De wim-wam reus


In de wilde zwarte bossen woont de wim-wam-reus
met de wim-wam oren en de wim-wam neus.
's Avonds loopt hij daar te darren in de maneschijn
en als hier de kleine kindertjes ondeugend zijn,
kan die reus dat altijd horen
met zijn wim-wam oren,
en als jij niet naar je bedje wilt, 't is heus, heus, heus
kan die reus dat altijd ruiken met zijn wim-wam neus.

En dan komt hij naar benden op zijn wim-wam paard
met de wim-wam poten en de wim -wam staart,
Dwars door alle wilde bossen in galop lop lop
over honderduizend heuveltjes van hop hop hop
springt over alle sloten
met zijn wim-wam poten
springt over alle sloten met een griezelige vaart
en maar zwaaien en maar zwaaien met zijn wim-wam straat!

Pas maar op, pas maar op, voor de wim-wam reus
met de wim-wam oren en de wim-wam neus,
want als jij niet naar je bedje wil en jij bent stout
geeft die reus je op je bibs met een lang eind hout!
en geneens gewoon hout
nee, nee!
Wim-wam hout!