Afasie in een verpleeghuis
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 Afasie in een verpleeghuis  
Gemaakt door Marielle Hogenbrink; verpleegkundig verslag 1998 behorend bj de opleiding ziekenverzorgende  
Belangrijk: de gekozen namen van clienten zijn fictief gekozen in dit verslag  

Inhoudsopgave  
Hoofdstuk 1  
Afasie-algemeen  
§1.1 Wat is afasie  
§ 1.2 Wat zijn de oorzaken van afasie  
§1.3 Welke typen van afasie heb je  
§ 1.4 Welke bijkomende problemen kunnen er zijn?  
§1.5 Welke behandelingen zijn er voor bewoners met afasie  
§ 1.6 Wat is de visie van het verpleeghuis  
§ 1.7 Eigen visie als ziekenverzorgende  
§ 1.8 P.S.S.-eenheid  
§1.9 Gedicht  

Hoofdstuk 2  
Bewoner met afasie  
§ 2.1 Betekenis van afasie in het dagelijks leven  
§ 2.2 Verpleegplan  
§ 2.3 Opname van een bewoner met afasie  
§ 2.4 Familie/ achtergrond  
§ 2.5 Communicatie  
§ 2.6 Normen en waarden  

Hoofdstuk 3 Begeleiding van een bewoner met afasie  
§ 3.1 Werkdruk en begeleiding  
§ 3.2 Andere disciplines  
§ 3.3 Hulpmiddelen  
§ 3.4 Rol van ziekenverzorgende  
§ 3.5 Mede bewoners  
§ 3.6 Privacy en omgeving  

Hoofdstuk 4 Overige informatie  
§4.1 Toekomstperspectief  

Nabeschouwing  

Inleiding  
Dit verslag maak ik naar aanleiding van een opdracht die wij op school gekregen hebben in het kader van mijn opleiding tot ziekenverzorgende. Ik ben een 2e jaars leerling en ben werkzaam in een somatisch verpleeghuis.  
Dit verpleegkundig verslag gaat over bewoners die afasie hebben. Wat afasie nou precies is, kunt u lezen in dit verslag. Ik heb het onderwerp afasie gekozen, omdat ik momenteel werkzaam ben op een afdeling waar ik veel bewoners moet verzorgen die afasie hebben. Aan de hand van dit verslag wil ik meer over dit onderwerp te weten komen, zodat de omgang tussen de bewoners en het personeel makkelijker gaat, en wij de bewoners beter leren te begrijpen.  
Het onderwerp van mijn verpleegkundig verslag heb ik uitgewerkt met behulp van de P.O.M. (Probleem Oplossende Methode), dit is een methode waarbij ik aan de hand van een centrale vraagstelling een aantal stappen doorloop om zo een antwoord te kunnen geven op de gemaakte vraagstelling.  
Mijn persoonlijk leerdoel is dat ik op een goede wijze zorg kan verlenen aan bewoners die afasie hebben in een verpleeghuis. Om dit op een goede manier te kunnen uitvoeren dus "zorg op maat", zijn een aantal punten van groot belang:  
-de relatie tussen de ziekenverzorgende en bewoner  
-de gevoelens van de ziekenverzorgende en bewoner  
-inlevingsvermogen.  
Mijn centrale vraagstelling is:  
Hoe ga je als ziekenverzorgende om met bewoners die afasie hebben in een verpleeghuis.  

Hoofdstuk 1. Afasie-algemeen  
§1.1 Wat is afasie?  
Afasie is een taalstoornis waardoor mensen niet meer kunnen spreken en schrijven zoals voordien. Ook kunnen zij nog maar gedeeltelijk begrijpen wat er tegen hen gezegd wordt of wat ze lezen. Men spreekt alleen van afasie als de bewoner voor het ontstaan van de afasie over een normale taalvaardigheid beschikte. Als we willen weten wat afasie voor iemand betekent, hoeven we alleen maar te kijken naar het belang van de taal. Taal gebruiken we op veel manieren en in vele situaties, bijvoorbeeld als we:  
-   Spreken  
-   Luisteren en begrijpen  
-   Schrijven  
-   Lezen.  
Mensen met afasie worden dus ernstig in hun communicatie belemmerd. Doordat men niet meer kan zeggen wat men wil of niet volledig begrijpt wat anderen zeggen verliest men het contact met de medemens. Taal heeft ook te maken met het kiezen van de woorden waarmee we onze gedachten, gevoelens en verlangens kunnen verwoorden, en wel op zo'n manier dat een ander ons kan begrijpen. De taal zoals wij die gebruiken bestaat uit een ingewikkeld systeem. Met bepaalde klanken vormen we woorden en met deze woorden vormen we onze zinnen. Hierdoor zijn we in staat de dingen om ons heen een naam te geven en bepaalde stemmingen en situaties onder woorden te brengen. Tengevolge van afasie kan dit taals_ystyeem teniet gedaan zijn. Het is ontregeld geraakt. In het ergste geval lukken het spreken en het begrijpen van zinnen niet meer. Schrijven en lezen zijn nauwelijks of helemaal niet meer mogelijk. Het spreekt vanzelf dat dit een zeer ingrijpende verandering betekent in het leven van de afasie bewoner en zijn familie. Afasie veroorzaakt echter geen stoornis in het denkvermogen. Toch speelt taal een belangrijke rol bij het denken. De afasie verarmt soms wel de mogelijkheden om gedachten te ontwikkelen. Toch heeft een afasie bewoner wel degelijk weet van de dingen om hem heen. Hij kan beslist niet als geestelijk onvolwaardig worden beschouwd. Wetenschappers weten nog maar heel weinig van de manier waarop onze hersenen werken. Maar wat wel duidelijk is: de afasie bewoner heeft niet zijn verstand verloren. En er is ook geen sprake van een dementiesyndroom.  

§ 1.2 Wat zijn de oorzaken van afasie  
Afatische symptomen ontstaan alleen op basis van een beschadiging van de hersenen en de lesies zijn bij rechtshandige mensen meestal gelokaliseerd in de linker hemisfeer. Veel tijd en aandacht hebben neurologen besteed aan de studie van de relatie tussen de plaats van de lesie en de vorm (of het type) van de afasie.  
De meest voorkomende oorzaak van afasie is een C.V.A., cerebrovasculair-accident. De oorzaak van een C.V.A. is een onderbreking van de bloedvoorziening naar een gedeelte van de hersenen.  
Er zijn nog andere oorzaken voor het krijgen van afasie, bijvoorbeeld een hersentumor of een trauma, ontstekingen, vergiftigingen en operaties en bepaalde vormen van epilepsie.  
In Nederland zijn er meer dan 30.000 afasiepatiënten, per jaar komen er 3500 nieuwe gevallen bij.  

§ 1.3 Welke typen van afasie heb je  
De stoornissen, die bij afasie voorkomen worden verdeeld in vier typen afasie:  
1.      Globale afasie:  
- de bewoner kan niet spreken  
- de bewoner begrijpt de taal van de ander slecht  
- de bewoner kan niet lezen en schrijven  
Dit is een zeer ernstige vorm van afasie, vandaar de term globale afasie.  
2.      Broca afasie:  
- de bewoner heeft moeite met het vinden van woorden  
- de bewoner spreekt in onvolledige zinnen  
- het lezen en schrijven kan gestoord zijn  
- het begrijpen van de taal is goed  
3.      Wernicke afasie:  
- de bewoner begrijpt de taal niet  
- de bewoner spreekt vloeiend, maar gebruikt de verkeerde woorden  
- het lezen en schrijven is vaak gestoord  
4.     Anomische afasie:  
- dit is een lichte vorm van afasie  
- de bewoner heeft woordvindingsproblemen  
- het begrip en uiten van bepaalde woorden is moeilijk.  

§ 1.4 Welke bijkomende problemen kunnen er zijn?  
Het komt maar zelden voor dat iemand alleen afasie heeft. Vaak zijn ook andere gebieden getroffen. In de gebieden die dicht bij de taalgebieden liggen, kunnen ook hersencellen verloren zijn gegaan. Het hangt van de functies van zo'n gebied af, welke andere problemen er naast afasie ontstaan. Over bijkomende problemen heerst vaak nog veel onwetendheid en ook onbegrip bij de familie, maar ook bij hulpverleners. Hieronder noem ik een aantal veel voorkomende problemen.  
Problemen door een verlamming  
De controle over de spieren aan één zijde van het lichaam kan aangetast zijn. Hierdoor werken de spieren niet meer samen. Er ontstaat een halfzijdige verlamming. De medische term hiervoor is een hemiplegie (hemi=helft, verlamming). Bij een letsel in de linker hersenhelft, kan een verlamming optreden in de rechter lichaamshelft en andersom. Bij mensen met afasie gaat het meestal om de rechterkant van het lichaam. Door het hersenletsel kan soms ook de blaas moeilijker functioneren.  
Problemen bij het handelen  
Het kan zijn dat iemand een handeling, die hij wel nog automatisch kan uitvoeren, niet meer bewust kan doen. Dit probleem noemt men apraxie (a=niet, praxie=handelen), dus het niet meer weten hoe te handelen. Iemand met een apraxie weet bijvoorbeeld niet hoe hij moet blazen als hem dat gevraagd wordt, terwijl hij wel automatisch een brandende lucifer uitblaast als hij die zelf vasthoudt. Een apraxie kan ook problemen geven bij het plannen van de juiste volgorde van bepaalde handelingen. In onze hersenen liggen vaste schema's opgeslagen over allerlei complexe handelingen zoals eten, scheren, aan-en uitkleden, autorijden enzovoorts. Bij het uitvoeren van dergelijke handelingen maken we gebruik van deze onderliggende schema's. Iemand kan dan proberen eerst zijn schoenen aan te trekken en daarna pas zijn sokken. Soms helpt het om structuur in de handelingen aan te brengen, bijvoorbeeld door de kleding in de juiste volgorde van aantrekken klaar te leggen.  
Problemen met zien  
De helft van het gezichtshelft kan uitvallen. Aan één kant van elk oog kan men niet waarnemen. Dit heet in medische termen een hemianopsie (hemi=helft, a=niet, opsie=zien), dus halfzijdig niet meer kunnen zien. Iemand met een hemianopsie ziet bijvoorbeeld maar de helft van de tafel waaraan hij zit. Meestal ziet men de kant van de goede lichaamshelft, maar de kant van de verlamde helft niet.  
Problemen met herkennen  
De ogen, de oren, de reuk en het gevoel van iemand kunnen prima in orde zijn, maar toch kan her gebeuren, dat hij een voorwerp niet herkent als hij het ofwel ziet, hoort, ruikt of voelt. Dit probleem noemt men agnosie (a=niet, gnosie=kennen), dus niet meer herkennen. Een voorbeeld van een agnosie is letter-agnosie. Iemand herkent dan de letters niet meer. "Het lijkt wel Chinees".  
Problemen met eten, drinken en slikken  
Verlammingen, ongevoeligheid of juist overgevoeligheid van de kauw-en slikspieren bemoeilijken het eten. Dit noemt men dysfagie (dys=niet goed, fagie=slikken). Hierdoor kan iemand last hebben van verslikken. Door verlamming en gevoelsverlies van een gedeelte van de wang kan er ongemerkt speeksel uit de mondhoek lopen.  
Problemen met het uitspreken van woorden  
De spieren, die nodig zijn om duidelijk te praten kunnen verlamd zijn. De klanken worden hierdoor vervormd. Men noemt dit verschijnsel dysartrie (dys=niet goed, artrie=uitspreken). We spreken van dysartrie als er een probleem is met het uitspreken van klanken, woorden en zinnen. Vaak wordt dit probleem verward met afasie. Afasie geeft problemen met wat men zegt, schrijft, hoort of leest; dysartrie alleen met de uitspraak van woorden.  

§ 1.5 Welke behandelingen zijn er voor bewoners met afasie  
Aanvullend logopedisch onderzoek, specifiek gericht op de therapie.  
Taaltests en communicatieve meetmethode geven informatie over de ernst en/ of aard van de afasie. Naast een kwantitatieve analyse (hoe ernstig) wordt er vaak een kwalitatieve analyse van de testresultaten gegeven, dat wil zeggen het soort fouten wordt beschreven. Bij het doen van onderzoek is het niet gebruikelijk de bewoner te helpen bij de opgaven. In de praktijk gebeurt dat meestal wel, om al een indruk te hebben bij wat voor soort hulp de bewoner geholpen moet worden. Die hulp wordt bij tests pas gegeven als de bewoner er zelfstandig niet uitkomt en de gegeven tijd om is. In dat geval namelijk moet de reactie fout gescoord worden.  
Als de bewoner een opdracht niet begrijpt, herhaalt de logopedist deze of wordt er een andere aanbiedingsvorm gekozen. Ook wordt de bewoner op gang geholpen als hij niet weet hoe hij een taak moet aanpakken. In zo'n ontspannen therapiesituatie zonder tijdsdruk zal de logopedist er gemakkelijk achter kunnen komen met welke hulpmiddelen de bewoner een goede reactie kan geven en wat hij werkelijk niet kan.  
Naar het verdwijnen van de afasie behandeling in 'Zeeburg' in 1972, werdt in 1976 het Afasiedagbehandelingscentrum geopend. Dit centrum is verbonden aan het Sint Lucas Ziekenhuis, maar functioneert geheel zelfstandig. Het centrum voorziet in een dagbehandeling voor afasie patiënten, dat wil zeggen dat er naast logopedie, die zowel individueel als in groepsverband plaatsvindt, mogelijkheden zijn voor fysiotherapie: ergotherapie en opvang om sociale redenen. In principe kan een patiënt door iedereen worden aangemeld. Gewoonlijk gebeurt dat echter door de specialist of huisarts. De patiënt wordt opgeroepen voor een eerste onderzoek door neuroloog en logopedist, die samen beoordelen of iemand inderdaad een afasie heeft, of de patiënt gemotiveerd is voor behandeling en of de patiënten moeten zelfstandig naar het toilet kunnen gaan en zelf kunnen eten.  

§ 1.6 Wat is de visie van het verpleeghuis.  
Een visie is:  
1. het zien, inzage: plannen, een rapport ter inzage om te worden ingezien  
2. een kijk, mening hebben over een bepaald onderwerp.  
Zorgvisie:  
Vanuit de door God aan ons gegeven verantwoordelijkheid om te leven naar het beeld van Christus, zal de zorg: Streven naar het welbevinden van de bewoners/ patiënten op geestelijk/ religieus, psychisch, lichamelijk en sociaal gebied.  
De christelijke identiteit wordt zichtbaar in de doelstellingen van Siloam, in het beleid, in de wijze van werken en het woon/ en leefklimaat van het verpleeghuis.  
De regels die het verpleeghuis kent zijn:  
1. gelijkwaardigheid, respect en verdraagzaamheid  
2. zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en (keuze) vrijheid  
3. gemeenschapszin  
4. openheid  
5. veiligheid  
6. geïntegreerde en professionele zorg  
7. levensbeschouwing.  
Er wordt van zowel bewoners als personeel verwacht dat men respectvol met deze regels omgaat en ze ook naleeft. Men kan hierop altijd worden aangesproken.  

§ 1.7 Eigen visie als ziekenverzorgende  
Mijn visie als leerling ziekenverzorgende in een verpleeghuis is dat de stoornis van de afasie bewoner niet lijdt tot afhankelijkheid van ons als ziekenverzorgende en dat het de zelfstandigheid niet in de weg staat.  
   
§ 1.8 P.S.S.-eenheid  
De invloed die afasie heeft op het psychische functioneren van de bewoner is voor een heel groot deel afhankelijk van de acceptatie van de bewoner, het niet bewust zijn van de ziekte, dus totaal geen ziekte inzicht hebben.  
De invloed die afasie heeft op het lichamelijk functioneren van de bewoner zijn de verlammingsverschijnselen waarbij een hoop afhankelijkheid optreed.  
De invloed die afasie op het sociale leven/ contacten van de bewoner zijn niet of weinig kunnen communiceren waarbij men zich van de buiten wereld afsluit. De bewoner gaat sneller alleen zitten en voelt zich nergens bij betrokken. Vrienden/ familieleden komen vaak minder langs of maar heel even omdat de bewoner niet kan praten waardoor het ook minder gezellig is, de bewoner kan zich niet uiten. Vaak trekt het bezoek ook naar andere bewoners toe, omdat die wel kunnen communiceren. En zo raak je als afasie bewoner vaak in een sociaal isolement, watje juist ten aller tijden moet proberen te vermijden.  

§1.9 Gedicht  
Afasie  
Terug in het bewuste, ontdek ik dat ik niet spreken kan  
Ik sein commando naar mijn lippen maar mijn mond wil niet gehoorzamen.  
Ik zie de mensen om me heen  
Ik hoor ze vragen en ik zie ze mijn antwoorden niet begrijpen.  
Langzaam begrijpen ze dat ik....  
Dan drijf ik weg uit hun midden  
Hun ogen zien machteloos toe  
Hoe ik verdrink in de eenzaamheid.  

Hoofdstuk 2. Bewoner met afasie  
§ 2.1 Betekenis van afasie in het dagelijks leven.  
Als iemand afasie heeft, is hij in zijn communicatie beperkt. Communiceren is contact hebben met anderen, uitwisselen van belevenissen en gedachten. Kortom, als mens functioneren. Door afasie is iemand in dit menselijk functioneren gehandicapt en komt hij in een isolement terecht. Hij voelt veel verdriet en onmacht. Daarnaast is hij snel vermoeid en heeft hij grote problemen om zich te concentreren.  
De afaticus is afhankelijk geworden van zijn omgeving.  
De omgeving moet zich aanpassen aan de afaticus en rekening houden met zijn taalstoornis. Dit aanpassen vergt van de omgeving enorm veel inzet. Uit de praktijk is bekend dat de kennissenkring van iemand met afasie wegvalt. Alleen een paar goede vrienden durven te blijven komen. Het gevolg is dat ook de naaste omgeving in een isolement raakt. De afhankelijkheid komt ook tot uiting in rolsverandering binnen het gezin of een relatie. De gezonde partner moet nu taken overnemen die de afaticus vroeger deed: her regelen van het huishouden, het afhandelen van allerlei zaken zoals het invullen van belastingbiljetten en verzekeringsformulieren.  
Een partner met afasie is iemand anders geworden.  
Het is niet meer degene met wie de relatie begonnen werd. Er is slechts in beperkte mate uitwisseling van voorvallen en gebeurtenissen van alledag mogelijk. Het samen beslissen van belangrijke zaken is praktische onmogelijk geworden. De gezonde partner staat voor alles alleen.  
Het omgaan met een afaticus vraagt een geweldige aanpassing en souplesse van de kant van de gezonde partner. Er is geen sprake meer van toenadering en contact op het oude niveau. Dit vindt uiteraard ook zijn weerslag in de seksuele relatie.  

§ 2.2 Verpleegplan  
 
Zorgprobleem 
 
Doelstelling 
 
Actie 
 
Evaluatie 
 
Ademhaling 
 
 
 
 
 
Eten en drinken
Niet duidelijk kunnen maken van behoeften betreffende eten en drinken
Patiënt kan zijn eten -en drinkbehoeften bevredigen
Controleer of aan behoeften van patiënt met betrekking tot eten en drinken tegemoet is gekomen door navragen, eventueel met behulp van gebaren en aanwijzingen
Na iedere maaltijd
Uitscheiding
Niet duidelijk kunnen maken van de behoefte om naar het toilet te gaan
Patiënt kan aangeven wanneer hij hulp nodig heeft bij het naar toilet gaan
Regelmatig opgezette tijden aan de patiënt vragen, eventueel met behulp van gebaren en aanwijzingen, of hij naar het toilet moet
Goede observatie van gedrag dat wijst op sanitaire nood
Dagelijks
Rust,regelmaat
en activiteiten
Neiging tot interactiviteit door communicatie­probleem
Patiënt is actief betrokken bij zijn omgeving
Patiënt bij het afdelingsgebeuren betrekken
Aanbieden van activiteiten die aansluiten bij de   
belevingswereld van de patiënt  
Eventueel inschakelen van activiteitenbegeleiding   
 
Dagelijks
Communicatie en interactie
Niet kunnen uiten, niet begrijpen van de ander
Geen voorwerpen herkennen  
Moeilijk kunnen lezen en  
schrijven
Patiënt kan zijn gevoelens aan anderen duidelijk maken 
Patiënt begrijpt wat de ander hem duidelijk probeert te maken  
Patiënt kan zijn wensen en behoeften aan de ander duidelijk maken
In korte zinnen spreken.
Herhalen op een andere manier de tijd nemen voor de patiënt   
Controleren of een boodschap begrepen is   
Eventueel inschakelen van  
logopedist
Wekelijks 
 
Veiligheid,geborgenheid
en intimiteit
Gevoel van onveiligheid door het niet begrijpen van de ander
Patiënt voelt zich op zijn gemak in zijn omgeving
De tijd voor de patiënt nemen
Vertrouwen wekken door een vaste verzorgende toe   
te wijzen
Wekelijks 
 
Zin geven en zinontlenen 
Niet kunnen bepalen van een plaats in de samenleving door communicatieproblemen
Patiënt ziet voor zichzelf een plaats in de samenleving waar hij zich thuis kan voelen
Helpen zijn gevoelens te uiten. Dit kan ook naar familie of andere hulpverleners
Wekelijks 
 
   

§ 2.3 Opname van een bewoner met afasie  
Om een opname van een bewoner met afasie duidelijk te maken gebruik ik een situatieschets weergevend  
Bewoner:  
Een 50-jarige man wordt op een ochtend door zijn buurvrouw in huis gevonden. Zijn rechter lichaamshelft is verlamd en hij is niet in staat te spreken. De bewoner kan slechts onverstaanbare klanken maken, wanneer hij tracht te spreken. De huisarts, die gewaarschuwd is, stelt vast, dat er vermoedelijk sprake is van een CVA en acht een onmiddellijke ziekenhuisopname noodzakelijk. De dienstdoende neuroloog wordt op de hoogte gesteld door de huisarts over de medische voorgeschiedenis van de bewoner.  
Voorgeschiedenis:  
Sinds drie jaar is de man bij zijn huisarts onder controle vanwege een hoge bloeddruk en twee maanden voor de opname in het ziekenhuis had de bewoner last van tintelingen in zijn rechter arm en een gevoelloze rechter gezichtshelft. Er was sprake van TIA's. Deze klachten waren binnen 24 uur verdwenen. Behalve de hoge bloeddruk was de man altijd gezond geweest. De bewoner is sinds twee jaar weduwnaar en heeft twee kinderen, een zoon in dezelfde stad en een dochter elders. De bewoner woont alleen en is als verzekeringsinpecteur werkzaam.  
Neurologisch onderzoek:  
Gedurende de eerste dagen van de ziekenhuis opname is de bewoner suf, maar reageert wel wanneer hij aangesproken wordt. Er bestaat een afasie, gekenmerkt door een ernstige stoornis in de expressieve taal. Het taaibegrip is niet te beoordelen er bestaat een hemibeeld rechts. Er wordt voorgesteld een psychologisch onderzoek te laten verrichten en contact op te nemen met de logopediste die aan het ziekenhuis verbonden is, voor de behandeling van afasie. De fysiotherapeutische behandeling vindt inmiddels dagelijks plaats. Contact met een maatschappelijk werker vindt de arts in dit stadium nog niet zinvol. Het is nu moeilijk te voorspellen hoe de toestand zich verder zal ontwikkelen. In de tweede week van de opname verbetert de toestand, maar het spreken blijft ernstig gestoord. De verlammingsverschijnselen zijn verminderd, maar lopen is nog niet mogelijk.  
Verpleging en fysiotherapie:  
In de eerste dagen is de toestand vrij stabiel. De vitale functies, met name hartslag en bloeddruk, herstellen vrij snel tot een normaal niveau. De verpleging kan niet beoordelen in welke mate hij zich bewust is van wat er om hem heen gebeurt. De fysiotherapeut doet gedurende korte periode passieve bewegingsoefeningen.  

§ 2.4 Familie/ achtergrond  
Bij deze paragraaf laat ik een stukje lezen over de achtergrond van een bewoner die bij ons in het verpleeghuis verblijft.  
Dhr. de Leeuw geboren 03-09-1928 in Pernis. Dhr. is op 16 februari 1998 opgenomen in het verpleeghuis Siloam. Zijn burgerlijke staat is gehuwd. Dhr. heeft vier kinderen, waar gelukkig allen nog van leven. Dhr. zijn levensbeschouwing is gereformeerd. De reden van de aanvraag in dit verpleeghuis: mogelijkheid tot revalidatie/ reactivering.  
Diagnose: Dhr. de Leeuw is bekend met een CVA (bloeding), sinds 27-juli 1997, met als gevolg een hemibeeld rechts, en ernstige afasie.  
Psycho-sociale functioneren: Gespreksvoering is niet mogelijk door de genoemde ernstige afasie. Uit zijn non-verbale reacties lijkt het begrip zeker intact. Het gedrag van Dhr. de Leeuw is vrij rustig.  
Dhr. komt de hele dag gewoon uit bed, rijdt zichzelf voort met zijn transportrolstoel.^.  
A. D.L: Dhr. wast zich van de bovenkant aan de wastafel op rug en rechter arm na. Van onderen wordt Dhr. op bed gewassen door de verpleging.  
Dhr. krijgt op dit moment normaal eten, heeft een sonde gehad. Dhr. heeft soms slikproblemen.  
Dhr. moet bij alles veel aanmoediging hebben. Dhr. gaat elke zondag naar zijn vrouw thuis.  
   
Samenvatting interview met zijn vrouw:  
De relatie voordat haar man afasie kreeg was zogezegd goed te noemen. Een relatie zoals ieder andere relatie, waarin up's en down's voorkomen.  
De relatie op dit moment (met afasie) is nog steeds erg goed. Wel ga je op een één of andere manier anders met elkaar om dan voorheen. Mijn man en ik hangen ontzettend veel aan elkaar. Als echtgenote ben ik soms te bezorgd om mijn man. Als er maar iets heel kleins aan de hand is, denk ik vaak het ergste. Dit vertelt mevrouw. Als ziekenverzorgende kan ik dit goed begrijpen, ze houdt van haar man en wil hem natuurlijk nog lang niet kwijt. Ze heeft natuurlijk ook al heel veel meegemaakt met haar man.  
De relatie nu op dit moment is goed te noemen, maar wel merk ik dat mijn man zich wel eens aan mij ergert. Als een ziekenverzorgende aan mijn man vraagt of hij misschien thee lust, ben ik al snel geneigd om voor mijn man te antwoorden, terwijl mijn man dit best wel zelf zou kunnen aangeven. Misschien gebeurt dit dan met behulp van zijn communicator of pictog ram plaatjes, maar hij komt er zeker wel uit. Maar op dat moment besef je dat te laat en heb je al geantwoord voordat je er erg in hebt. Dit is voor ons beide erg moeilijk, en hier moet ik zeker alert op zijn.  
De gevoelens die ik als echtgenote had op het moment dat ik hoorde dat mijn man afasie kreeg weet ik niet meer precies. Wel kan ik me herinneren dat ik ontzettend bang was mijn man kwijt te raken en dat ik er dan alleen voor zou staan. Je moetje voorstellen; je man krijgt een hersenbloeding en houdt er daarna ernstige afasie aan over, is wat de artsen mij op dat moment vertelden. Ik wist nog geen eens wat het woordje afasie inhield. De vraag waar ik al een hele poos mee rond loop is waarom moet mijn man dit overkomen? Dit is een vraag die onbeantwoord blijft.  
Het accepteren dat mijn man afasie heeft gaat beetje voor beetje vooruit. Natuurlijk wordt heel je leven in de war gegooid en vooral bij het begin kon ik hier erg moeilijk mee omgaan. Maar het leven gaat door, verteld mevrouw. In het begin toen ik net te horen kreeg dat mijn man een spraakstoornis had en de kans op verbetering/ herstel heel klein was kon ik dat niet geloven. Dan hoorde ik bijvoorbeeld mijn man een klein geluidje maken en dan dacht ik gelijk: hij heeft zijn stem weer terug. Nu kijk ik hier heel anders tegenaan, maar het helemaal accepteren lukt denk ik nooit. Wat met mijn man gebeurd is blijft vreselijk voor ons beiden, maar op dit moment redden we ons samen wel. Wat ons overkomen is moet slijten en dat is niet in tijd/jaren uit te drukken.  
Over het algemeen ben ik als echtgenote van mijn man aardig goed opgevangen/ begeleidt toen ik te horen kreeg dat mijn man een spraak-stoornis had. Ik kreeg van het ziekenhuis (logopediste) informatieboekjes waarin ik alles kon lezen over afasie. Ook kreeg ik al snel een gesprek met de logopediste die mij van alles en nog wat uitlegde over afasie en wat van belang was bij mijn man. Er waren ook gespreksgroepen voor mijn man en mij en er werden zo nu en dan informatieavonden georganiseerd in verschillende tehuizen. Ja, de begeleiding vond ik goed maar helaas mijn verdriet zal blijven.  

§ 2.5 Communiceren met bewoners die afasie hebben  
Als alle eerste wil ik vertellen dat communiceren met een afasie bewoner helemaal afhankelijk is van de persoon die je voor je hebt. Aan de hand van een aantal testen die de logopediste in opdracht van de arts doet worden er afspraken gemaakt wat voor die persoon het beste is. Iemand met afasie kan bij het uiten verschillende problemen hebben. Bijvoorbeeld: de bewoner heeft de bedoeling om iets te zeggen, maar kan de bedoeling niet lang vast houden. Bewoner is dan kwijt, wat hij wilde zeggen. Een ander probleem kan zijn, dat iemand met afasie uit zijn bedoeling niet de begrippen kan halen. Bijvoorbeeld: de bewoner wil zeggen dat hij een andere broek aan wil, maar de bewoner kan uit deze wens niet het begrip halen.  
Vaak wordt gedacht dat mensen met afasie alléén maar moeite hebben met het vinden en het uitspreken van worden. Was dat maar waar, dan zou de communicatie veel makkelijker zijn. Wij redden ons in een land waar we de taal niet van kennen toch ook best. Dan weten we alleen niet de woorden. Maar we weten wel de begrippen, die we bedoelen en kunnen dus aanwijzen en uitbeelden. Iemand met afasie kan dat vaak niet. De bewoner weet bijvoorbeeld wel dat hij geld nodig heeft om boodschappen te betalen, maar de bewoner weet vaak niet dat hij om deze wens te uiten de begrippen geld of boodschappen nodig heeft. We zijn geneigd om iemand met afasie te verwijten:,, Waarom wijs je het niet aan?" of,, Waarom maakte je niet het geldgebaar? als de bewoner geld nodig heeft. Dat kan de bewoner juist niet, als de bewoner uit zijn bedoeling niet de benodigde begrippen kan halen.  
Hieronder wil ik een aantal richtlijnen weergeven voor de communicatie met een afasiebewoner.  
- Spreek rustig en duidelijk in korte zinnen, op een natuurlijke manier niet in kinderlijke taal. Benadruk de belangrijkste woorden in de zin. Lange moeilijke woorden of lange zinnen kunnen niet altijd goed begrepen of onthouden worden. Zeg steeds een zin met daarin een enkele mededeling en wacht daarna de reactie van de afasie bewoner af om te zien of hij het begrepen heeft. Herhaal het anders nog een keer.  
- Praat over de dingen in zijn onmiddellijke nabijheid, die hem bekend zijn en hem interesseren.  
- Zorg dat er altijd pen en papier bij hand zijn om de kernwoorden van een verhaal op te schrijven, vooral als het om een belangrijke mededeling gaat. Behalve dat de bewoner hierdoor beter kan begrijpen heeft deze manier ook het voordeel dat hij de mededeling ook aan andere kan laten zien, zonder zelf iets te hoeven zeggen.  
- Als de bewoner moeite heeft met het begrijpen maak dan het gebaar beeld het uit of teken het.  
- Misschien kan de bewoner ook zelf een gebaar maken, iets aanwijzen of uitbeelden, of een woord of een paar letters opschrijven, of iets tekenen, waardoor men begrijpt wat de bewoner bedoelt.  
- Als de bewoner heel moeilijk een vraag kan beantwoorden stel dan de vragen zo dat een ja of nee antwoord mogelijk is. Vraag niet "Wilt U koffie of thee?" maar vraag:" Wilt U koffie?" (wacht het antwoord af) en bij een nee antwoord "Wilt U thee?"  
Probeer er rekening mee te houden dat sommige bewoners ja zeggen als ze nee bedoelen of andersom. Herhaal de vraag nog eens en kijk of ja echt ja is.  
-   Verbeter de bewoner niet. Het is belangrijk dat de bewoner begrepen wordt, niet of hij correct spreekt.  
-   Spreek niet in de plaats van een afasiebewoner. Geef de bewoner de gelegenheid zich te uiten, ook als het langzaam en moeizaam gaat. Vul geen zinnen of woorden aan, tenzij de bewoner er echt niet uit kan komen.  
- Kijk de bewoner tijdens het spreken aan. Oogcontact levert de aandacht en het aankijken geeft de bewoner de gelegenheid om de gezichtuitdrukking te "lezen".  
- Let op de gezichtsuitdrukking en gebaren. Die kunnen soms duidelijker zijn dan de woorden.  
-Als de bewoner vloekt, of iets zegt dat hij vroeger nooit zo gezegd zou hebben, realiseert U zich dan dat dit door de afasie komt. De bewoner kan er op dat moment niets aan doen, en merkt vaak zelf niet dat hij iets anders zegt dan dat hij wil zeggen.  
-Waarschuw de bewoner als men hem iets wil zeggen, bijvoorbeeld door zijn naam te noemen of door hem even aan te raken.  

§ 2.6 Normen en waarden van een afasie bewoner.  
Normen en waarden is iets wat voor een persoon belangrijk is. Normen is iets waar een persoon naar kan streven en waarden zijn persoonsafhankelijk en bezit een persoon.  
De normen en waarden van de logopediste uit mijn verpleeghuis is een bewoner zo optimaal mogelijk laten communiceren en leren omgaan met beperkingen (ook naar familieleden toe) en natuurlijk het acceptatieprobleem.  
De normen en waarden van de fysiotherapeut uit mijn verpleeghuis is dat je een bewoner niet als een kind gaat behandelen, maar gewoon blijft behandelen als een volwassen volwaardig persoon. Dit is zeker heel belangrijk en daar moeten we met z'n allen op blijven letten.  
De normen en waarden van de ergotherapeut uit mijn verpleeghuis is dat het heel belangrijk is datje de bewoner met afasie zeer serieus neemt en de gedachtes van de bewoner niet invult. Je moet stimuleren tot non-verbale en verbale communicatie, en het gebruiken van hulpmiddelen.  
De normen en waarden van een collega op de afdeling is dat als een bewoner met afasie een zorgvraag heeft, dat ze zo goed mogelijk aan die zorgvraag wil voldoen. Aangezien de bewoner afasie heeft en dus moeilijker duidelijk kan maken wat de bewoner bedoelt, wil mijn collega er toch achter zien te komen wat de bewoner bedoelt.  
Mijn eigen normen en waarden van een bewoner die afasie heeft is de bewoner benaderen zoals die vroeger ook altijd benaderd werd, dus ik neem zijn oude leefgewoonte aan en probeer de bewoner zo optimaal mogelijk te laten communiceren en zijn beperkingen onder ogen te zien, en ik probeer zoveel mogelijk de familie erbij te betrekken.  

Hoofdstuk 3 Begeleiding van een bewoner met afasie  
§ 3.1 Werkdruk en begeleiding.  
De vaak grote werkdruk is te merken op de afdeling. Dan is er te weinig personeel door ziekte of vakantie of een andere reden. Je begint dan met helaas te weinig personeel en je wilt elke bewoner genoeg aandacht geven, waar de bewoners tenslotte recht op hebben, door bij het wassen en aankleden een praatje te maken. Maar ook wil je iedere bewoner graag op tijd uit bed hebben, als deze bewoner er uit mag en uit bed kan. Door goed met elkaar te plannen heb ik goede ervaringen. Toch blijkt dat familie de werkdruk erg voelt op de afdeling en zich dan toch terug trekt om de verzorgende niet nog meer te willen belasten. Dit is voor familie en verzorgende best een nare ervaring en hier moet toch zoveel mogelijk voor gewaakt worden dat dit zo min mogelijk gebeurt Ondanks de werkdruk moeten we als verzorgende er op letten dat familie die de behoefte aan begeleiding of vragen heeft deze te geven/ te beantwoorden, of zo mogelijk dit door te spelen naar een maatschappelijk werkster, om toch naar de vragen te kunnen luisteren van familie. Wat ook wel voorkomt dat familie tijdens het koffie drinken gewoon even bij ons komen zitten en dan een gesprek begint. Dan kun je toch wel merken wat ze kwijt willen, of waar ze een gesprek over willen hebben. Daar vanuit zou je de familie kunnen benaderen door toch een afspraakje te maken. Familie vindt de begeleiding voor het grootste gedeelte toch wel genoeg, als ze deze nodig hebben krijgen ze de begeleiding toch wel ondanks de werkdruk. De familie kan altijd met vragen bij de afdelingshoofd terecht. Een ieder vindt het altijd belangrijk dat familie dit krijgt. Er blijven zo zeggen ze altijd vragen en de meeste familie van mijn verpleeghuis waar ik te werk ben zeggen dat ze goede ervaringen hebben op het gebied van begeleiden. Ook vertelde familie dat ze de werkdruk meestal goed aanvoelen, het is een bepaalde sfeer zo zeggen ze zelf. Het is niet negatief maar juist daarom houden ze vaak een bepaalde afstand. Als verzorgende geeft het een naar gevoel als je familie moet zeggen ik heb nu even geen tijd vanwege de drukte of het moet van heel groot belang zijn dan moet er tijd gemaakt worden. Gelukkig komt de meeste familie in de middag en dan is het toch een stuk rustiger en kunnen we ze toch de aandacht geven die sommige familieleden hard nodig hebben.  

§ 3.2 Andere disciplines  
Een afasiebewoner in een verpleeghuis kan met een hoop andere disciplines te maken krijgen. Bijvoorbeeld kan de bewoner te maken krijgen met de logopediste, dit komt meestal altijd voor, de fysiotherapeut, ergotherapeut, natuurlijk de arts, maatschappelijk werker, activiteiten begeleiding.  
Hieronder beschrijf ik wat de belangrijkste taken zijn van deze disciplines, die je kunnen begeleiden van het hebben van afasie.  
De taak van de logopedie is:  
-  De stem oefenen  
-   De taal oefenen  
-   De spraak oefenen  
-  Het gehoor oefenen  
De logopediste doet onderzoek en eventueel behandelingen naar de vier  
bovengenoemde factoren.  
Daarnaast houdt de logopediste zich ook bezig met eet en  
drinkproblemen.  
De logopediste geeft adviezen aan de verpleging en andere  
hulpverleners en ook aan de familie. De logopediste voert ook  
gesprekken met familieleden.  
De logopediste werkt samen met de fysiotherapeut en de ergotherapeut.  
Dit heet paramedische dienst en natuurlijk werkt de logopediste ook  
samen met andere disciplines.  
De rol van een ziekenverzorgende als schakel tussen bewoner en de logopedie is:  
-   Feedback aan de logopediste vragen over de voortgang van de bewoner  
-   Feedback terug geven op de rapportage van de logopediste  
-   Eventueel helpen bij het begeleiden van omgang hulpmiddelen  
-   Goede observatie van het eten en drinken  
-   Goede observatie van de spraak  
Als ziekenverzorgende moet je proberen op een zo juist mogelijke manier samen te werken met andere disciplines, in dit geval de logopediste. Bespreek/ of rapporteer zoveel mogelijk je bevindingen van de bewoner.  
De taak van de fysiotherapeut is:  
-  oefen- bewegingstherapie  
-   massagetherapie enzovoorts  
Over het algemeen bestaat de behandeling van een afasie bewoner voornamelijk uit het oefenen van lopen, omdat afasie bewoners vaak een halfzijdige verlamming hebben.  
De taak van de arts is:  
De arts is een persoon die bevoegd is tot het uitoefenen van de geneeskunst. De arts vervult een belangrijke taak bij de zorg voor en de behandeling van elke bewoner. Zijn betrokkenheid, al naar gelang het ziektebeeld, de behoefte van de bewoner en de stabiliteit van de verpleegsituatie, verschillen.  
De taak van de ergotherapeut:  
De taak van de ergotherapeut is een paramedische behandelingswijze die zich richt op het revalideren van bewoners die geestelijk en/ of lichamelijk ziek zijn of tijdelijk dan wel blijvend gehandicapt zijn. De ergotherapeut betrekt de bewoner bij activiteiten die methodische worden opgebouwd en doelgericht worden gebruikt in specifiek gekozen situaties, opdat de bewoner deel kan gaan nemen aan het leven in al zijn facetten, met betrekking tot zowel de eisen die de bewoner aan zichzelf stelt als de eisen zijn woon- leef milieu hem stellen. De activiteiten worden gebruikt om het volgende:  
-   De onafhankelijkheid van de bewoner in activiteiten van het dagelijks leven (eten, schrijven).  
De taak van de ergotherapeut ten aan zien van afasie bewoners is over het algemeen iets anders dan bij andere bewoners. Tijdens de therapie bekijkt de ergotherapeut hoe het begrip van de bewoner is.  
De ergotherapeut doet neuro psychologische functiestoornis observatie, en tijdens die observatie kom je dus ook een deel van het begrip te weten. Npfo is: bekijken welke hersenfuncties er bij de bewoner zijn uitgevallen.  

§ 3.3 Hulpmiddelen  
Communicatieschrift:  
Vooral in het begin is het voor veel bewoners erg moeilijk zelf te spreken of iets duidelijk te maken. Om een goed overzicht te hebben over wat er met de bewoner gebeurt en wie hem bezocht hebben, houden we een communicatieschrift bij. In dit schrift schrijft ieder die de bewoner bezoekt, kort op wat met hem of haar besproken is. Dit geldt zowel voor personeel als voor familie en vrienden.  
Communicatie- bord:  
Een communicatie- bord is een hulpmiddel voor de communicatie met mensen met een ernstige vorm van afasie; ontwikkeld in samenwerking met de Werkgroep Utrecht van de Stichting Afasie Nederland. Het communicatie- bord is een stevig, geplastificeerd openslaand bord waarop bewoner en omgeving de belangrijkste vragen en gespreksonderwerpen kunnen aanwijzen te ondersteuning van de dagelijkse communicatie.  
Het communicatie- bord is zo ontwikkeld, dat het een plaats zou kunnen krijgen naast het bekende Taaizakboek. Omdat het communicatie- bord eenvoudiger van inhoud en opzet is dan het Taaizakboek, kan men het gebruiken voor de communicatie met die bewoners, die niet met het Taaizakboek hebben (kunnen) leren werken, en op die plaatsen (op de afdeling, oefenzaal) waar communiceren met behulp van het Taaizakboek te tijdrovend lijkt. Qua vorm en inhoud sluit het communicatie- bord aan op het Taaizakboek.  
In eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een ernstige afasie, zal het communicatie- bord ook mensen met andersoortige taal/ spraakstoornissen van dienst kunnen zijn.  
Communicator:  
Als je afasie hebt is het handig een communicator te gebruiken. Dit is een soort kleine typemachine, waar een strookje papier uitkomt waar de tekst op staat die net ingevoerd is in de typemachine. Dit is een heel handig hulpmiddel en kan besteld worden via de logopediste. De bewoner kan zo vaak mogelijk oefenen met woordjes in te tikken.  
Verder zijn er tal van materialen te gebruiken voor de behandeling van afasie bewoners, zoals logische reeksen (beeldverhalen voor volwassenen afasie bewoners), zelfklevende foto's en diverse spel-en leermaterialen. Tegenwoordig worden ook computerprogramma's gemaakt, speciaal ten behoeve van de revalidatie van mensen met afasie. Mensen met afasie kunnen werken met diverse oefenprogramma's. De computer is een volwassen en motiverend hulpmiddel en stimuleert de zelfstandigheid en eigenwaarde van de bewoner.  
Naast het taaizakboek is nu ook het gespreksboek uitgegeven. Dit boek dient ook weer als hulpmiddel voor het voeren van een gesprek. Het is een systematische methode om achter de bedoeling van de afasie bewoner te komen. De bewoner en zijn gesprekspartner moeten met hulp van een logopedist het boek leren gebruiken.  

§ 3.4 Rol van ziekenverzorgende  
De rol van een ziekenverzorgende is:  
-   het goed begeleiden van de bewoner en familie  
-   alles duidelijk rapporteren in het zorgdossier en goed samenwerken met andere disciplines  
-   goede observatie  
-  geduld en respect op brengen  
-   privacy in acht houden  
-  alles rondom de verzorging van de bewoner in de gaten houden en zonodig het zorgplan bijstellen  
-  aanwezig zijn tijdens bewonersbesprekingen  
-   bewoners serieus nemen.  

§ 3.5 Mede bewoners  
De reactie van de medebewoners van mensen die afasie hebben in het verpleeghuis wordt over het algemeen niet als positief ervaren. De meeste mede bewoners begrijpen niet wat het hebben van een spraakstoornis inhoudt bij deze bewoners. De mede bewoners vinden het raar dat de afasiebewoner niet kan praten. Vaak negeren de mede bewoners de afasiebewoner totaal. Daarom merk je vaak dat de afasiebewoner al gauw geneigd is apart in een hoekje te zitten. De afasiebewoner wordt nergens bij betrokken. Ik merk vaak uit mijn praktijkervaring dat andere bewoners zich aan de afasiebewoners ergeren. De medebewoners hebben het er weieens onderling met elkaar over, dit vindt ik als ziekenverzorgende best naar, want de bewoner met afasie, heeft natuurlijk niet om dit gevolg gevraagd, dit is juist ontzettend moeilijk voor deze bewoners, en als ziekenverzorgende vind ik het echt heel erg jammer dat de medebewoners niet of weinig contact aangaan met de afasie bewoner.  

§ 3.6 Privacy en omgeving  
In het verpleeghuis zijn op de afdeling waar ik werk dertig bewoners. De meeste kamers worden gedeeld met vier bewoners. Dan zijn er zes twee- persoonskamers en zes één- persoonskamers. Er zijn op de afdeling wat hoekjes om te zitten op de gang en twee huiskamers (één rokers en één niet rokers) waar alle bewoners bij elkaar zitten. In het verpleeghuis is een recreatiezaal waar familie met bewoners kunnen zitten waar thee/ koffie gedronken kan worden, wat verzorgd wordt door vast personeel en vrijwilligers.  
Tijdens het wassen van een bewoner houd je rekening met hun privacy, je doet gordijnen dicht, je laat iemand niet helemaal bloot liggen maar doet er zonodig een handdoek over heen. Als bijvoorbeeld de dokter bij een bewoner bezig is loop je niet zomaar naar binnen als je bijvoorbeeld iets uit de kast moet pakken. Je klopt eerst even op de deur en als de gordijnen dicht zijn roep je even. Dit is iets waar door iedereen nauwkeurig opgelet moet worden, zowel als somatische als psychogeriatrische bewoners. Sommige bewoners zeggen het wel als ze iets niet prettig vinden, maar afasie bewoners kunnen dat niet dus zal je er op een andere manier achter moeten komen wat de bewoner wel of niet fijn vind. Bij de psychogeriatrische bewoners merk je het vaak op een andere manier, ze trekken aan de lakens of ze willen de kleding niet loslaten bij het uitkleden. Bij psychogeriatrische bewoners die zelf niets aangeven moet de verzorging hier goed op blijven letten.  
Deze mensen moeten zoals ieder ander in hun waarden gelaten worden. Wij moeten als verzorgende bij afasie bewoners zo goed mogelijk te leren begrijpen wat de bewoner ons duidelijk wil maken of wil vertellen. Het kan voor ons iets totaal onbelangrijk zijn maar voor de bewoner juist heel belangrijk. Daarom moeten we altijd proberen te achterhalen wat de bewoner bedoelt. Als verzorgende moetje proberen je niet te veel met de privacy van de bewoners te bemoeien. Want ook de bewoners hebben recht op eigen privacy.  
Als bewoner heeft u recht op bescherming van uw persoonlijke gegevens. De bewoner moet er vanuit kunnen gaan dat alles wat de bewoner met een hulpverlener bespreekt geheim blijft. Hulpverleners moeten vertrouwelijk met de gegevens van de bewoner omgaan. Alleen de personen die betrokken zijn bij de behandeling zijn op de hoogte van de situatie van de bewoner.  
Informatie mag niet worden doorgegeven aan bijvoorbeeld, partner van de bewoner, familie of vrienden. Dit mag alleen met de toestemming van de bewoner.  
De mensen in de directe omgeving van een bewoner met afasie, met name de echtgenote en de kinderen, maken ook een moeilijke tijd door, want de afasie bewoner heeft veel begrip en een goede opvang nodig. Dit vereist een grote inzet van hen. Vele praktische zaken die de bewoner voorheen zelf regelde, kan hij nu niet meer doen. Dus moeten de mensen in zijn omgeving dit van hem overnemen, hetgeen vaak extra zorgen en moeilijkheden met zich meebrengt. Omdat de afasie bewoner vaak weinig mogelijkheden meer heeft om zelf bezig te zijn (hobby's, sporten en boeken lezen lukken bijvoorbeeld vaak niet meer) zal zijn omgeving veel aandacht aan de afasie bewoner moeten besteden. Vaak blijven vrienden en kennissen weg, omdat het zo moeilijk is contact te maken, zodat de afasie bewoner en zijn partner alleen komen te staan. Omgaan met een afasie bewoner is ook moeilijk, want het vereist een enorme aanpassing en geduld.  
Een afasiebewoner gaat meestal alleen op een kamer zitten, vooral wanneer men emotioneel is. Dit wel afhankelijk van de persoon en of de persoon wel of niet accepteert afasie te hebben. De bewoner moet wel zijn beperkingen onder ogen zien, dit is echter zeer belangrijk.  
Het is erg belangrijk om een afasie bewoner overal bij te betrekken. Behandel de bewoner niet als een kind maar als een volwassen mens.  
Laat als familie blijken datje om hem geeft en trek als familie niet alleen om naar de bezoekers, want dit is zeker heel frustrerend voor de afasie bewoner.  

Hoofdstuk 4 Overige informatie  
§4.1 Toekomstperspectief  
Bij afasie kan niemand precies voorspellen in hoeverre het vroegere vermogen om de taal te begrijpen en te uiten terugkomt. De kansen op verbetering zijn in het begin echter het grootst. Als hersenweefsel beschadigd wordt gaat dit gepaard met bepaalde processen in de hersenen (bijvoorbeeld drukverhoging), waardoor het aanvankelijk lijkt alsof een groot gebied van de hersenen aangedaan is. Hierdoor lijken meer functies te zijn aangetast dan feitelijk het geval is, want via spontaan herstel kunnen bepaalde functies weer terugkomen. Daarom wordt gewoonlijk pas na verloop van tijd duidlijk welke functies blijvend gestoord zijn. Dit zijn de functies die afhankelijk zijn van het blijvend beschadigd weefsel.  
Van groot belang is voor het herstel tenslotte ook de manier waarop de bewoner zijn handicap verwerkt. Wil de bewoner nog iets van zijn leven maken? Durft de bewoner weer contacten te leggen met andere mensen? Als de bewoner, ondanks de taalproblemen, leert om zich weer zelf te redden in het dagelijks leven kan men immers ook spreken van 'herstel'.  
Als je een afasie bewoner goed blijft stimuleren dan is het toekomstperspectief positiever dan datje alles van een afasie bewoner over neemt.  
Een afasie hoeft in principe geen belemmering te zijn in het zelfstandig functioneren mits er een alternatief is, qua communicatiemiddel.  
Bij dit stukje wil ik een voorbeeld laten zien waardoor er zeker een  
toekomstperspectief is.  
In het begin van dit verslag heb ik een interview gehouden met dhr. de Leeuw waarbij ik ook zijn achtergrond heb vermeld. Toen dhr. net bij ons in het verpleeghuis was opgenomen wist eigenlijk niemand wat we met deze bewoner aan moesten. Niemand van de verpleging begreep dhr. Na weken die erover heen gingen lukte het om te begrijpen wat dhr. wilde zeggen. Dit kwam omdat alle disciplines die met afasie te maken hebben om dhr. heen gingen staan en met elkander hebben we dhr. geholpen te communiceren. Dit met het uiten van gebaren, voordoen van voorbeelden, taaizakboek en uiteindelijk kwam de communicator, waardoor dhr. en wij als disciplines in principe gered waren. Want het is echt ontzettend moeilijk als je elkander niet begrijpt. Op dat moment heb je zoveel te doen met de afasie bewoner. Toen het moment was aangebroken dat iedereen dhr. beter begon te begrijpen ging zijn revalidatie met sprongen vooruit. Dhr. is op dit moment vrij zelfstandig, gaat alleen naar het toilet, wast zich van boven etc., en staat momenteel ingeschreven voor een servicewoning met zijn vrouw.  
   
Nabeschouwing  
Dit was mijn verpleegkundig werkstuk over het onderwerp afasie in een verpleeghuis.  
Mijn vraagstelling was:  
Hoe ga je als ziekenverzorgende om met bewoners die afasie hebben in een verpleeghuis.  
Door het lezen van dit verpleegkundig verslag kom je zeker tot een antwoord op mijn vraagstelling.  
Het omgaan met een afasie bewoner blijkt in de praktijk toch erg moeilijk te zijn, het brengt veel tijd en geduld met zich mee.  
In dit verslag staan interviews verwerkt van een bewoner en zijn echtgenote, wat mij veel moeite koste is om persoonlijke vragen te stellen aan hen.  
Ik vond het maken van dit verpleegkundig verslag heel interessant, vooral omdat het onderwerp door mijzelf gekozen is. Het heeft wel veel tijd gekost, maar ik hoop voor de mensen die dit verslag lezen het wel de moeite waard was.  
Door het maken van dit verpleegkundig verslag zal ik ook mijn persoonlijk leerdoel wel behaald hebben, want door het samen te werken met verschillende disciplines geef ik naar mijn idee betere zorg op maat.