletsen maar
als de bus gaat rijden

De pappa's in de bus die slapen maar (hoofd opzij, hand tegen wang)
slapen maar, slapen maar
de pappa's in de bus die slapen maar
als de bus gaat rijden

De buschauffeur zegt uitstappen (tegenovergestelde wenkbeweging maken)
uitstappen, uitstappen
de buschauffeur zegt uitstappen
als de bus gaat stoppen.

De buschauffeur zegt dag, dag dag (zwaaien)
dag dag dag, dag dag dag.
De buschauffeur zegt dag dag dag
als de bus gaat rijden.