Weet je dat er sprookjes zijn


Weet je dat er sprookjes zijn
die nooit zijn opgeschreven
sprookjes die voor groot en klein
voor altijd blijven leven.
Altijd, altijd, schijnt er een zon of een maan
altijd, altijd, blijven er sprookjes bestaan.

En zolang de wind bestaat
zullen de bomen ruisen
en zolang de zee bestaat,
zullen de golven bruisen
altijd, altijd, is er een lied van de wind
altijd, altijd, of er een sprookje begint.

Want zolang er bankjes zijn
die onze liefde dragen
zal men in de maneschijn
steeds aan zijn liefste vragen
altijd, altijd, hou je voor altijd van mij
altijd, altijd, dat sprookje gaat nooit meer voorbij.

Steeds weer zal het lente zijn
met duizend bonte kleuren
bloemen bloeien groot en klein
met duizend zoete geuren
altijd, altijd, zingt dan een vogel zijn lied
altijd altijd, is dat een sprookje of niet

Maan en sterren kijken neer
op de miljoenen mensen
die alleen maar altijd weer
beter en groter wensen.
Altijd, altijd, doen zij elkander verdriet
daarom, daarom, zien wij de sprookjes ook niet.