wet en regelgevening 
Middelen en maatregelen
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 Middelen en maatregelen  

4.1 Begripsafbakening middelen en maatregelen  

In de wet BOPZ is er sprake van middelen en -maatregelen die in het behandelplan zijn opgenomen en van middelen en maatregelen in noodsituaties. In paragraaf 4.2 worden de behandelmiddelen en -maatregelen uitgewerkt en in 4.3 de noodmiddelen en maatregelen.  

4.2 Middelen en maatregelen in het behandelplan  

Over de in het zorgplan opgenomen middelen en maatregelen is in principe overeenstemming bereikt binnen het behandeltearn en met de patiënt en/of diens vertegenwoordiger. Het gaat hierbij om maatregelen die voorkomen dat de patiënt voor zichzelf of anderen gevaar oplevert.  

Toegestane middelen en maatregelen zijn:  
- Afzondering, het door verpleging en verzorging apart zetten van de patiënt in een daarvoor bestemde eenpersoonskamer (geen deur dicht of op slot) of op een rustig plekje op de gang  
- Fixatie, het op enigerlei wijze beperken van de patiënt in zijn bewegingsmogelijkheden  
- Toedienen van medicatie  
- Toedienen van vocht of voedsel  

Separatie  
waarvoor een door de minister goedgekeurde speciale kamer nodig is, is in het verpleeghuis verboden.  

Wanneer de maatregel wordt toegepast met toestemming en zonder verzet van de patiënt, hoeft er geen melding te worden gedaan bij de inspectie.  

Dwangbehandeling  
Bij verzet van de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger tegen de toepassing van het zorgplan, of bij weigering van vocht of voeding door de patiënt, is behandeling alleen toegestaan wanneer dit volstrekt noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de patiënt of voor anderen af te wenden.  

Wanneer de maatregel uit het zorgplan wordt toegepast zonder toestemming of bij feitelijk verzet, dient dit bij de inspectie te worden gemeld. Er wordt dan aangegeven om welke maatregel het gaat.  
In bijlage 2 wordt de meldingsprocedure beschreven. Ook staat beschreven welke gegevens nog meer aan de inspectie gemeld moeten worden.  

4.3 Middelen en maatregelen in noodsituaties  
Een noodsituatie is een situatie waarin acuut ingrijpen noodzakelijk is, zonodig met toepassing van middelen en maatregelen. Het betreft hier situaties waarin het zorgplan niet voorziet. Het gaat hierbij om tijdelijke overbrugging van noodsituaties, die door de patiënt worden veroorzaakt als gevolg van zijn ziekte (max. 7 dagen).  

De middelen en maatregelen die toegestaan zijn zijn dezelfde als beschreven in paragraaf 4.2.  

Binnen 7 dagen dient het behandelplan aangepast te worden.  
Als de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger zich tegen de middelen en maatregelen verzet, moeten deze gemeld worden bij de inspectie (zie ook 4.2, dwangbehandeling).  
  

4.4. Bepalen van de toepassing van middelen en maatregelen  

De behandelend arts beslist over de toepassing en draagt de verantwoordelijkheid voor de toepassing van middelen en maatregelen.  

Is de arts niet aanwezig, dan dient een ander (zijn vervanger en als die dan niet aanwezig is het verpleegkundig dienstdoende hoofd) de maatregel te treffen.  
In alle gevallen dient de arts zo spoedig mogelijk de verantwoordelijkheid voor de beslissing over te nemen.  

In het weekend moet het toepassen van de maatregel gemeld worden aan de dienstdoende arts. Op de eerstvolgende werkdag wordt de eigen arts ingelicht.  
Deze zal dan alsnog zowel het registratie formulier als het motivatie formulier invullen en toevoegen aan het Zorgdossier.  

4.5. Registratie van middelen en maatregelen  
Elke toepassing van middelen of maatregelen moet in het hiertoe bestemd register worden vastgelegd. Ook de redenen die tot toepassing hebben geleid moeten hierbij worden genoteerd (zie bijlage 2).  

Eens per maand moeten alle middelen en maatregelen per afdeling apart geregistreerd worden en door het Hoofd behandeling aan de inspecteur voor de volksgezondheid gezonden worden.  

Bijlage 2: Procedure middelen en maatregelen, gegevensverstrekking aan de inspectie  
B 2.1 Procedure in het verpleeghuis  

Op de reguliere papieren visite (elke 4 weken) en bewonersbespreking (4 maal per jaar) worden de middelen en maatregelen geëvalueerd.  
In tussentijdse situaties is er overleg tussen zorgcoordinator, verpleeghuisarts en wettelijk vertegenwoordiger.  
* Indien de bewoner of de wëttelijk vertegenwoordiger zich tegen de middelen en maatregelen verzet, wordt dit gemeld aan de inspectie. Een kopie van het formulier waarop de melding is gedaan wordt is bijgevoegd.  

* Indien er geen verzet is, is rapportage in het medisch dossier en in het zqrgdossier voldoende, middels 1x registratie en 1x motivatieformulier = "beslisboom formulier".  

* Indien het verzet dubieus is, wordt het verzet gedurende een periode van 1 â 2 weken geobserveerd.Blijkt het verzet consistent te zijn, dan wordt dit gemeld aan de inspectie.  
Is er geen sprake van verzet, dan is rapportage in het medisch dossier en in het zorgdossier voldoende.  

Voor een afgewogen oordeel om middelen en maatregelen in te stellen is een "beslisboom"formulier ontworpen. Een kopie is bijgevoegd.  

Bij verdwijnen van het verzet of na staken van de middelen en maatregelen wordt dit ook doorgegeven aan de inspectie met het daarvoor bestemde deel van het officiële meldingsformulier.  

B2.2 Gegevensverstrekking aan de inspectie  
Verpleeghuizen zijn verplicht een aantal gegevens van opgenomen patiënten aan de inspectie aan te leveren. De gegevens moeten formeel door de '1geneesheer-directeur' van de instelling aangeleverd worden. Binnen het verpleeghuis is dat het Hoofd Behandeling.  

Bij het aanleveren van gegevens wordt een onderscheid aangebracht naar juridische status van de opgenomen patiënten.  

a) voor alle opgenomen patiënten:  
klachten  
 Iedere patiënt kan bij de klachtencommissie van de stichting waar het verpleeghuis deel vanuit maakt klachten indienen. De commissie zendt binnen 2 weken na het ontvangen van een klacht de met redenen omklede beslissing op deze klacht naar de inspecteur. Als de klacht niet in behandeling wordt genomen omdat een gelijke klacht nog in behandeling is, wordt ook deze beslissing van het bestuur aan de inspectie medegedeeld. Zie ook een aparte notitie klachtrecht.  

b) Voor patiënten opgenomen via de BOPZ-commissie en patiënten opgenomen met een RM ofIBS:  
Middelen en maatregelen  
Deze gegevens worden maandelijks geregistreerd en op aanvraag aan de inspecteur voor de volksgezondheid ter hand gesteld.  

Behandeling zonder toestemming of bij verzet  
Deze gegevens moeten per geval uiterlijk bij het begin van de behandeling worden doorgegeven (Zie procedure beschreven in bijlage 2, kopje 1).  

Overplaatsing  
Wanneer het Hoofd Behandeling meent niet aan een verzoek tot overplaatsing te kunnen voldoen zendt hij een afschrifti van zijn beslissing aan de inspecteur van de Volksgezondheid van de provincie Zuid-Holland.  

c) Voor patiënten opgenomen met een RM of IBS geldt daarnaast:  
Opname  
Maandelijks worden de namen van de in afgelopen maand opgenomen patiënten met een RM of IBS doorgegeven.  

Ongeoorloofde afwezigheid  
Afwezigheid zonder verlof of voorwaardelijk ontslag wordt onmiddellijk gemeld. Ditzelfde geldt na terugkeer bij ongeoorloofde afwezigheid.  

Verlof en ontslag  
Gegevens omtrent verlof, voorwaardelijk ontslag en ontslag moeten maandelijks worden aangeleverd.  

Beëindiging IBS  
Maandelijks wordt voor patiënten bij wie de IBS is beëindigd een kort verslag met bevindingen aan de inspecteur gezonden.  

Overlijden  
Maandelijks worden de namen van de overleden patiënten (die een RM of IBS hebben) met vermelding van de doodsoorzaak doorgegeven.