Zeg moeder waar is Jan?


Zeg moeder, waar is Jan?
Daar ginder, daar ginder.
Zeg moeder, waar is Jan?
Daar ginder komt hij an.

Waar is hij dan geweest?
Bij tante, bij tante.
Waar is hij dan geweest?
Bij tante op het feest.

Wat heeft hij daar gehad?
Een koekje, een koekje!
Wat heeft hij daar gehad?
Een koekje met een gat!

Wat kreeg hij daar nog na?
een kopje, een kopje
Wat kreeg hij daar nog na?
Een kopje chocola!

Wie waren daar nog meer?
Twee dames, twee dames
Wie waren daar nog meer?
Twee dames en een heer!