| (Commissie) Meldingen Incidenten
Patientenzorg
Begripsomschrijving
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder
incident:
de gebeurtenis in de patientzorg met een
(potentieel) schadelijk gevolg voor de patient (uitgezonderd complicaties);
m.i.p.-commissie:
de commissie Meldingen Incidenten Patientenzorg,
die de onder het meldingscriterium vallende gebeurtenissen behandelt conform
dit reglement;
fout:
een verwijtbare handeling en/of nalatigheid
van een individu bij onderzoek, behandeling of verzorging van een patiënt,
waardoor deze schade wordt toegebracht, danwel diens dood ten gevolge heeft;
bijna fout:
de gebeurtenis, welke volgens de algemene
ervaringsregels tot een fout zou hebben moeten leiden, doch zulks niet
deed tengevolge van een niet tevoren gepland ingrijpen of van een toevallige
gebeurtenis;
ongeval:
elk feit bij onderzoek, behandeling of
verzorging van een patiënt, waardoor deze schade wordt toegebracht
of waardoor diens dood wordt veroorzaakt, zonder dat sprake is van schuld
en voorzover dit feit niet valt onder een tevoren berekend en bewust genomen
risico;
bijna ongeval:
de gebeurtenis, welke volgens de algemene
ervaringsregels tot een ongeval zou hebben moeten leiden, doch zulks niet
deed tengevolge van een niet tevoren gepland ingrijpen of van een toevallige
gebeurtenis;
calculated risk:
een bewust genomen risico.
Doelstelling
Artikel 2
De doelstelling van de commissie 'Meldingen
Incidenten Patientenzorg' (hier te noemen m.i.p.-commissie) is:
het toetsen van de zorgkwaliteit in de
organisatie aan de hand van het analyseren van (bijna)-incidenten en (bijna)-fouten
in de (individuele) patiëntenzorg;
Het doen van aanbevelingen tot preventie
aan de daarvoor verantwoordelijken.
Toelichting: Het is steeds een individuele
gebeurtenis met betrekking tot een individuele patiënt, die aanleiding
kan zijn tot het inschakelen van een m.i.p.-commissie. In dat opzicht onderscheidt
het werkterrein van de m.i.p.-commissie zich van dat van commissies, die
zich richten op de algemene bevordering en bewaking van de patiëntenzorg
(zoals bijvoorbeeld intercollegiale toetsingscommissies of hospital audit
commissies).
Met de aanduiding m.i.p.-commissie wordt
een landelijk advies van de N.V.Z. gevolgd. Op het instituut werd de commissie
eerder aangeduid als 'meldingscommissie' of 'fona-commissie'.
Taak
Artikel 3
De activiteiten van de m.i.p.-commissie
hebben een tweetal aandachtsvelden: het onderzoek naar de toedracht van
een individuele gebeurtenis en het onderzoeken op welke wijze dergelijke
gebeurtenissen kunnen worden voorkomen. De m.i.p.-commissie doet slechts
een uitspraak over de vermijdbaarheid van de gebeurtenis. De schuldvraag
dient hierbij niet aan de orde te komen. De taak van de m.i.p.-commissie
is derhalve gericht op het doen van onderzoek en het verzamelen van materiaal
ten behoeve van:
a) adviezen inzake preventieve maatregelen.
Toelichting: Het kunnen zowel de bevindingen
bij een individueel geval, als de bevindingen bij een aantal gevallen zijn,
welke aanleiding geven tot aanbevelingen met betrekking tot de preventie.
b) het verstrekken van informatie aan
medewerker(s).
Toelichting: In het verleden had de commissie
ook als taak 'het informeren van de bij de gebeurtenissen direkt betrokken
medewerkers'. In dit reglement is in dit verband echter slechts sprake
van 'de melder'; de direct betrokkene(n) zijn als zodanig niet bij de commissie
bekend. Uiteraard kan (en is het zelfs gewenst) dat de direct betrokkene
ook de melder is.
c) het verstrekken van adviezen aan de
directie, opdat de directie kan bepalen of de inschakeling van de Regionaal
Inspecteur van de Volksgezondheid en/of de Officier van Justitie dient
plaats te vinden.
Toelichting: Het is uitdrukkelijk niet
de bedoeling dat het door de m.i.p.-commissie verzarmelde materiaal aan
de Officier van Justitie of de Inspecteur ter hand wordt gesteld. Een mogelijke
claim naar een individuele medewerker is niet mogelijk omdat een eventuele
'schuldige' niet bij de commissie bekend is, slechts de melder is bekend.
Zie ook artikel 6, artikel 8 en artikel 17.
Toelichting: Een onderscheid in fouten
en ongevallen is niet strijdig met de taakstelling van de commissie, waarin
staat dat alleen een uitspraak over de vermijdbaarheid (en niet over schuldvraag)
wordt gedaan. Omdat de veroorzaker als zodanig niet bij de commissie bekend
is (alleen de melder is bekend) kan geen schuld van (een) bepaalde medewerker(s)
worden vastgesteld.
Artikel 4
De commissie heeft geen taak m.b.t. aansprakelijkheidsverzekeraars.
Het geven van inlichtingen, analyses en conclusies aan verzekeraars valt
buiten het bestek van de commissie.
Meldingscriterium, meldingen
Artikel 5
Voor de melding bij de m.i.p.-commissie
komt in aanmerking:
Iedere gebeurtenis - al dan niet veroorzaakt
door menselijk handelen of nalaten - bij onderzoek, behandeling of verzorging
van de patiënt(en), die tot een schadelijk gevolg voor de patiënt(en)
heeft geleid, dan wel naar algemene ervaringsregels tot schadelijk gevolg
van de patiënt had zullen leiden, indien dit niet voorkomen was door
een toevallige gebeurtenis of door een tevoren niet gepland ingrijpen.
Toelichting: Als één van
de criteria wordt "schadelijk gevolg" gehanteerd. Daarbij wordt zowel op
blijvende schade als op tijdelijke schade gedoeld. Voorts valt onder "schadelijk
gevolg" zowel fysieke als psychische schade. Het hanteren van een criterium
als "psychische schade" zal in de praktijk wellicht moeilijkheden kunnen
opleveren, aangezien psychische schade niet steeds als zodanig zal kunnen
worden herkend. Met name indien een gebeurtenis tot psychische schade van
de patiënt had kunnen leiden, wordt het gebeuren nogal gecompliceerd.
Het begrip "gebeurtenis met schadelijk
gevolg" omvat tevens de schadelijke gebeurtenissen, welke voortvloeien
uit bewust genomen risico's ("calculated risks"). De melding van "calculated
risks" zal zich steeds dienen te beperken tot die gebeurtenissen waarbij
de patiënt schade heeft geleden, dan wel naar algemene ervaringsregels
had kunnen leiden. Ook niet geplande afwijkingen van het behandelingsplan
vallen onder het meldingscriterium.
Artikel 6
Uitgangspunt is dat degene, die de gebeurtenis
constateert, dit zelf meldt. Het melden door anderen wordt in beginsel
ongewenst geacht. Toch kan deze mogelijkheid niet gemist worden, omdat
bij niet-melding door de meest betrokkene de belangen van de patiënt,
de patiëntenzorg, de instelling en/of zelfs die van de betrokken medewerker(s)
geschaad kunnen worden.
Bij de melding dient de naam van de betrokken
patient(en) te worden vermeld. De melder(s) van het incident noteren hun
naam op het meldingsformulier. Voor opslag in het archief worden alle verwijzingen
naar de melder(s) door de m.i.p.-commissie verwijderd.
Iedere gebeurtenis als in artikel 5 omschreven
dient bij de commissie gemeld te worden. Melding kan langs twee wegen plaatsvinden,
zulks ter keuze van de melder:
- hetzij rechtstreeks aan de m.i.p.-commissie;
- hetzij via het afdelingshoofd of een
lid van de medische staf.
Welke vorm van melding ook gekozen wordt,
de melder kan zich nimmer aan de verplichting onttrekken om, in geval een
'schadelijke gebeurtenis' zich voordoet, direct alle maatregelen te (doen)
treffen, die nodig zijn om de schadelijke gevolgen voor de patiënt
tot een minimum te beperken.
Ook klachten van patiënten kunnen
aanleiding geven tot een melding bij de m.i.p.-commissie. De behandeling
van de klacht zal door of namens de directie plaatsvinden via de daarvoor
bestaande klachtenprocedure. Indien, naar de mening van de directie, de
betrokken medewerker(s) ten onrechte geen melding doet aan de m.i.p.-commissie,
kan de directie dit zelf doen.
Opmerking: uitdrukkelijk is hier een onderscheid
gemaakt tussen de melder en de bij de gebeurtenis betrokken medewerker(s).
Door deze garantie van anonimiteit wordt een zo laag mogelijke drempel
verkregen ten aanzien van het doen van meldingen. Indien de commissie nader
geïnformeerd wil worden, kan zij via de melder en/of via de stafleden
die kennis hebben genomen van de melding, verdere informatie verkrijgen.
Werkwijze, verslaggeving, archief
Artikel 7
Indeling ernst incidenten
Na de melding stelt de m.i.p.-commissie
een onderzoek in, waarbij degenen, die betrokken waren bij de gebeurtenis,
kunnen worden gehoord. Incidenten worden o.a. ingedeeld naar de ernst van
het incident ten aanzien van de betreffende patient of ten aanzien van
het risico dat de patient heeft gelopen. De ernst van het incident bepaalt
mede de stappen van de commissie. Bij ernstige gevallen informeert de m.i.p.-commissie
direct de directie.
Artikel 8
Rapportage aan directie en medewerkers
Aan de hand van de bevindingen wordt door
de m.i.p.-commissie een rapport opgesteld.
In het rapport dient een analyse gegeven
te worden van het feitelijke gebeurde, waaruit duidelijk blijkt wat de
toedracht van de gemelde gebeurtenis is geweest.
Tussen de m.i.p.-commissie en de directie
worden afspraken gemaakt over de wijze waarop deze verslaggeving geschiedt.
Het rapport van de m.i.p.-commissie is een intern rapport van strikt vertrouwelijke
aard. De inhoud van het rapport mag door de instantie of de persoon, die
het ontvangt, niet ter kennis aan derden worden gebracht. Indien gewenst,
kan worden besloten dat verslaggeving alleen mondeling geschied. In geen
enkel geval zal de identiteit van de melder(s) door de commissie naar buiten
worden gebracht.
De verslaggeving dient op een dusdanige
wijze te geschieden dat de melder(s) binnen twee maanden na de ontvangst
van de melding door de commissie geïnformeerd worden over de bevindingen
van de commissie.
Toelichting: de commissie doet alleen een
uitspraak over de vermijdbaarheid van de gebeurtenis, de terugkoppeling
naar de melder dient daarbij zo direkt mogelijk te zijn. In veel gevallen
zal verder kunnen worden volstaan met melding achteraf, bijv. via een jaaroverzicht,
aan de directie. Over het algemeen zal alleen bij ernstige gebeurtenissen
de directie direkt geïnformeerd moeten worden.
Jaarlijks stelt de m.i.p.-commissie een
verslag op, waarin (o.a.)
een overzicht wordt gegeven van de ernst,
type en oorzaak van de gemelde gebeurtenissen;
alle als 'matig' en 'ernstig' beoordeelde
gebeurtenissen worden beschreven;
de verdere bevindingen en, voorzover relevant,
de geadviseerde maatregelen worden beschreven.
Het verslag wordt uitgebracht aan de directie.
Artikel 9
Rapportage aan patient
Vanzelfsprekend zal de patiënt in
alle daarvoor in aanmerking komende gevallen adequaat over de gebeurtenis
worden geïnformeerd. Berichtgeving aan de patiënt kan geschieden
door de behandelend specialist dan wel in voorkomende gevallen door de
paramedicus in overleg met de behandelend specialist.
Op geen enkele wijze wordt de melding
en/of de inhoud van het rapport van de m.i.p.-commissie kenbaar gemaakt
aan de patiënt of wordt in de status genoteerd dat een gebeurtenis
een melding tot gevolg heeft gehad.
Toelichting: Uiteraard dienen in de status
alle gegevens te worden opgenomen, die relevant zijn mbt het medisch handelen
naar de betrokken patient. Het werk van de commissie is erop gericht de
kwaliteit van de zorg te verbeteren door analyse van de gebeurtenissen.
De analyse en het advies van de commissie kan voor betrokken patient relevant
zijn, maar staat in principe los van de gebeurtenissen bij de betrokken
patient. Uiteraard kan de behandelend arts bij de interpretatie van de
gebeurtenissen en een eventueel advies aan de patient wel gebruik maken
van de analyse en het advies van de commissie. Zie ook artikel 6.
Artikel 10
Archief
De m.i.p.-commissie legt een archief aan,
waarin de dossiers van de commissie worden bewaard. Slechts de commissie
zelf heeft toegang tot dit archief. De commissie draagt er, in overleg
met de directie, zorg voor dat de toegankelijkheid van dit archief voor
anderen dan de commissie zelf wordt voorkomen. De commissie draagt er zorg
voor dat de gegevens van de bij het incident betrokkene(n) niet in het
archief worden opgenomen.
Naast een 'papieren' archief houdt de
commissie een geautomatiseerd bestand van de meldingen bij.
Samenstelling, vergaderingen
Artikel 11
De commissie benoemt uit haar leden een
voorzitter en een secretaris.
Artikel 12
Het lidmaatschap van de commissie is niet
verenigbaar met het lidmaatschap van de klachtencommissie.
Artikel 13
De leden van de commissie worden in functie
benoemd door de directie voor een periode van 3 jaar. De leden van de commissie
zijn 2x herbenoembaar. De voorzitter van de commissie stelt een rooster
van aftreden voor de leden op.
Artikel 14
De commissie vergadert zo vaak als nodig
is, doch minimaal 1x per maand.
Geheimhouding
Artikel 15
Afgezien van de in dit reglement genoemde
rapportages, zijn alle leden en adviseurs van de m.i.p.-commissie gehouden
tot volstrekte geheimhouding omtrent hetgeen zij bij de uitoefening van
hun functie vernemen.
Artikel 16
Het is denkbaar dat bij het verlenen van
medewerking aan de activiteiten van de m.i.p.- commissie een belangenconflict
ontstaat tussen enerzijds de plicht medewerking te verlenen, anderzijds
het recht zich te onthouden van elke activiteit, die mede kan leiden tot
de eigen straf- of tuchtrechtelijke aansprakelijkheid. In geval van een
dergelijke belangenconflict kan de betrokken medewerker verlangen dat de
door hem verstrekte informatie geanonimiseerd wordt, danwel dat bepaalde
door hem verstrekte informatie niet schriftelijk wordt vastgelegd. Het
vorenstaande heeft geen betrekking op de melding zelf. Dit kan er onder
omstandigheden toe leiden dat uitsluitend de melding aan de directie wordt
gerapporteerd, eventueel voorzien van een mondeling gegeven nadere toelichting
van de m.i.p.-commissie.
Artikel 17
Mededelingen omtrent een gebeurtenis aan
de publiciteitsmedia geschieden in principe uitsluitend door de directie
van het verpleeghuis; een en ander slechts in goed overleg met de betrokken
medewerker(s) en patiënt(en) en/of diens (hun) familie.
Slotbepalingen
Artikel 18
In alle gevallen waarin dit reglement
niet voorziet, beslist de directie, gehoord hebbend de m.i.p.-commissie.
bron: Dr. Bernard Verbeeten Instituut |