Wij gaan varen.


Komt jongens wij gaan varen,
Het bootje ligt al klaar,
Wij zijn juist met ons vijven,
Komaan, stap in dan maar!
Zeg, Pieter jij moet sturen,
Dat kun je 't best van al,
Wij vieren zullen roeien,
Douw nu de boot van wal!
Van één twee, één twee,
Nu steken wij van wal!

Een ieder staat te kijken,
Zoo gaan wij er van door.
Niet met de riemen plassen,
Dat staat niet netjes hoor!
De klok slaat al vijf uren,
Naar huis gaat het nu weer,
Wel jongens, 't gaat voortreflijk,
Dat doen wij nog eens meer!
Van één twee, één twee,
Wij doen dat nog eens meer!