Woutertje kaboutertje


Woutertje kaboutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje kaboutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.

Ik heb 'm al jaren en nooit geeft 'ie last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
En 's morgens om zeven uur hoor je geluid,
Dan roept 'ie om eten, dan wil 'ie eruit.

Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.

Ik zag 'm voor 't eerst op de mat in de gang,
Ik zei goeiemorgen ben jij hier al lang.
Hij zei nou ik denk een minuutje of vijf,
Ik vind je wel aardig, ik denk dat ik blijf.
Oh die
Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.

Hij is reuze aardig we hebben veel pret,
Maar 's avonds om zeven uur moet 'ie naar bed.
Hij trekt een pyamaatje aan van katoen,
Dan bindt 'ie zijn baard op en krijgt nog een zoen
Oh die
Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.
HOI!



Uit: Liedjes met een hoepeltje erom, samengesteld door Joke Linders en Toin Duijx
Alternatief voor laatste couplet:

We maken nooit ruzie, we hebben veel pret,
maar 's avonds om zeven dan moet 'ie naar bed,
hij trekt een pyamaatje aan van katoen,
dan rolt 'ie z'n baard op en krijgt nog een zoen.