Winterpret.


Het sneeuwt,
Het tikt tegen de ruiten.
Een kniesoor blijft in huis,
Maar wij, wij gaan naar buiten!
Met vaders hoge hoed,
En broer z'n wandelstok;
Maken wij in een ogenblik,
Een hele grote pop.

Het vriest,
De schaatsen aangebonden,
Zeg jongens, wie van ons,
Maakt wel de meeste ronden?
Eerst rijden we twee aan twee,
Dan rijden we op een rij:
En drinken slemp met chocola,
En nog een koek er bij.

Het dooit,
Nu alles opgeborgen;
De schaatsen en de slee,
Er komt geen ijs meer morgen.
De zon wordt al weer warm,
De lente is weer daar;
Daarom roepen wij winter toe:
"Tot ziens, in 't volgend jaar!"