Zomer.


In de zomer rond te dwalen,
Door de bossen, in de heide,
Langs de akkers, over weiden,
Welk genot kan daarbij halen.
Daarom zingen wij verblijd,
Heil U, mooie zomertijd!
Daarom zingen wij verblijd,
Heil U, mooie zomertijd!

Alles lacht ons vriend'lijk tegen,
't Groen der bomen, pracht van bloemen.
Keur van vruchten, niet te noemen,
't Al schenkt ons een rijke zegen.
Daarom zingen wij verblijd,
Heil U, mooie zomertijd!
Daarom zingen wij verblijd,
Heil U, mooie zomertijd!

Frisse lucht en schone dreven
Doen verheugd ons adem-halen,
Doen ons steeds het lied herhalen
Van het heerlijk buitenleven.
Daarom zingen wij verblijd,
Heil U, mooie zomertijd!
Daarom zingen wij verblijd,
Heil U, mooie zomertijd!