Een aardig klein wit poesje


Een aardig klein, wit poesje was op de wandeling
Een bandje met een belletje al om haar halsje hing.
Dat belletje deed(ging) ring ting ting
al waar ons poesje ging (2 maal)

Dat aardig klein, wit poesje had toch zo graag een muis
Daarom sloop zij heel stilletjes naar(tot) boven in het huis.
En alsmaar ging de ring ting ting,
die aan haar halsje hing (2 maal)

Daar boven op de zolder, daar moesten muisjes zijn
Die dag gaf jonkheer knabbelaar zijn vrienden een festijn.
Maar plots, daar hoorden zij de bel,
vlucht vrienden staakt uw spel (2 maal)

Poes vond een lege zolder en snuffelde: "Miauw"
Waar waren nu die muisjes, waar bleven zij zo gauw.
'tKwam alles door die ring ting ting,
die aan haar halsje hing.(2 maal)