| Middelen en maatregelen
4.1 Begripsafbakening middelen en maatregelen
In de wet BOPZ is er sprake van middelen
en -maatregelen die in het behandelplan zijn opgenomen en van middelen
en maatregelen in noodsituaties. In paragraaf 4.2 worden de behandelmiddelen
en -maatregelen uitgewerkt en in 4.3 de noodmiddelen en maatregelen.
4.2 Middelen en maatregelen in het behandelplan
Over de in het zorgplan opgenomen middelen
en maatregelen is in principe overeenstemming bereikt binnen het behandeltearn
en met de patiënt en/of diens vertegenwoordiger. Het gaat hierbij
om maatregelen die voorkomen dat de patiënt voor zichzelf of anderen
gevaar oplevert.
Toegestane middelen en maatregelen zijn:
- Afzondering, het door verpleging en
verzorging apart zetten van de patiënt in een daarvoor bestemde eenpersoonskamer
(geen deur dicht of op slot) of op een rustig plekje op de gang
- Fixatie, het op enigerlei wijze beperken
van de patiënt in zijn bewegingsmogelijkheden
- Toedienen van medicatie
- Toedienen van vocht of voedsel
Separatie
waarvoor een door de minister goedgekeurde
speciale kamer nodig is, is in het verpleeghuis verboden.
Wanneer de maatregel wordt toegepast met
toestemming en zonder verzet van de patiënt, hoeft er geen melding
te worden gedaan bij de inspectie.
Dwangbehandeling
Bij verzet van de patiënt of diens
wettelijk vertegenwoordiger tegen de toepassing van het zorgplan, of bij
weigering van vocht of voeding door de patiënt, is behandeling alleen
toegestaan wanneer dit volstrekt noodzakelijk is om ernstig gevaar voor
de patiënt of voor anderen af te wenden.
Wanneer de maatregel uit het zorgplan wordt
toegepast zonder toestemming of bij feitelijk verzet, dient dit bij de
inspectie te worden gemeld. Er wordt dan aangegeven om welke maatregel
het gaat.
In bijlage 2 wordt de meldingsprocedure
beschreven. Ook staat beschreven welke gegevens nog meer aan de inspectie
gemeld moeten worden.
4.3 Middelen en maatregelen in noodsituaties
Een noodsituatie is een situatie waarin
acuut ingrijpen noodzakelijk is, zonodig met toepassing van middelen en
maatregelen. Het betreft hier situaties waarin het zorgplan niet voorziet.
Het gaat hierbij om tijdelijke overbrugging van noodsituaties, die door
de patiënt worden veroorzaakt als gevolg van zijn ziekte (max. 7 dagen).
De middelen en maatregelen die toegestaan
zijn zijn dezelfde als beschreven in paragraaf 4.2.
Binnen 7 dagen dient het behandelplan aangepast
te worden.
Als de patiënt of diens wettelijk
vertegenwoordiger zich tegen de middelen en maatregelen verzet, moeten
deze gemeld worden bij de inspectie (zie ook 4.2, dwangbehandeling).
4.4. Bepalen van de toepassing van middelen
en maatregelen
De behandelend arts beslist over de toepassing
en draagt de verantwoordelijkheid voor de toepassing van middelen en maatregelen.
Is de arts niet aanwezig, dan dient een
ander (zijn vervanger en als die dan niet aanwezig is het verpleegkundig
dienstdoende hoofd) de maatregel te treffen.
In alle gevallen dient de arts zo spoedig
mogelijk de verantwoordelijkheid voor de beslissing over te nemen.
In het weekend moet het toepassen van de
maatregel gemeld worden aan de dienstdoende arts. Op de eerstvolgende werkdag
wordt de eigen arts ingelicht.
Deze zal dan alsnog zowel het registratie
formulier als het motivatie formulier invullen en toevoegen aan het Zorgdossier.
4.5. Registratie van middelen en maatregelen
Elke toepassing van middelen of maatregelen
moet in het hiertoe bestemd register worden vastgelegd. Ook de redenen
die tot toepassing hebben geleid moeten hierbij worden genoteerd (zie bijlage
2).
Eens per maand moeten alle middelen en
maatregelen per afdeling apart geregistreerd worden en door het Hoofd behandeling
aan de inspecteur voor de volksgezondheid gezonden worden.
Bijlage 2: Procedure middelen en maatregelen,
gegevensverstrekking aan de inspectie
B 2.1 Procedure in het verpleeghuis
Op de reguliere papieren visite (elke 4
weken) en bewonersbespreking (4 maal per jaar) worden de middelen en maatregelen
geëvalueerd.
In tussentijdse situaties is er overleg
tussen zorgcoordinator, verpleeghuisarts en wettelijk vertegenwoordiger.
* Indien de bewoner of de wëttelijk
vertegenwoordiger zich tegen de middelen en maatregelen verzet, wordt dit
gemeld aan de inspectie. Een kopie van het formulier waarop de melding
is gedaan wordt is bijgevoegd.
* Indien er geen verzet is, is rapportage
in het medisch dossier en in het zqrgdossier voldoende, middels 1x registratie
en 1x motivatieformulier = "beslisboom formulier".
* Indien het verzet dubieus is, wordt het
verzet gedurende een periode van 1 â 2 weken geobserveerd.Blijkt
het verzet consistent te zijn, dan wordt dit gemeld aan de inspectie.
Is er geen sprake van verzet, dan is rapportage
in het medisch dossier en in het zorgdossier voldoende.
Voor een afgewogen oordeel om middelen
en maatregelen in te stellen is een "beslisboom"formulier ontworpen. Een
kopie is bijgevoegd.
Bij verdwijnen van het verzet of na staken
van de middelen en maatregelen wordt dit ook doorgegeven aan de inspectie
met het daarvoor bestemde deel van het officiële meldingsformulier.
B2.2 Gegevensverstrekking aan de inspectie
Verpleeghuizen zijn verplicht een aantal
gegevens van opgenomen patiënten aan de inspectie aan te leveren.
De gegevens moeten formeel door de '1geneesheer-directeur' van de instelling
aangeleverd worden. Binnen het verpleeghuis is dat het Hoofd Behandeling.
Bij het aanleveren van gegevens wordt een
onderscheid aangebracht naar juridische status van de opgenomen patiënten.
a) voor alle opgenomen patiënten:
klachten
Iedere patiënt kan bij de klachtencommissie
van de stichting waar het verpleeghuis deel vanuit maakt klachten indienen.
De commissie zendt binnen 2 weken na het ontvangen van een klacht de met
redenen omklede beslissing op deze klacht naar de inspecteur. Als de klacht
niet in behandeling wordt genomen omdat een gelijke klacht nog in behandeling
is, wordt ook deze beslissing van het bestuur aan de inspectie medegedeeld.
Zie ook een aparte notitie klachtrecht.
b) Voor patiënten opgenomen via de
BOPZ-commissie en patiënten opgenomen met een RM ofIBS:
Middelen en maatregelen
Deze gegevens worden maandelijks geregistreerd
en op aanvraag aan de inspecteur voor de volksgezondheid ter hand gesteld.
Behandeling zonder toestemming of bij verzet
Deze gegevens moeten per geval uiterlijk
bij het begin van de behandeling worden doorgegeven (Zie procedure beschreven
in bijlage 2, kopje 1).
Overplaatsing
Wanneer het Hoofd Behandeling meent niet
aan een verzoek tot overplaatsing te kunnen voldoen zendt hij een afschrifti
van zijn beslissing aan de inspecteur van de Volksgezondheid van de provincie
Zuid-Holland.
c) Voor patiënten opgenomen met een
RM of IBS geldt daarnaast:
Opname
Maandelijks worden de namen van de in
afgelopen maand opgenomen patiënten met een RM of IBS doorgegeven.
Ongeoorloofde afwezigheid
Afwezigheid zonder verlof of voorwaardelijk
ontslag wordt onmiddellijk gemeld. Ditzelfde geldt na terugkeer bij ongeoorloofde
afwezigheid.
Verlof en ontslag
Gegevens omtrent verlof, voorwaardelijk
ontslag en ontslag moeten maandelijks worden aangeleverd.
Beëindiging IBS
Maandelijks wordt voor patiënten
bij wie de IBS is beëindigd een kort verslag met bevindingen aan de
inspecteur gezonden.
Overlijden
Maandelijks worden de namen van de overleden
patiënten (die een RM of IBS hebben) met vermelding van de doodsoorzaak
doorgegeven. |