Wie niet dansen wil


Wie niet dansen wil
Wie niet dansen wil
Wie niet dansen wil
Staat stil!
Wie niet dansen wil
Wie niet dansen wil
Wie niet dansen wil
staat stil!

Dit versje herhalen met in plaats van dansen bijv. springen, lopen, rennen, huppelen, draaien, zwaaien.
Tijdens 'wie niet .. wil' doet iedereen wat er gezongen wordt (bijv. dansen) en bij 'staat stil' staat iedereen stil.