Het Zandmannetje


De bloempjes gingen slapen, zij waren geurensmoe.
Zij knikten met hun kopjes m'een welterusten toe.
Zacht ritselt gindsche lideboom
en lispt als in den droom: Goeden nacht,
Goeden nacht, mijn kindje, goeden nacht.

De vogels zongen vroolijk door 't zonnetje gekust.
Nu vouwen zij hun vleugels. Begeven zich ter rust.
Alleen het krekelj'in het veld
zijn zoet geheim vertelt: goeden nacht,
goeden nacht, mijn kindje, goeden nacht.

De zandman is gekomen, gluurt door de schemering
of ergens soms een kindje nog niet ter ruste ging.
En ziet hij zulk een stouten klant,
hij strooit in d'oogjes zand. goeden nacht,
goeden nacht, mijn kindje, goeden nacht.

Ga zandman uit de kamer. Reeds slaapt mijn kleine man
Hij sloot de held're kijkers zoo vast als hij maar kan.
En roept mij morgen wel te moe
een hart'lijk welkom toe. goeden nacht
goeden nacht, mijn kindje goeden nacht

Bron : Kun je nog zingen, zing dan mee.