patienetenrecht
in het verpleeghuis
I
Inleiding
II
Het zorgplan.
II.1
Wat is het zorgplan?
III
Het recht op informatie
III.1
Waarover krijgt een bewoner informatie?
III.2
Op welke wijze krijgt een bewoner informatie ?
III.3
Moet en bewoner ook informatie geven?
IV
Het toestemmings vereiste.
IV.1
Moet een bewoner toestemminggeven over de uitvoering van het zorgplan ?
IV.2
Kan de bewoner onderdelen van het zorgplan wijzigen?
IV.3
Is toestemming van de bewoner altijd noodzakelijk?
V
Vertegenwoordiging
V.1
Wie beslist als de bewoner dat zeif niet kan?
V.2
Wat is het mentorschap?
V.3
Op welke wuze beslist de vertegenwoordiger?
VI
De wilsverklaring
VI.1
Waarom een wilsverklaring?
VI.2
Welke soorten wilsverklaringen zijn er ?
VII
Het recht op inzage
VII.1
Mag een bewoner zijn gegevens inzien?
VII.2
Mag een ander de gegevens van de bewoner zien?
VII.3
Is inzage mogelijk in de gegevens van een overleden familielid?
VII.4
Hoe lang worden gegevens bewaard?
VIII
Het recht op geheimhouding
VIII.1
Hebben hulpverleners een geheimhoudingsplicht?
IX
Het recht op privacy
X
Tot slot
I
Inleiding
Opname in een verleehuis
is voor een bewoner een ingrijpende gebeuretenis. In een verpleeghuis is
het anders dan thuis. Een bewoner krijgt te maken met de regels van het
huis. Wat zijn die regels? Wat is het zorgplan? Kan een hulpverlener dat
zopmaar wijzigen? Wat is de betekenis van het patientenrecht in het verpleeghuis?
Mag een bewoner vragen om een gesprek onder vier ogen met zijn arts? Vragen
die voor zowel bewoners als voor hulpverleners belangrijk zijn.
Patientenrechten
zijn vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
(WGBO).Deze wet regelt de relatie tussen de patient en de hulpverlener,
ook in een verpleeghuis. Er werken mensen met verschiilende beroepen in
een verpleeghuis. Zoals bijvoorbeeld ziekenverzorgenden, verpleegkundigen,
verpleeghuisartsen, psychologen en fysiotherapeuten. De regels van de wet
gelden voor al deze hulpverleners.
In een verpleeghuis
wonen ook mensen die niet meer voor zichzelf kunnen beslissen. Dan behartigt
een vertegenwoordiger de belangen van de bewoner.Waar deze internetpagina
spreekt over de bewoner kan dus gelezen worden "de bewoner of zijn vertegenwoordiger".
Voor de leesbaarhied
is in de tekst de "hij" vorm gebruikt.Waar "hij" staat kan ook "zij' worden
gelezen.
II
Het zorgplan.
II.1
Wat is het zorgplan?
Verpleeghuiszorg
is teamwek. Verschillende hulpverleners werken samen om aan de bewoners
de meest geschikte zorg te bieden. Om dit god te regelen stelt het verpleeghuuis
voor iedere bewoner een zorgplan op. Dit zorgplan omschrijft alle afspraken
over de verzorging en de behandeling van een bewoner.Het zorgplan komt
in overleg met de bewoner tot stand. Het zorgplan van de bewoner beschrijft:
#
(de gezondheids)problemen van de bewoner
#
de verzorging en de ehandeling die de bewoner nodig heeft
#
wat men wil breiken met de verzorging of de behandeling
#
welke activiteiten die daarvoor worden ndernomen
#
wie deze activiteiten uitvoert
#
wat de bewoner zelf wil en kan doen
Ook hulp van familie
en vrijwilligers kan een plaats krijgen in het zorgplan.
Voorbeeld:
Mevrouw zwartjes
heeft een hersenbloeding gehad. Haar arm en been zijn licht verlamd. In
haar zorgplan staan de volgende afspraken. Zij krijgt logopedie voor haar
spraakprobleem. Om haar arm en been te trainen krijgt zij ergotherapie
en fysiotherapie. Zij kan zichzelf wassen waarbij zij zonodig geholpen
word door de ziekenverzorgenden. Eens per week komt een vrijwilliger om
met mevrouw Zwartjes te gaan wandelen.
Voor de inhoud van
het zorgplan is de verpleeghuisarts verantwoordelijk. Iedere bewoner heeft
zijn eigen behandelend verpleeghuisarts. De uitvoering gebeurt door verschillende
hulpverleners. Meestal is een verpleegkundige of verzorgende de "zorgplancoordinator",
ook wel eerstverantwoordelijke-verpleegkundige of verzorgende genoemd.
Deze orgraniseert de hulp en is het aanspreekpunt voor vragen over het
zorgplan. Geregeld vind met de bewoner een gesprek plaats over de uivoering
van het zorgplan. Bij dit gesprek kunnen verschillende hulpverleners aanwezig
zijn. Meestal is het wijzigen van de afspraken noodzakelijk. Er kunnen
nieuwe afspraken worden gemaakt. Dan wordt het zorgplan van de bewoner
bijgesteld om steeds de goede zorg te kunnen verlenen.
III
Het recht op informatie
III.1
Waarover krijgt een bewoner informatie?
Om een zorgplan
te kunnen vaststellen is overleg met de bewoner noodzakelijk. Van zijn
arts krijgt een bewoner informatie over de verzorgings- en behandelingsmogelijkheden.
Dit betreft medische informatie, maar ook informatie over de behandeling
van bijvoorbeeld de fysiotherapeut. De arts geeft aan welke mogelijkheden
er voor de bewoner zijn.Ook geeft de arts aan wat de gevolgen kunnen zijn
van een bepaald soort behandeling. De arts geeft een advies over de te
volgen behandeling. Als de bewoner niet alle informatie meteen kan verwerken
kan de arts de informatie in gedeeltes geven. Het is van belang dat de
bewoner alle informatie goed begrijpt. Ook tijdens de uitvoering van het
zorgplan krijgt een bewoner informatie. Het betreft dan uitleg over de
verzorging of de behandeling. Dit gebeurt onder andere door de verpleegkundige,
de verzorgende en de maatschappelijk werkende.
Voorbeeld
Mevrouw Diepman
heeft verschijnselen van doorliggen. In de bespreking van haar zorgplan
komt dit aan de orde. De arts stelt voor bepaalde maatregelen te nemen,
waar mevrouw Diepman mee instemt. De verzorgende legt de volgende morgen
uit wat ze allemaal gaat doen. Als het de bewoner niet duidelijk is aan
wie hij zijn vragen moet stellen, kan hij deze voorleggen aan de zorgpancoordinator,
de verantwoordelijk verpleegkundige of zijn verpleeghuisarts.
III.2
Op welke wijze krijgt een bewoner informatie ?
Een hulpverlener
stemt de informatie af op de persoon en de wensen van de bewoner. De ene
bewoner wil bijvoorbeeld meer weten dan de andere. Het is belangrijk dat
een bewoner al zijn vragen over zijn verzorging en behandeling kan stellen.
Als hij het antwoord niet begrijpt moet hij dat gerust kunnen zeggen. De
hulpverlener vraagt of alles duidelijk is wat hij heeft uitgelegd.
Tips
* Hulpverlener en
bewoner kunnen na afloop van een gesprek de belangrijkste punten op een
rijtje zetten.
* De bewoner kan
van tevoren opschrijven wat hij wil weten. Voor de hulpverlener is het
dan duidelijk waarover hij in ieder geval informatie moet geven.
* De bewoner kan
iemand meenemen, zoals een familielid of een goede bekende. Deze kan de
bewoner zonodig aanvullen.
* De bewoner kan
vragen of de hulpverlener bepaalde informatie op schrift meegeeft. Dat
geeft de bewoner de mogelijkheid in alle rust de informatie te overdenken.
III.3
Moet en bewoner ook informatie geven?
Hulpverleners geven
informatie over de verzorging en de behandeling. Omgekeerd is het belangrijk
dat de bewoner ook informatie geeft. Van de bewoner word verwacht dat de
vragen van de hulpverlener zo goed mogenlijk door hem worden beantwoord.
Uiteraard hoeft een bewoner alleen informatie te gevn die van belang is
voor zijn behandeling of vrzorging. Daarnaast verteld de bewoner de hulpverlenser
wanneer er veranderingen optreden in zijn gezondheid. Hij geeft ook aan
wanneer hij veranderingen in de zorg wenst. Zo kunnen hulpverleners steeds
passende verzorging en behandeling geven.
IV
Het toestemmings vereiste.
IV.1
Moet een bewoner toestemminggeven over de uitvoering van het zorgplan ?
Een zorgplan komt
in goed overleg met de bewoner tot stand. In het overleg kan de bewoner
zijn wensen naar voren brengen. De hulpverlener respecteert de mening van
de bewoner. Het uiteindelijke zorgplan heeft de instemming van de bewoner
nodig. Nadat bet zorgplan is vastgesteld kan de uitvoering starten. De
bewoner werkt hieraan zo goed mogeluk mee. Wanneer er sprake is van een
ingrijpende behandeling voor de bewoner vraagt de arts uitdrukkelijk toestemming.
In de overige gevallen gaan de hulpverleners ervan uit dat de bewoner zijn
toestemming stilzwijgend geeft. Dit blijkt vanzelf als de bewoner meewerkt
aan de behandeling. Met het vaststellen van het zorgplan geeft de bewoner
zijn toestemming voor alle activiteiten die daarin beschreven staan. Voor
de uitvoering van deze activiteiten hoefi de arts of de ziekenverzorgende
niet telkens apart om toestemming te vragen.
IV.2
Kan de bewoner onderdelen van het zorgplan wijzigen?
Bij de bespreking
van het zorgplan kan blijken dat de afspraken niet meer voldoen. Met toestemming
van de bewoner kan het zorgplan veranderd worden. Ook tussentijds kan een
bewoner de afspraken willen wijzigen. De bewoner hoeft niet te wachten
tot het eerstvolgende overleg over zijn zorgplan. Hij kan zelf vragen om
een gesprek met de zorgplancoordinator, de verpleegkundige of zijn behandelend
arts.
Voorbeeld
Het programma waarmee
de heer Albeda heeft ingestemd valt hem zwaar. Vier keer per week frsiotherapie
is hem te veel. Hij heeft veel pijn De heer Albeda bespreekt dit met de
verpleegkundige. Die legt het voor aan de arts die het volgende voorstelt.
De komende weken krijgt hij voorlopig twee tot drie maal fysiotherapie,
afrankelijk van hoe hij zich voelt. De heer Albeda stemt daarmee in. Niet
alle behandelingen kunnen direct worden stopgezet. Soms is het juist in
het belang van de bewoner om een behandeling af te maken.
IV.3
Is toestemming van de bewoner altijd noodzakelijk?
In noodsituaties
mag een hulpverlener handelen zonder dat de bewoner toestemming geeft.
Het gaat om situaties die niet zijn voorzien en waarover in het zorgplan
geen afspraken zijn gemaakt. Het belang van snel handelen voor de bewoner
gaat in zo'n geval voor de regel dat zij toestemming nodig is.
Voorbeeld
Tijdens het koffie
drinken zakt de heer De Groot in elkaar en raakt bewusteloos. De arts is
toevallig in de buurt. Hjj begint meteen met de behandeling. Hij kan niet
wachten tot de heer De Groot weer bij kennis is om toestemming te geven.
V
Vertegenwoordiging
V.1 Wie beslist
als de bewoner dat zeif niet kan?
Er zijn mensen die
niet meer voor zichzelf kunnen beslissen. Deze mensen kunnen dus niet zelf
instemmen met hun behandeling of verzorging. Een vertegenwoordiger van
de bewoner treedt dan als belangenbehartiger van de bewoner op. De vertegenwoordiger
neemt beslissingen over verzorging, verpleging en behandeling. Vaak is
het duidelijk wie de vertegenwoordiger van de bewoner zal zijn. In eerste
instantie is dat de echtgenoot of partner, anders een ouder, kind, broer
of zuster. In het zorgdossier wordt vastgelegd wie als vertegenwoordiger
van de bewoner optreedt. Een bewoner beslist in principe zelf. Alleen als
de bewoner dat zelf niet kan, beslist de vertegenwoordiger. Niet altijd
is het nodig om alles uit handen te nemen.
Voorbeeld
Mevrouw Huigen is
dementerend. Ingrijpende beslissingen over een noodzakelijke operatie kan
zij niet meer overzien. Haar vertegenwoordiger beslist daarover. Zij kan
nog wel redelijk voor zichzelf zorgen. Mevrouw Huigen weet wat zij wil
eten en welke kleren zij aan wil trekken. Voor deze zaken is het niet nodig
dat een vertegenwoordiger beslist. De verpleeghuisarts beoordeelt of de
bewoner zelf kan beslissen of dat overleg met de vertegenwoordiger nodig
is. Als een vertegenwoordiger moet meebeslissen, is het nodig dat hij informatie
over de bewoner krijgt. Het zorgplan wordt met de vertegenwoordiger doorgesproken.
De vertegenwoordiger moet met de afspraken instemmen. Ook moet een vertegenwoordiger
instemmen met een wijziging van het zorgplan. De vertegenwoordiger geeft
de gemaakte afspraken door aan de overige familie.
V.2 Wat is het mentorschap?
Soms is het moeilijk
om een vertegenwoordiger te vinden. Bijvoorbeeld omdat de bewoner geen
directe familie heeft of de familie het onderling oneens is. Dan kan mentorschap
een oplossing bieden. De kantonrechter kan op verzoek een mentor benoemen,
bijvoorbeeld een goede vriendin of een buurman. Een mentor is de vertegenwoordiger
bij beslissingen over verzorging, verpleging en behandeling. Een mentor
beslist niet over financiele zaken. Om ook financiele zaken te kunnen laten
regelen door een vertegenwoordiger is het nodig dat de rechter een bewindvoerder
of een curator benoemt.
V.3 Op welke wuze
beslist de vertegenwoordiger?
Een vertegenwoordiger
kent meestal de bewoner, zijn levensgeschiedenis en zun opvattingen. Hij
houdt bij zijn beslissing het belang van de bewoner in het oog. Een hulpverlener
hoeft de beslissing van een vertegenwoordiger echter niet altijd te volgen.
De verpleeghuisarts is eindverantwoordelijk. Bij een verschil van inzicht
zoeken de arts en de vertegenwoordiger naar een oplossing waar beiden mee
kunnen instemmen. Bij een blijvend meningsverschil neemt de arts de uiteindelijke
beslissing.
VI
De wilsverklaring
I I VI.1 Waarom
een wilsverklaring?
Een bewoner kan
zaken willen regelen voor zijn toekomst. Het kan gebeuren dat hij zo ziek
wordt dat hij niet meer voor zichzelf kan beslissen. Een ziekenverzorgende
kan opmerken dat een bewoner hierover vragen heeft. De ziekenverzorgende
kan er met de bewoner over praten en hem op de mogelijkheid wijzen een
wilsverklaring op te stellen. Dat is een verkiaring waarin een bewoner
zijn wensen of ideeen vastlegt. Alleen iemand die zelf nog goed kan beslissen
kan een geldige wilsverklaring opstellen.
VI.2 Welke soorten
wilsverklaringen zijn er?
Er zijn twee soorten
wilsverklaringen.
1) Benoeming van
een vertegenwoordiger
Een bewoner kan
een vertegenwoordiger benoemen. De bewoner bepaalt dan zelf wie er,
als dat nodig mocht zijn, voor hem zal beslissen. Hij kan zaken die hij
belangrijk vindt van te voren doorspreken met de vertegenwoordiger.
Voorbeeld
Mevrouw Jansma is
niet getrouwd. Zij heeft twee broers en een jongere zus. Met haar zus heefi
zij een hele goede band. Zij wil dat haar zus later als haar vertegenwoordiger
zal optreden. Haar zus is daartoe bereid. Daarom stelt zij een verklaring
op waarin zij haar zus als haar vertegenwoordiger aanwijst. Zij geeft deze
verkiaring aan haar zus en aan haar arts zodat die van haar wens op de
hoogte zijn.
2) Een uitspraak
over wel of geen behandeling
Het is ook mogelijk
om een verklaring op te stellen met wensen voor het doen of nalaten van
bepaalde behandelingen. Zo'n verkiaring kan een belangrijke hulp zijn wanneer
een ander voor de bewoner moet beslissen. Voorbeelden hiervan zijn: het
wet of niet wensen van reanimatie, van sondevoeding of van 1evensbeeindigend
handelen (euthanasie).
Tip..
Een bewoner kan
zo'n wilsverklaring het best opstellen in overleg met de verpleeghuisarts.
Dan kunnen er later geen misverstanden of onzekerheden over de verklaring
ontstaan. De verklaring wordt opgenomen in het zorgplan van bewoner. Het
is aan te raden om ervoor te zorgen dat ook familieleden van de verkiaring
op de hoogte zijn. Een duidelijke verklaring dat een bewoner een bepaalde
behandeling niet wenst wordt in principe gerespecteerd. De bewoner zou
voor die behandeling geen toestemming hebben gegeven als hij daartoe nog
in staat was. De behandeling zal dus niet ingezet worden. Een verklaring
waarin een bewoner juist wel om een bepaalde handeling vraagt telt minder
sterk. Per situatie weegt de verpleeghuisarts af of hij de handeling medisch
zinvol vindt en of hij hem voor zijn geweten kan verantwoorden. Een arts
hoeft niet te voldoen aan de behandelwens. De arts zal dit bij het opstellen
van de verklaring met de bewoner bespreken. De vertegenwoordiger die voor
de bewoner moet beslissen houdt rekening met de wensen die een bewoner
heeft vastgelegd in een wilsverklaring.
VII
Het recht op inzage
VII.1 Mag een bewoner
zijn gegevens inzien?
Het verpleeghuis
bewaart alle gegevens die met de zorg te maken hebben. Gegevens staan in
het zorgplan, het medisch dossier of het dossier van bijvoorbeeld de fysiotherapeut.
Soms zitten al deze gegevens samen in een dossier. Een bewoner mag al deze
gegevens inzien. Een uitzondering geldt voor gegevens die niet over hemzelf
gaan. Wanneer een bewoner inzage wenst in zijn gegevens, kan hij dit verzoeken
aan zijn zorgplancoordinator of de verpleeghuisarts. Inzage kan plaatsvinden
samen met iemand van het verpleeghuis. Deze kan meteen uitleg geven over
de inhoud van het dossier. Een bewoner kan vragen om een kopie van zijn
dossier of een gedeelte daarvan. De kosten hiervan moet de bewoner betalen.
VII.2 Mag een ander
de gegevens van de bewoner zien?
De bewoner zelf
en zijn vertegenwoordiger hebben het recht de gegevens over de bewoner
in te zien. Ook hulpverleners die bij de behandeling zijn betrokken mogen
dat. Dat geldt niet voor leerlingen, stagiaires of hulpverleners die de
bewoner niet behandelen of verzorgen.
Voorbeeld
Mevrouw Gersen heeft
een ernstig ongeluk gehad waarbij haar hersens beschadigd zijn geraakt.
Er is enige onduidelijkheid over haar verzorging. Haar man vraagt inzage
in haar zorgplan om de afspraken te kunnen nalezen. Omdat hij de vertegenwoordiger
is van mevrouw Gersen, is dat toegestaan. Wanneer de bewoner daar uitdrukkelijk
toestemming voor geeft mag ook een ander inzage krijgen in zijn gegevens.
Om te voorkomen dat onbevoegden inzage krijgen bewaart een verpleeghuis
de dossiers zorgvuldig.
VII.3 Is inzage mogelijk
in de gegevens van een overleden familielid?
Nabestaanden hebben
niet automatisch recht op inzage in het dossier van een overleden familielid.
Zij kunnen om inzage verzoeken. De arts zal inzage verlenen wanneer hij
denkt dat de overledene daartegen geen bezwaar zou hebben gehad.
VII.4 Hoe lang worden
gegevens bewaard?
Gegevens moeten
minimaal tien jaar worden bewaard. Na die tijd kunnen ze worden vernietigd,
tenzij er redenen zijn om ze langer te bewaren.
VIII
Het recht op geheimhouding
VIII.1 Hebben hulpverleners
een geheimhoudingsplicht?
Hulpverleners die
in een verpleeghuis werken komen veel over bewoners te weten. Het is belangrijk
dat een bewoner erop kan vetrouwen dat de huipverleners zorgvuldig met
deze informatie omgaan. Alle hulpverleners die in een verpleeghuis werken
hebben daarom een geheimhoudingsplicht. Dat betekent dat zij informatie
over bewoners voor zichzelf moeten houden. Voor een goede zorgverlening
is het nodig dat hulpverleners wel onderling informatie uitwisselen. Dat
is toegestaan, omdat de bewoner daarvan op de hoogte is. De familie krijgt
informatie van de hulpverlener, als de bewoner daar toestemming voor geeft.
Aan de bewoner wordt gevraagd, wie wel en geen informatie mag krijgen.
Voorbeeld
Af en toe komt de
schoonzus van de heer De Wit hem een bezoek brengen. Ze staan niet op goede
voet met elkaar. De heer De Wit vindt zijn schoonzus akelig nieuwsgierig.
De verzorgenden weten dat zij niet zomaar alles over zijn wel en wee aan
haar mogen vertellen. Zijn vrouw daarentegen mag alles over hem weten.
IX
Het recht op privacy
ledere bewoner heeft
behoefie aan een zekere ruimte waar hij zich veilig kan voelen en waar
hij zichzelf kan zijn. Binnen de grenzen van het huis krijgt een bewoner
de gelegenheid zijn leven naar eigen inzicht te leven. Enige aanpassing
van de bewoners is onvermijdelijk. Een bewoner leeft nu eenmaal samen met
anderen.
Het recht op privacy
kent veel aspecten, zoals:
* een bewoner wordt
niet onnodig gestoord;
* een bewoner kan
rustig en afgezonderd bezoek ontvangen;
* een bewoner kan
een telefoongesprek voeren zonder dat iemand meeluistert;
* een bewoner krijgt
een respectvolle bejegening;
* een bewoner krijgt
medische informatie niet in de huiskamer, maar in een aparte ruimte;
* behandeling en
verzorging vindt niet in de huiskamer of in een andere openbare ruimte
plaats;
* een bewoner kan
zich desgewenst terugtrekken.
leder verpleeghuis
geefi binnen zun eigen mogelijkheden invulling aan het recht op privacy.
Vaak is het niet
mogelijk dat iedere bewoner een eigen kamer krijgt. Het verpleeghuis zoekt
dan andere manieren om bewoners persoonlijke leefruimte te geven. Het kan
zijn dat een bewoner een wens heeft die niet standaard is geregeld in het
huis. Of hij wil graag zo veel mogelijk geholpen worden door een bepaalde
verzorgende. Hij kan zijn vraag voorleggen aan de verzorgenden. Het verpleeghuis
komt hier zoveel mogelijk aan tegemoet.
Voorbeeld
Meestal ontvangt
de heer Singers zijn bezoek gewoon in de huiskamer. Volgende week komen
zijn zoon en dochter om te praten over de woning van de heer Singers; deze
staat nu leeg. De heer Singers vraagt de verzorgenden om een aparte ruimte,
waar hij deze familiezaken rustig kan doorspreken. Dit wordt voor hem geregeld.
X
Tot slot
Deze site geeft
een overzicht van de belangrijkste regels van het patientenrecht in het
verpleeghuis. De regels krijgen pas betekenis in de dagelijkse praktijk.
Veel bewoners zijn niet zo gewend om duidelijk te zeggen wat ze willen
en verwachten. Dat is ook moeilijk. Verzorgenden en andere hulpverleners
staan daarom open voor vragen en wensen van de bewoners. Zo kunnen de regels
hun invulling krijgen. Dat doen verzorgenden en bewoners samen. |