Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
Wet op de geneeskundige
behandelingsovereenkomst (WGBO)
Deze wet regelt de relatie tussen patiënt
en zorgverlener (artsen, verpleegkundigen, orthopedagogen, psychologen,
verloskundigen, fysiotherapeuten, logopedisten, orthopedagogen et cetera).
Wanneer een patiënt de hulp van een zorgverlener inroept, ontstaat
een geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen hen. De patiënt
is opdrachtgever tot zorg, hetgeen gedefinieerd wordt als: onderzoek, het
geven van raad en handelingen op het gebied van de geneeskunst, die het
doel hebben iemand van een ziekte te genezen, ziekte te voorkomen of de
gezondheidstoestand te beoordelen, of het verlenen van verloskundige bijstand.
De WGBO is dwingend recht, dat wil zeggen
dat zorgverleners (of zorgverlenende instanties) en patiënten onderling
geen afspraken kunnen maken die in strijd zijn met de WGBO.
In de WGBO zijn een aantal spelregels
vastgelegd, die voorheen in losse wetten en in rechterlijke uitspraken
te vinden waren.
De plichten van de patiënt
De patiënt moet de zorgverlener goed,
eerlijk en volledig op de hoogte stellen van zijn problematiek. Met juiste
en volledige informatie kan de zorgverlener sneller en beter een diagnose
stellen en kan hij beter zorg verlenen. Dit klinkt logisch en redelijk,
maar vaak worden uit schaamte, gemakzucht of onverschilligheid, of in de
overtuiging dat het onbelangrijk zaken verzwegen of anders voorgesteld.
De patiënt moet zo veel mogelijk met de zorgverlener meewerken en
adviezen opvolgen. Een andere belangrijke plicht van de patiënt is
de zorgverlener te betalen.
Het recht van de patiënt op informatie
Als patiënt hebt u recht op informatie,
in begrijpelijke taal, over uw ziekte, de behandeling, de gevolgen en risico's
van die behandeling en over eventuele alternatieve behandelingen. De zorgverlener
zal, als dat gewenst en noodzakelijk is, de informatie schriftelijk geven,
zodat de patiënt die nog eens rustig kan nalezen. Als de zorgverlener
denkt dat bepaalde informatie bij de patiënt slecht zal vallen, dan
is dat geen reden om de patiënt deze informatie niet te geven. Alleen
als naar het oordeel van de zorgverlener het geven van bepaalde informatie
ernstig nadeel voor de patiënt zal opleveren, dan verstrekt hij die
informatie niet. De zorgverlener is wel verplicht dit met een andere zorgverlener
te overleggen.
Alleen met voldoende informatie kunt u
goed meedenken en meebeslissen over de behandeling. De WGBO schrijft dit
ook voor: u beslist samen met de hulpverlener wat er gaat gebeuren.
Het recht van de patiënt om geen informatie
te willen
Als een patiënt zegt bepaalde informatie
niet te willen, dan krijgt hij die informatie niet, tenzij dit ernstig
nadeel voor hemzelf of anderen oplevert, dan krijgt de patiënt toch
die informatie van de zorgverlener.
Het recht van de patiënt op inzage
in zijn dossier
Van iedere patiënt wordt een medisch
dossier bijgehouden. Hierin staan alle gegevens die betrekking hebben op
uw behandeling. Omdat het dossier gaat over úw lichaam en gezondheid
kunt u het uiteraard inzien, met uitzondering van de gegevens die niet
over uzelf gaan. Op de hulpverlener na mag niemand anders het dossier inzien,
tenzij u daar toestemming voor geeft.
Tot inzage dient zo spoedig mogelijk gelegenheid
te worden gegeven. U heeft recht op kopieën van uw dossier, waarvoor
de zorgverlener een redelijke bedrag in rekening mag brengen.
Als u een andere visie heeft dan welke
in uw dossier staat, dan mag u aan de zorgverlener vragen om het dossier
te wijzigen of om uw visie toe te voegen aan het dossier.
Medische dossiers moeten minimaal 10 jaar
bewaard blijven. Op verzoek van een patiënt moet echter een dossier
binnen 3 maanden vernietigd worden door de zorgverlener, tenzij dat in
strijd is met de wet of nadeel voor een ander dan de patiënt kan opleveren.
Daarbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan aandoeningen die mogelijk
erfelijk bepaald zijn. In het belang van anderen zal een goed zorgverlener
in zulke gevallen het verzoek om vernietiging van een dossier naast zich
neer leggen. Ook de mogelijkheid van wetenschappelijk onderzoek verzet
zich tegen het vernietigen van bepaalde medische dossiers.
Het recht van de patiënt op bescherming
van zijn privacy
De zorgverlener dient de privacy van de
patiënt te beschermen en te bewaren. Alles moet vertrouwelijk worden
behandeld. Medische handelingen mogen alleen uitgevoerd worden als niemand
anders die kan waarnemen, tenzij de patiënt daarmee instemt. Het medisch
dossier is alleen ter inzage aan de zorgverlener en degenen die betrokken
zijn bij de behandeling. De zorgverlener mag geen enkele informatie aan
derden verstrekken (inclusief directe familie), tenzij de patiënt
daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven of als de wet de zorgverlener
daartoe verplicht, of als het informatie betreft ten behoeve van wetenschappelijk
onderzoek, maar dan alleen onder strikte voorwaarden.
Het overlijden van een patiënt betekent
niet dat diens privacy niet meer beschermd hoeft te worden. Ook na de dood
hebben derden geen recht op inzage in het dossier, tenzij de zorgverlener
zeker weet dat de patiënt daar geen bezwaar tegen gehad zou hebben.
De plicht van de zorgverlener informatie
te verstrekken
Niet alleen heeft de patiënt recht
op informatie, de zorgverlener is zelfs verplicht de patiënt informatie
te verschaffen. De zorgverlener moet in voor de patiënt te bevatten
bewoordingen vertellen over het onderzoek, de voorgestelde behandeling
en alternatieven, en de gezondheidstoestand van de patiënt. Hierbij
wordt wel het principe der redelijkheid gehanteerd: als er bijvoorbeeld
een kans van één op een miljoen is op een bepaalde bijwerking
van een bepaalde behandeling, dan hoeft dat niet besproken te worden.
De plicht van de zorgverlener een medisch
dossier bij te houden
In het medisch dossier moeten aantekeningen
gemaakt worden door de zorgverlener over de behandeling en de gezondheidstoestand
van de patiënt. Dit alles voor zover dit voor een goede zorgverlening
aan de patiënt nodig is.
De zorgverlener moet het dossier minimaal
10 jaren bewaren, of zoveel langer als redelijkerwijs uit de zorg van een
goed hulpverlener voortvloeit.
De plicht van de zorgverlener de privacy
van de patiënt te bewaren
Het is de plicht van de zorgverlener er
voor te zorgen dat geen inlichtingen over de patiënt aan derden ter
beschikking komen. Tenzij de patiënt hier uitdrukkelijk toestemming
voor heeft gegeven. Alleen personen die direct bij het onderzoek en de
behandeling betrokken zijn, mogen over de patiëntgegevens beschikken.
Zonder toestemming van de patiënt
kunnen wel gegevens aan derden verstrekt worden ten behoeve van wetenschappelijk
onderzoek of statistiek indien het vragen van toestemming niet mogelijk
is en de patiënt niet onevenredig wordt geschaad, of het vragen van
toestemming niet redelijk is en de gegevens niet tot de patiënt herleidbaar
zijn.
Als een patiënt echter uitdrukkelijk
bezwaar heeft gemaakt tegen het verstrekken van gegevens ten behoeve van
wetenschappelijk onderzoek of statistiek, dan mag de zorgverlener geen
gegevens verstrekken.
Het wetenschappelijk onderzoek moet wel
een algemeen belang dienen en het moet niet ook zonder de patiëntgegevens
uitgevoerd kunnen worden. Als er gegevens ten behoeve van wetenschappelijk
onderzoek of statistiek verstrekt worden, dan wordt dat door de zorgverlener
in het dossier genoteerd.
Het recht van de zorgverlener om verzoeken
van een patiënt te weigeren
Voor diverse beroepen in de gezondheidszorg
gelden professionele standaards. De zorgverlener heeft het recht om niet
op een onredelijk verlangen van de patiënt in te gaan. De zorgverlener
laat zich bij nemen van zijn beslissingen leiden door zijn eigen deskundigheid
en mag bijvoorbeeld een verzoek van de patiënt weigeren om een röntgenfoto
te laten maken.
Toestemming van de patiënt is vereist
Voor ieder onderzoek en voor iedere behandeling
is toestemming nodig van de patiënt. De patiënt beslist uiteindelijk
of er wel of niet behandeld wordt, niet de zorgverlener. De patiënt
heeft het recht een behandeling of onderzoek te weigeren en gegeven toestemming
weer in te trekken.
Bij ingrijpende onderzoeken of behandelingen
wordt uitdrukkelijk om de toestemming van de patiënt gevraagd. In
de overige gevallen wordt ervan uitgegaan dat de patiënt stilzwijgend
toestemming geeft. Wanneer de patiënt daar om vraagt, wordt in het
medisch dossier genoteerd voor welke behandelingen of onderzoeken toestemming
is verleend. |