Daar was een sneeuwwit vogeltje

Daar was een sneeuwit vogeltje
Daar was een sneeuwit vogeltje
al op een stekendorentje, dindondeine
al op een stekendorentje dindondon.

"Och nachtegaal, klein vogelkijn
wou jij mijne bode zijn?"

"Hoe zou ik uwe bode zijn?
ik ben zo kleine vogelkijn"

"Al zijt gij klein, gij vliegt zo snel
gij voert daar mijne boodschap wel"

Hij nam de brief in zijne mond
hij voerde 't over 't groene woud

Hij gaf dat venster ene stoot
"Slaapt gij mijn lief, of zijt gij dood?"

"Ik ben niet dood, mijn lief is daar!
ik ben getrouwd een hallef jaar!"

"Zijt gij getrouwd al een half jaar?
het dochte mij wel duizend jaar!

Te vinden in: "nederlands volkslied"