Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
Afasie in een verpleeghuis
Gemaakt door Marielle Hogenbrink; verpleegkundig
verslag 1998 behorend bj de opleiding ziekenverzorgende
Belangrijk: de gekozen namen van clienten
zijn fictief gekozen in dit verslag
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Afasie-algemeen
§1.1 Wat is afasie
§ 1.2 Wat zijn de oorzaken van afasie
§1.3 Welke typen van afasie heb je
§ 1.4 Welke bijkomende problemen
kunnen er zijn?
§1.5 Welke behandelingen zijn er
voor bewoners met afasie
§ 1.6 Wat is de visie van het verpleeghuis
§ 1.7 Eigen visie als ziekenverzorgende
§ 1.8 P.S.S.-eenheid
§1.9 Gedicht
Hoofdstuk 2
Bewoner met afasie
§ 2.1 Betekenis van afasie in het
dagelijks leven
§ 2.2 Verpleegplan
§ 2.3 Opname van een bewoner met
afasie
§ 2.4 Familie/ achtergrond
§ 2.5 Communicatie
§ 2.6 Normen en waarden
Hoofdstuk 3 Begeleiding van een bewoner
met afasie
§ 3.1 Werkdruk en begeleiding
§ 3.2 Andere disciplines
§ 3.3 Hulpmiddelen
§ 3.4 Rol van ziekenverzorgende
§ 3.5 Mede bewoners
§ 3.6 Privacy en omgeving
Hoofdstuk 4 Overige informatie
§4.1 Toekomstperspectief
Nabeschouwing
Inleiding
Dit verslag maak ik naar aanleiding van
een opdracht die wij op school gekregen hebben in het kader van mijn opleiding
tot ziekenverzorgende. Ik ben een 2e jaars leerling en ben werkzaam in
een somatisch verpleeghuis.
Dit verpleegkundig verslag gaat over bewoners
die afasie hebben. Wat afasie nou precies is, kunt u lezen in dit verslag.
Ik heb het onderwerp afasie gekozen, omdat ik momenteel werkzaam ben op
een afdeling waar ik veel bewoners moet verzorgen die afasie hebben. Aan
de hand van dit verslag wil ik meer over dit onderwerp te weten komen,
zodat de omgang tussen de bewoners en het personeel makkelijker gaat, en
wij de bewoners beter leren te begrijpen.
Het onderwerp van mijn verpleegkundig
verslag heb ik uitgewerkt met behulp van de P.O.M. (Probleem Oplossende
Methode), dit is een methode waarbij ik aan de hand van een centrale vraagstelling
een aantal stappen doorloop om zo een antwoord te kunnen geven op de gemaakte
vraagstelling.
Mijn persoonlijk leerdoel is dat ik op
een goede wijze zorg kan verlenen aan bewoners die afasie hebben in een
verpleeghuis. Om dit op een goede manier te kunnen uitvoeren dus "zorg
op maat", zijn een aantal punten van groot belang:
-de relatie tussen de ziekenverzorgende
en bewoner
-de gevoelens van de ziekenverzorgende
en bewoner
-inlevingsvermogen.
Mijn centrale vraagstelling is:
Hoe ga je als ziekenverzorgende om met
bewoners die afasie hebben in een verpleeghuis.
Hoofdstuk 1. Afasie-algemeen
§1.1 Wat is afasie?
Afasie is een taalstoornis waardoor mensen
niet meer kunnen spreken en schrijven zoals voordien. Ook kunnen zij nog
maar gedeeltelijk begrijpen wat er tegen hen gezegd wordt of wat ze lezen.
Men spreekt alleen van afasie als de bewoner voor het ontstaan van de afasie
over een normale taalvaardigheid beschikte. Als we willen weten wat afasie
voor iemand betekent, hoeven we alleen maar te kijken naar het belang van
de taal. Taal gebruiken we op veel manieren en in vele situaties, bijvoorbeeld
als we:
- Spreken
- Luisteren en begrijpen
- Schrijven
- Lezen.
Mensen met afasie worden dus ernstig in
hun communicatie belemmerd. Doordat men niet meer kan zeggen wat men wil
of niet volledig begrijpt wat anderen zeggen verliest men het contact met
de medemens. Taal heeft ook te maken met het kiezen van de woorden waarmee
we onze gedachten, gevoelens en verlangens kunnen verwoorden, en wel op
zo'n manier dat een ander ons kan begrijpen. De taal zoals wij die gebruiken
bestaat uit een ingewikkeld systeem. Met bepaalde klanken vormen we woorden
en met deze woorden vormen we onze zinnen. Hierdoor zijn we in staat de
dingen om ons heen een naam te geven en bepaalde stemmingen en situaties
onder woorden te brengen. Tengevolge van afasie kan dit taals_ystyeem teniet
gedaan zijn. Het is ontregeld geraakt. In het ergste geval lukken het spreken
en het begrijpen van zinnen niet meer. Schrijven en lezen zijn nauwelijks
of helemaal niet meer mogelijk. Het spreekt vanzelf dat dit een zeer ingrijpende
verandering betekent in het leven van de afasie bewoner en zijn familie.
Afasie veroorzaakt echter geen stoornis in het denkvermogen. Toch speelt
taal een belangrijke rol bij het denken. De afasie verarmt soms wel de
mogelijkheden om gedachten te ontwikkelen. Toch heeft een afasie bewoner
wel degelijk weet van de dingen om hem heen. Hij kan beslist niet als geestelijk
onvolwaardig worden beschouwd. Wetenschappers weten nog maar heel weinig
van de manier waarop onze hersenen werken. Maar wat wel duidelijk is: de
afasie bewoner heeft niet zijn verstand verloren. En er is ook geen sprake
van een dementiesyndroom.
§ 1.2 Wat zijn de oorzaken van afasie
Afatische symptomen ontstaan alleen op
basis van een beschadiging van de hersenen en de lesies zijn bij rechtshandige
mensen meestal gelokaliseerd in de linker hemisfeer. Veel tijd en aandacht
hebben neurologen besteed aan de studie van de relatie tussen de plaats
van de lesie en de vorm (of het type) van de afasie.
De meest voorkomende oorzaak van afasie
is een C.V.A., cerebrovasculair-accident. De oorzaak van een C.V.A. is
een onderbreking van de bloedvoorziening naar een gedeelte van de hersenen.
Er zijn nog andere oorzaken voor het krijgen
van afasie, bijvoorbeeld een hersentumor of een trauma, ontstekingen, vergiftigingen
en operaties en bepaalde vormen van epilepsie.
In Nederland zijn er meer dan 30.000 afasiepatiënten,
per jaar komen er 3500 nieuwe gevallen bij.
§ 1.3 Welke typen van afasie heb je
De stoornissen, die bij afasie voorkomen
worden verdeeld in vier typen afasie:
1. Globale
afasie:
- de bewoner kan niet spreken
- de bewoner begrijpt de taal van de ander
slecht
- de bewoner kan niet lezen en schrijven
Dit is een zeer ernstige vorm van afasie,
vandaar de term globale afasie.
2. Broca
afasie:
- de bewoner heeft moeite met het vinden
van woorden
- de bewoner spreekt in onvolledige zinnen
- het lezen en schrijven kan gestoord
zijn
- het begrijpen van de taal is goed
3. Wernicke
afasie:
- de bewoner begrijpt de taal niet
- de bewoner spreekt vloeiend, maar gebruikt
de verkeerde woorden
- het lezen en schrijven is vaak gestoord
4. Anomische afasie:
- dit is een lichte vorm van afasie
- de bewoner heeft woordvindingsproblemen
- het begrip en uiten van bepaalde woorden
is moeilijk.
§ 1.4 Welke bijkomende problemen kunnen
er zijn?
Het komt maar zelden voor dat iemand alleen
afasie heeft. Vaak zijn ook andere gebieden getroffen. In de gebieden die
dicht bij de taalgebieden liggen, kunnen ook hersencellen verloren zijn
gegaan. Het hangt van de functies van zo'n gebied af, welke andere problemen
er naast afasie ontstaan. Over bijkomende problemen heerst vaak nog veel
onwetendheid en ook onbegrip bij de familie, maar ook bij hulpverleners.
Hieronder noem ik een aantal veel voorkomende problemen.
Problemen door een verlamming
De controle over de spieren aan één
zijde van het lichaam kan aangetast zijn. Hierdoor werken de spieren niet
meer samen. Er ontstaat een halfzijdige verlamming. De medische term hiervoor
is een hemiplegie (hemi=helft, verlamming). Bij een letsel in de linker
hersenhelft, kan een verlamming optreden in de rechter lichaamshelft en
andersom. Bij mensen met afasie gaat het meestal om de rechterkant van
het lichaam. Door het hersenletsel kan soms ook de blaas moeilijker functioneren.
Problemen bij het handelen
Het kan zijn dat iemand een handeling,
die hij wel nog automatisch kan uitvoeren, niet meer bewust kan doen. Dit
probleem noemt men apraxie (a=niet, praxie=handelen), dus het niet meer
weten hoe te handelen. Iemand met een apraxie weet bijvoorbeeld niet hoe
hij moet blazen als hem dat gevraagd wordt, terwijl hij wel automatisch
een brandende lucifer uitblaast als hij die zelf vasthoudt. Een apraxie
kan ook problemen geven bij het plannen van de juiste volgorde van bepaalde
handelingen. In onze hersenen liggen vaste schema's opgeslagen over allerlei
complexe handelingen zoals eten, scheren, aan-en uitkleden, autorijden
enzovoorts. Bij het uitvoeren van dergelijke handelingen maken we gebruik
van deze onderliggende schema's. Iemand kan dan proberen eerst zijn schoenen
aan te trekken en daarna pas zijn sokken. Soms helpt het om structuur in
de handelingen aan te brengen, bijvoorbeeld door de kleding in de juiste
volgorde van aantrekken klaar te leggen.
Problemen met zien
De helft van het gezichtshelft kan uitvallen.
Aan één kant van elk oog kan men niet waarnemen. Dit heet
in medische termen een hemianopsie (hemi=helft, a=niet, opsie=zien), dus
halfzijdig niet meer kunnen zien. Iemand met een hemianopsie ziet bijvoorbeeld
maar de helft van de tafel waaraan hij zit. Meestal ziet men de kant van
de goede lichaamshelft, maar de kant van de verlamde helft niet.
Problemen met herkennen
De ogen, de oren, de reuk en het gevoel
van iemand kunnen prima in orde zijn, maar toch kan her gebeuren, dat hij
een voorwerp niet herkent als hij het ofwel ziet, hoort, ruikt of voelt.
Dit probleem noemt men agnosie (a=niet, gnosie=kennen), dus niet meer herkennen.
Een voorbeeld van een agnosie is letter-agnosie. Iemand herkent dan de
letters niet meer. "Het lijkt wel Chinees".
Problemen met eten, drinken en slikken
Verlammingen, ongevoeligheid of juist
overgevoeligheid van de kauw-en slikspieren bemoeilijken het eten. Dit
noemt men dysfagie (dys=niet goed, fagie=slikken). Hierdoor kan iemand
last hebben van verslikken. Door verlamming en gevoelsverlies van een gedeelte
van de wang kan er ongemerkt speeksel uit de mondhoek lopen.
Problemen met het uitspreken van woorden
De spieren, die nodig zijn om duidelijk
te praten kunnen verlamd zijn. De klanken worden hierdoor vervormd. Men
noemt dit verschijnsel dysartrie (dys=niet goed, artrie=uitspreken). We
spreken van dysartrie als er een probleem is met het uitspreken van klanken,
woorden en zinnen. Vaak wordt dit probleem verward met afasie. Afasie geeft
problemen met wat men zegt, schrijft, hoort of leest; dysartrie alleen
met de uitspraak van woorden.
§ 1.5 Welke behandelingen zijn er
voor bewoners met afasie
Aanvullend logopedisch onderzoek, specifiek
gericht op de therapie.
Taaltests en communicatieve meetmethode
geven informatie over de ernst en/ of aard van de afasie. Naast een kwantitatieve
analyse (hoe ernstig) wordt er vaak een kwalitatieve analyse van de testresultaten
gegeven, dat wil zeggen het soort fouten wordt beschreven. Bij het doen
van onderzoek is het niet gebruikelijk de bewoner te helpen bij de opgaven.
In de praktijk gebeurt dat meestal wel, om al een indruk te hebben bij
wat voor soort hulp de bewoner geholpen moet worden. Die hulp wordt bij
tests pas gegeven als de bewoner er zelfstandig niet uitkomt en de gegeven
tijd om is. In dat geval namelijk moet de reactie fout gescoord worden.
Als de bewoner een opdracht niet begrijpt,
herhaalt de logopedist deze of wordt er een andere aanbiedingsvorm gekozen.
Ook wordt de bewoner op gang geholpen als hij niet weet hoe hij een taak
moet aanpakken. In zo'n ontspannen therapiesituatie zonder tijdsdruk zal
de logopedist er gemakkelijk achter kunnen komen met welke hulpmiddelen
de bewoner een goede reactie kan geven en wat hij werkelijk niet kan.
Naar het verdwijnen van de afasie behandeling
in 'Zeeburg' in 1972, werdt in 1976 het Afasiedagbehandelingscentrum geopend.
Dit centrum is verbonden aan het Sint Lucas Ziekenhuis, maar functioneert
geheel zelfstandig. Het centrum voorziet in een dagbehandeling voor afasie
patiënten, dat wil zeggen dat er naast logopedie, die zowel individueel
als in groepsverband plaatsvindt, mogelijkheden zijn voor fysiotherapie:
ergotherapie en opvang om sociale redenen. In principe kan een patiënt
door iedereen worden aangemeld. Gewoonlijk gebeurt dat echter door de specialist
of huisarts. De patiënt wordt opgeroepen voor een eerste onderzoek
door neuroloog en logopedist, die samen beoordelen of iemand inderdaad
een afasie heeft, of de patiënt gemotiveerd is voor behandeling en
of de patiënten moeten zelfstandig naar het toilet kunnen gaan en
zelf kunnen eten.
§ 1.6 Wat is de visie van het verpleeghuis.
Een visie is:
1. het zien, inzage: plannen, een rapport
ter inzage om te worden ingezien
2. een kijk, mening hebben over een bepaald
onderwerp.
Zorgvisie:
Vanuit de door God aan ons gegeven verantwoordelijkheid
om te leven naar het beeld van Christus, zal de zorg: Streven naar het
welbevinden van de bewoners/ patiënten op geestelijk/ religieus, psychisch,
lichamelijk en sociaal gebied.
De christelijke identiteit wordt zichtbaar
in de doelstellingen van Siloam, in het beleid, in de wijze van werken
en het woon/ en leefklimaat van het verpleeghuis.
De regels die het verpleeghuis kent zijn:
1. gelijkwaardigheid, respect en verdraagzaamheid
2. zelfstandigheid, verantwoordelijkheid
en (keuze) vrijheid
3. gemeenschapszin
4. openheid
5. veiligheid
6. geïntegreerde en professionele
zorg
7. levensbeschouwing.
Er wordt van zowel bewoners als personeel
verwacht dat men respectvol met deze regels omgaat en ze ook naleeft. Men
kan hierop altijd worden aangesproken.
§ 1.7 Eigen visie als ziekenverzorgende
Mijn visie als leerling ziekenverzorgende
in een verpleeghuis is dat de stoornis van de afasie bewoner niet lijdt
tot afhankelijkheid van ons als ziekenverzorgende en dat het de zelfstandigheid
niet in de weg staat.
§ 1.8 P.S.S.-eenheid
De invloed die afasie heeft op het psychische
functioneren van de bewoner is voor een heel groot deel afhankelijk van
de acceptatie van de bewoner, het niet bewust zijn van de ziekte, dus totaal
geen ziekte inzicht hebben.
De invloed die afasie heeft op het lichamelijk
functioneren van de bewoner zijn de verlammingsverschijnselen waarbij een
hoop afhankelijkheid optreed.
De invloed die afasie op het sociale leven/
contacten van de bewoner zijn niet of weinig kunnen communiceren waarbij
men zich van de buiten wereld afsluit. De bewoner gaat sneller alleen zitten
en voelt zich nergens bij betrokken. Vrienden/ familieleden komen vaak
minder langs of maar heel even omdat de bewoner niet kan praten waardoor
het ook minder gezellig is, de bewoner kan zich niet uiten. Vaak trekt
het bezoek ook naar andere bewoners toe, omdat die wel kunnen communiceren.
En zo raak je als afasie bewoner vaak in een sociaal isolement, watje juist
ten aller tijden moet proberen te vermijden.
§1.9 Gedicht
Afasie
Terug in het bewuste, ontdek ik dat ik
niet spreken kan
Ik sein commando naar mijn lippen maar
mijn mond wil niet gehoorzamen.
Ik zie de mensen om me heen
Ik hoor ze vragen en ik zie ze mijn antwoorden
niet begrijpen.
Langzaam begrijpen ze dat ik....
Dan drijf ik weg uit hun midden
Hun ogen zien machteloos toe
Hoe ik verdrink in de eenzaamheid.
Hoofdstuk 2. Bewoner met afasie
§ 2.1 Betekenis van afasie in het
dagelijks leven.
Als iemand afasie heeft, is hij in zijn
communicatie beperkt. Communiceren is contact hebben met anderen, uitwisselen
van belevenissen en gedachten. Kortom, als mens functioneren. Door afasie
is iemand in dit menselijk functioneren gehandicapt en komt hij in een
isolement terecht. Hij voelt veel verdriet en onmacht. Daarnaast is hij
snel vermoeid en heeft hij grote problemen om zich te concentreren.
De afaticus is afhankelijk geworden van
zijn omgeving.
De omgeving moet zich aanpassen aan de
afaticus en rekening houden met zijn taalstoornis. Dit aanpassen vergt
van de omgeving enorm veel inzet. Uit de praktijk is bekend dat de kennissenkring
van iemand met afasie wegvalt. Alleen een paar goede vrienden durven te
blijven komen. Het gevolg is dat ook de naaste omgeving in een isolement
raakt. De afhankelijkheid komt ook tot uiting in rolsverandering binnen
het gezin of een relatie. De gezonde partner moet nu taken overnemen die
de afaticus vroeger deed: her regelen van het huishouden, het afhandelen
van allerlei zaken zoals het invullen van belastingbiljetten en verzekeringsformulieren.
Een partner met afasie is iemand anders
geworden.
Het is niet meer degene met wie de relatie
begonnen werd. Er is slechts in beperkte mate uitwisseling van voorvallen
en gebeurtenissen van alledag mogelijk. Het samen beslissen van belangrijke
zaken is praktische onmogelijk geworden. De gezonde partner staat voor
alles alleen.
Het omgaan met een afaticus vraagt een
geweldige aanpassing en souplesse van de kant van de gezonde partner. Er
is geen sprake meer van toenadering en contact op het oude niveau. Dit
vindt uiteraard ook zijn weerslag in de seksuele relatie.
§ 2.2 Verpleegplan
|
|
Zorgprobleem
|
Doelstelling
|
Actie
|
Evaluatie
|
|
Ademhaling
|
|
|
|
|
|
Eten en drinken
|
Niet duidelijk kunnen
maken van behoeften betreffende eten en drinken
|
Patiënt kan zijn
eten -en drinkbehoeften bevredigen
|
Controleer of aan behoeften
van patiënt met betrekking tot eten en drinken tegemoet is gekomen
door navragen, eventueel met behulp van gebaren en aanwijzingen
|
Na iedere maaltijd
|
|
Uitscheiding
|
Niet duidelijk kunnen
maken van de behoefte om naar het toilet te gaan
|
Patiënt kan aangeven
wanneer hij hulp nodig heeft bij het naar toilet gaan
|
Regelmatig opgezette
tijden aan de patiënt vragen, eventueel met behulp van gebaren en
aanwijzingen, of hij naar het toilet moet
Goede observatie van gedrag dat wijst op sanitaire
nood |
Dagelijks
|
|
Rust,regelmaat
en activiteiten |
Neiging tot interactiviteit
door communicatieprobleem
|
Patiënt is actief
betrokken bij zijn omgeving
|
Patiënt bij het
afdelingsgebeuren betrekken
Aanbieden van activiteiten die aansluiten
bij de
belevingswereld van de patiënt
Eventueel inschakelen van activiteitenbegeleiding
|
Dagelijks
|
|
Communicatie en interactie
|
Niet kunnen uiten,
niet begrijpen van de ander
Geen voorwerpen herkennen
Moeilijk kunnen lezen en
schrijven |
Patiënt kan zijn
gevoelens aan anderen duidelijk maken
Patiënt begrijpt wat de ander hem duidelijk
probeert te maken
Patiënt kan zijn wensen en behoeften
aan de ander duidelijk maken |
In korte zinnen spreken.
Herhalen op een andere manier de tijd nemen
voor de patiënt
Controleren of een boodschap begrepen
is
Eventueel inschakelen van
logopedist |
Wekelijks
|
|
Veiligheid,geborgenheid
en intimiteit |
Gevoel van onveiligheid
door het niet begrijpen van de ander
|
Patiënt voelt
zich op zijn gemak in zijn omgeving
|
De tijd voor de patiënt
nemen
Vertrouwen wekken door een vaste verzorgende
toe
te wijzen |
Wekelijks
|
|
Zin geven en zinontlenen
|
Niet kunnen bepalen
van een plaats in de samenleving door communicatieproblemen
|
Patiënt ziet voor
zichzelf een plaats in de samenleving waar hij zich thuis kan voelen
|
Helpen zijn gevoelens
te uiten. Dit kan ook naar familie of andere hulpverleners
|
Wekelijks
|
§ 2.3 Opname van een bewoner met afasie
Om een opname van een bewoner met afasie
duidelijk te maken gebruik ik een situatieschets weergevend
Bewoner:
Een 50-jarige man wordt op een ochtend
door zijn buurvrouw in huis gevonden. Zijn rechter lichaamshelft is verlamd
en hij is niet in staat te spreken. De bewoner kan slechts onverstaanbare
klanken maken, wanneer hij tracht te spreken. De huisarts, die gewaarschuwd
is, stelt vast, dat er vermoedelijk sprake is van een CVA en acht een onmiddellijke
ziekenhuisopname noodzakelijk. De dienstdoende neuroloog wordt op de hoogte
gesteld door de huisarts over de medische voorgeschiedenis van de bewoner.
Voorgeschiedenis:
Sinds drie jaar is de man bij zijn huisarts
onder controle vanwege een hoge bloeddruk en twee maanden voor de opname
in het ziekenhuis had de bewoner last van tintelingen in zijn rechter arm
en een gevoelloze rechter gezichtshelft. Er was sprake van TIA's. Deze
klachten waren binnen 24 uur verdwenen. Behalve de hoge bloeddruk was de
man altijd gezond geweest. De bewoner is sinds twee jaar weduwnaar en heeft
twee kinderen, een zoon in dezelfde stad en een dochter elders. De bewoner
woont alleen en is als verzekeringsinpecteur werkzaam.
Neurologisch onderzoek:
Gedurende de eerste dagen van de ziekenhuis
opname is de bewoner suf, maar reageert wel wanneer hij aangesproken wordt.
Er bestaat een afasie, gekenmerkt door een ernstige stoornis in de expressieve
taal. Het taaibegrip is niet te beoordelen er bestaat een hemibeeld rechts.
Er wordt voorgesteld een psychologisch onderzoek te laten verrichten en
contact op te nemen met de logopediste die aan het ziekenhuis verbonden
is, voor de behandeling van afasie. De fysiotherapeutische behandeling
vindt inmiddels dagelijks plaats. Contact met een maatschappelijk werker
vindt de arts in dit stadium nog niet zinvol. Het is nu moeilijk te voorspellen
hoe de toestand zich verder zal ontwikkelen. In de tweede week van de opname
verbetert de toestand, maar het spreken blijft ernstig gestoord. De verlammingsverschijnselen
zijn verminderd, maar lopen is nog niet mogelijk.
Verpleging en fysiotherapie:
In de eerste dagen is de toestand vrij
stabiel. De vitale functies, met name hartslag en bloeddruk, herstellen
vrij snel tot een normaal niveau. De verpleging kan niet beoordelen in
welke mate hij zich bewust is van wat er om hem heen gebeurt. De fysiotherapeut
doet gedurende korte periode passieve bewegingsoefeningen.
§ 2.4 Familie/ achtergrond
Bij deze paragraaf laat ik een stukje
lezen over de achtergrond van een bewoner die bij ons in het verpleeghuis
verblijft.
Dhr. de Leeuw geboren 03-09-1928 in Pernis.
Dhr. is op 16 februari 1998 opgenomen in het verpleeghuis Siloam. Zijn
burgerlijke staat is gehuwd. Dhr. heeft vier kinderen, waar gelukkig allen
nog van leven. Dhr. zijn levensbeschouwing is gereformeerd. De reden van
de aanvraag in dit verpleeghuis: mogelijkheid tot revalidatie/ reactivering.
Diagnose: Dhr. de Leeuw is bekend met
een CVA (bloeding), sinds 27-juli 1997, met als gevolg een hemibeeld rechts,
en ernstige afasie.
Psycho-sociale functioneren: Gespreksvoering
is niet mogelijk door de genoemde ernstige afasie. Uit zijn non-verbale
reacties lijkt het begrip zeker intact. Het gedrag van Dhr. de Leeuw is
vrij rustig.
Dhr. komt de hele dag gewoon uit bed,
rijdt zichzelf voort met zijn transportrolstoel.^.
A. D.L: Dhr. wast zich van de bovenkant
aan de wastafel op rug en rechter arm na. Van onderen wordt Dhr. op bed
gewassen door de verpleging.
Dhr. krijgt op dit moment normaal eten,
heeft een sonde gehad. Dhr. heeft soms slikproblemen.
Dhr. moet bij alles veel aanmoediging
hebben. Dhr. gaat elke zondag naar zijn vrouw thuis.
Samenvatting interview met zijn vrouw:
De relatie voordat haar man afasie kreeg
was zogezegd goed te noemen. Een relatie zoals ieder andere relatie, waarin
up's en down's voorkomen.
De relatie op dit moment (met afasie)
is nog steeds erg goed. Wel ga je op een één of andere manier
anders met elkaar om dan voorheen. Mijn man en ik hangen ontzettend veel
aan elkaar. Als echtgenote ben ik soms te bezorgd om mijn man. Als er maar
iets heel kleins aan de hand is, denk ik vaak het ergste. Dit vertelt mevrouw.
Als ziekenverzorgende kan ik dit goed begrijpen, ze houdt van haar man
en wil hem natuurlijk nog lang niet kwijt. Ze heeft natuurlijk ook al heel
veel meegemaakt met haar man.
De relatie nu op dit moment is goed te
noemen, maar wel merk ik dat mijn man zich wel eens aan mij ergert. Als
een ziekenverzorgende aan mijn man vraagt of hij misschien thee lust, ben
ik al snel geneigd om voor mijn man te antwoorden, terwijl mijn man dit
best wel zelf zou kunnen aangeven. Misschien gebeurt dit dan met behulp
van zijn communicator of pictog ram plaatjes, maar hij komt er zeker wel
uit. Maar op dat moment besef je dat te laat en heb je al geantwoord voordat
je er erg in hebt. Dit is voor ons beide erg moeilijk, en hier moet ik
zeker alert op zijn.
De gevoelens die ik als echtgenote had
op het moment dat ik hoorde dat mijn man afasie kreeg weet ik niet meer
precies. Wel kan ik me herinneren dat ik ontzettend bang was mijn man kwijt
te raken en dat ik er dan alleen voor zou staan. Je moetje voorstellen;
je man krijgt een hersenbloeding en houdt er daarna ernstige afasie aan
over, is wat de artsen mij op dat moment vertelden. Ik wist nog geen eens
wat het woordje afasie inhield. De vraag waar ik al een hele poos mee rond
loop is waarom moet mijn man dit overkomen? Dit is een vraag die onbeantwoord
blijft.
Het accepteren dat mijn man afasie heeft
gaat beetje voor beetje vooruit. Natuurlijk wordt heel je leven in de war
gegooid en vooral bij het begin kon ik hier erg moeilijk mee omgaan. Maar
het leven gaat door, verteld mevrouw. In het begin toen ik net te horen
kreeg dat mijn man een spraakstoornis had en de kans op verbetering/ herstel
heel klein was kon ik dat niet geloven. Dan hoorde ik bijvoorbeeld mijn
man een klein geluidje maken en dan dacht ik gelijk: hij heeft zijn stem
weer terug. Nu kijk ik hier heel anders tegenaan, maar het helemaal accepteren
lukt denk ik nooit. Wat met mijn man gebeurd is blijft vreselijk voor ons
beiden, maar op dit moment redden we ons samen wel. Wat ons overkomen is
moet slijten en dat is niet in tijd/jaren uit te drukken.
Over het algemeen ben ik als echtgenote
van mijn man aardig goed opgevangen/ begeleidt toen ik te horen kreeg dat
mijn man een spraak-stoornis had. Ik kreeg van het ziekenhuis (logopediste)
informatieboekjes waarin ik alles kon lezen over afasie. Ook kreeg ik al
snel een gesprek met de logopediste die mij van alles en nog wat uitlegde
over afasie en wat van belang was bij mijn man. Er waren ook gespreksgroepen
voor mijn man en mij en er werden zo nu en dan informatieavonden georganiseerd
in verschillende tehuizen. Ja, de begeleiding vond ik goed maar helaas
mijn verdriet zal blijven.
§ 2.5 Communiceren met bewoners die
afasie hebben
Als alle eerste wil ik vertellen dat communiceren
met een afasie bewoner helemaal afhankelijk is van de persoon die je voor
je hebt. Aan de hand van een aantal testen die de logopediste in opdracht
van de arts doet worden er afspraken gemaakt wat voor die persoon het beste
is. Iemand met afasie kan bij het uiten verschillende problemen hebben.
Bijvoorbeeld: de bewoner heeft de bedoeling om iets te zeggen, maar kan
de bedoeling niet lang vast houden. Bewoner is dan kwijt, wat hij wilde
zeggen. Een ander probleem kan zijn, dat iemand met afasie uit zijn bedoeling
niet de begrippen kan halen. Bijvoorbeeld: de bewoner wil zeggen dat hij
een andere broek aan wil, maar de bewoner kan uit deze wens niet het begrip
halen.
Vaak wordt gedacht dat mensen met afasie
alléén maar moeite hebben met het vinden en het uitspreken
van worden. Was dat maar waar, dan zou de communicatie veel makkelijker
zijn. Wij redden ons in een land waar we de taal niet van kennen toch ook
best. Dan weten we alleen niet de woorden. Maar we weten wel de begrippen,
die we bedoelen en kunnen dus aanwijzen en uitbeelden. Iemand met afasie
kan dat vaak niet. De bewoner weet bijvoorbeeld wel dat hij geld nodig
heeft om boodschappen te betalen, maar de bewoner weet vaak niet dat hij
om deze wens te uiten de begrippen geld of boodschappen nodig heeft. We
zijn geneigd om iemand met afasie te verwijten:,, Waarom wijs je het niet
aan?" of,, Waarom maakte je niet het geldgebaar? als de bewoner geld nodig
heeft. Dat kan de bewoner juist niet, als de bewoner uit zijn bedoeling
niet de benodigde begrippen kan halen.
Hieronder wil ik een aantal richtlijnen
weergeven voor de communicatie met een afasiebewoner.
- Spreek rustig en duidelijk in korte
zinnen, op een natuurlijke manier niet in kinderlijke taal. Benadruk de
belangrijkste woorden in de zin. Lange moeilijke woorden of lange zinnen
kunnen niet altijd goed begrepen of onthouden worden. Zeg steeds een zin
met daarin een enkele mededeling en wacht daarna de reactie van de afasie
bewoner af om te zien of hij het begrepen heeft. Herhaal het anders nog
een keer.
- Praat over de dingen in zijn onmiddellijke
nabijheid, die hem bekend zijn en hem interesseren.
- Zorg dat er altijd pen en papier bij
hand zijn om de kernwoorden van een verhaal op te schrijven, vooral als
het om een belangrijke mededeling gaat. Behalve dat de bewoner hierdoor
beter kan begrijpen heeft deze manier ook het voordeel dat hij de mededeling
ook aan andere kan laten zien, zonder zelf iets te hoeven zeggen.
- Als de bewoner moeite heeft met het
begrijpen maak dan het gebaar beeld het uit of teken het.
- Misschien kan de bewoner ook zelf een
gebaar maken, iets aanwijzen of uitbeelden, of een woord of een paar letters
opschrijven, of iets tekenen, waardoor men begrijpt wat de bewoner bedoelt.
- Als de bewoner heel moeilijk een vraag
kan beantwoorden stel dan de vragen zo dat een ja of nee antwoord mogelijk
is. Vraag niet "Wilt U koffie of thee?" maar vraag:" Wilt U koffie?" (wacht
het antwoord af) en bij een nee antwoord "Wilt U thee?"
Probeer er rekening mee te houden dat
sommige bewoners ja zeggen als ze nee bedoelen of andersom. Herhaal de
vraag nog eens en kijk of ja echt ja is.
- Verbeter de bewoner niet.
Het is belangrijk dat de bewoner begrepen wordt, niet of hij correct spreekt.
- Spreek niet in de plaats
van een afasiebewoner. Geef de bewoner de gelegenheid zich te uiten, ook
als het langzaam en moeizaam gaat. Vul geen zinnen of woorden aan, tenzij
de bewoner er echt niet uit kan komen.
- Kijk de bewoner tijdens het spreken
aan. Oogcontact levert de aandacht en het aankijken geeft de bewoner de
gelegenheid om de gezichtuitdrukking te "lezen".
- Let op de gezichtsuitdrukking en gebaren.
Die kunnen soms duidelijker zijn dan de woorden.
-Als de bewoner vloekt, of iets zegt dat
hij vroeger nooit zo gezegd zou hebben, realiseert U zich dan dat dit door
de afasie komt. De bewoner kan er op dat moment niets aan doen, en merkt
vaak zelf niet dat hij iets anders zegt dan dat hij wil zeggen.
-Waarschuw de bewoner als men hem iets
wil zeggen, bijvoorbeeld door zijn naam te noemen of door hem even aan
te raken.
§ 2.6 Normen en waarden van een afasie
bewoner.
Normen en waarden is iets wat voor een
persoon belangrijk is. Normen is iets waar een persoon naar kan streven
en waarden zijn persoonsafhankelijk en bezit een persoon.
De normen en waarden van de logopediste
uit mijn verpleeghuis is een bewoner zo optimaal mogelijk laten communiceren
en leren omgaan met beperkingen (ook naar familieleden toe) en natuurlijk
het acceptatieprobleem.
De normen en waarden van de fysiotherapeut
uit mijn verpleeghuis is dat je een bewoner niet als een kind gaat behandelen,
maar gewoon blijft behandelen als een volwassen volwaardig persoon. Dit
is zeker heel belangrijk en daar moeten we met z'n allen op blijven letten.
De normen en waarden van de ergotherapeut
uit mijn verpleeghuis is dat het heel belangrijk is datje de bewoner met
afasie zeer serieus neemt en de gedachtes van de bewoner niet invult. Je
moet stimuleren tot non-verbale en verbale communicatie, en het gebruiken
van hulpmiddelen.
De normen en waarden van een collega op
de afdeling is dat als een bewoner met afasie een zorgvraag heeft, dat
ze zo goed mogelijk aan die zorgvraag wil voldoen. Aangezien de bewoner
afasie heeft en dus moeilijker duidelijk kan maken wat de bewoner bedoelt,
wil mijn collega er toch achter zien te komen wat de bewoner bedoelt.
Mijn eigen normen en waarden van een bewoner
die afasie heeft is de bewoner benaderen zoals die vroeger ook altijd benaderd
werd, dus ik neem zijn oude leefgewoonte aan en probeer de bewoner zo optimaal
mogelijk te laten communiceren en zijn beperkingen onder ogen te zien,
en ik probeer zoveel mogelijk de familie erbij te betrekken.
Hoofdstuk 3 Begeleiding van een bewoner
met afasie
§ 3.1 Werkdruk en begeleiding.
De vaak grote werkdruk is te merken op
de afdeling. Dan is er te weinig personeel door ziekte of vakantie of een
andere reden. Je begint dan met helaas te weinig personeel en je wilt elke
bewoner genoeg aandacht geven, waar de bewoners tenslotte recht op hebben,
door bij het wassen en aankleden een praatje te maken. Maar ook wil je
iedere bewoner graag op tijd uit bed hebben, als deze bewoner er uit mag
en uit bed kan. Door goed met elkaar te plannen heb ik goede ervaringen.
Toch blijkt dat familie de werkdruk erg voelt op de afdeling en zich dan
toch terug trekt om de verzorgende niet nog meer te willen belasten. Dit
is voor familie en verzorgende best een nare ervaring en hier moet toch
zoveel mogelijk voor gewaakt worden dat dit zo min mogelijk gebeurt Ondanks
de werkdruk moeten we als verzorgende er op letten dat familie die de behoefte
aan begeleiding of vragen heeft deze te geven/ te beantwoorden, of zo mogelijk
dit door te spelen naar een maatschappelijk werkster, om toch naar de vragen
te kunnen luisteren van familie. Wat ook wel voorkomt dat familie tijdens
het koffie drinken gewoon even bij ons komen zitten en dan een gesprek
begint. Dan kun je toch wel merken wat ze kwijt willen, of waar ze een
gesprek over willen hebben. Daar vanuit zou je de familie kunnen benaderen
door toch een afspraakje te maken. Familie vindt de begeleiding voor het
grootste gedeelte toch wel genoeg, als ze deze nodig hebben krijgen ze
de begeleiding toch wel ondanks de werkdruk. De familie kan altijd met
vragen bij de afdelingshoofd terecht. Een ieder vindt het altijd belangrijk
dat familie dit krijgt. Er blijven zo zeggen ze altijd vragen en de meeste
familie van mijn verpleeghuis waar ik te werk ben zeggen dat ze goede ervaringen
hebben op het gebied van begeleiden. Ook vertelde familie dat ze de werkdruk
meestal goed aanvoelen, het is een bepaalde sfeer zo zeggen ze zelf. Het
is niet negatief maar juist daarom houden ze vaak een bepaalde afstand.
Als verzorgende geeft het een naar gevoel als je familie moet zeggen ik
heb nu even geen tijd vanwege de drukte of het moet van heel groot belang
zijn dan moet er tijd gemaakt worden. Gelukkig komt de meeste familie in
de middag en dan is het toch een stuk rustiger en kunnen we ze toch de
aandacht geven die sommige familieleden hard nodig hebben.
§ 3.2 Andere disciplines
Een afasiebewoner in een verpleeghuis
kan met een hoop andere disciplines te maken krijgen. Bijvoorbeeld kan
de bewoner te maken krijgen met de logopediste, dit komt meestal altijd
voor, de fysiotherapeut, ergotherapeut, natuurlijk de arts, maatschappelijk
werker, activiteiten begeleiding.
Hieronder beschrijf ik wat de belangrijkste
taken zijn van deze disciplines, die je kunnen begeleiden van het hebben
van afasie.
De taak van de logopedie is:
- De stem oefenen
- De taal oefenen
- De spraak oefenen
- Het gehoor oefenen
De logopediste doet onderzoek en eventueel
behandelingen naar de vier
bovengenoemde factoren.
Daarnaast houdt de logopediste zich ook
bezig met eet en
drinkproblemen.
De logopediste geeft adviezen aan de verpleging
en andere
hulpverleners en ook aan de familie. De
logopediste voert ook
gesprekken met familieleden.
De logopediste werkt samen met de fysiotherapeut
en de ergotherapeut.
Dit heet paramedische dienst en natuurlijk
werkt de logopediste ook
samen met andere disciplines.
De rol van een ziekenverzorgende als schakel
tussen bewoner en de logopedie is:
- Feedback aan de logopediste
vragen over de voortgang van de bewoner
- Feedback terug geven op
de rapportage van de logopediste
- Eventueel helpen bij het
begeleiden van omgang hulpmiddelen
- Goede observatie van het
eten en drinken
- Goede observatie van de
spraak
Als ziekenverzorgende moet je proberen
op een zo juist mogelijke manier samen te werken met andere disciplines,
in dit geval de logopediste. Bespreek/ of rapporteer zoveel mogelijk je
bevindingen van de bewoner.
De taak van de fysiotherapeut is:
- oefen- bewegingstherapie
- massagetherapie enzovoorts
Over het algemeen bestaat de behandeling
van een afasie bewoner voornamelijk uit het oefenen van lopen, omdat afasie
bewoners vaak een halfzijdige verlamming hebben.
De taak van de arts is:
De arts is een persoon die bevoegd is
tot het uitoefenen van de geneeskunst. De arts vervult een belangrijke
taak bij de zorg voor en de behandeling van elke bewoner. Zijn betrokkenheid,
al naar gelang het ziektebeeld, de behoefte van de bewoner en de stabiliteit
van de verpleegsituatie, verschillen.
De taak van de ergotherapeut:
De taak van de ergotherapeut is een paramedische
behandelingswijze die zich richt op het revalideren van bewoners die geestelijk
en/ of lichamelijk ziek zijn of tijdelijk dan wel blijvend gehandicapt
zijn. De ergotherapeut betrekt de bewoner bij activiteiten die methodische
worden opgebouwd en doelgericht worden gebruikt in specifiek gekozen situaties,
opdat de bewoner deel kan gaan nemen aan het leven in al zijn facetten,
met betrekking tot zowel de eisen die de bewoner aan zichzelf stelt als
de eisen zijn woon- leef milieu hem stellen. De activiteiten worden gebruikt
om het volgende:
- De onafhankelijkheid van
de bewoner in activiteiten van het dagelijks leven (eten, schrijven).
De taak van de ergotherapeut ten aan zien
van afasie bewoners is over het algemeen iets anders dan bij andere bewoners.
Tijdens de therapie bekijkt de ergotherapeut hoe het begrip van de bewoner
is.
De ergotherapeut doet neuro psychologische
functiestoornis observatie, en tijdens die observatie kom je dus ook een
deel van het begrip te weten. Npfo is: bekijken welke hersenfuncties er
bij de bewoner zijn uitgevallen.
§ 3.3 Hulpmiddelen
Communicatieschrift:
Vooral in het begin is het voor veel bewoners
erg moeilijk zelf te spreken of iets duidelijk te maken. Om een goed overzicht
te hebben over wat er met de bewoner gebeurt en wie hem bezocht hebben,
houden we een communicatieschrift bij. In dit schrift schrijft ieder die
de bewoner bezoekt, kort op wat met hem of haar besproken is. Dit geldt
zowel voor personeel als voor familie en vrienden.
Communicatie- bord:
Een communicatie- bord is een hulpmiddel
voor de communicatie met mensen met een ernstige vorm van afasie; ontwikkeld
in samenwerking met de Werkgroep Utrecht van de Stichting Afasie Nederland.
Het communicatie- bord is een stevig, geplastificeerd openslaand bord waarop
bewoner en omgeving de belangrijkste vragen en gespreksonderwerpen kunnen
aanwijzen te ondersteuning van de dagelijkse communicatie.
Het communicatie- bord is zo ontwikkeld,
dat het een plaats zou kunnen krijgen naast het bekende Taaizakboek. Omdat
het communicatie- bord eenvoudiger van inhoud en opzet is dan het Taaizakboek,
kan men het gebruiken voor de communicatie met die bewoners, die niet met
het Taaizakboek hebben (kunnen) leren werken, en op die plaatsen (op de
afdeling, oefenzaal) waar communiceren met behulp van het Taaizakboek te
tijdrovend lijkt. Qua vorm en inhoud sluit het communicatie- bord aan op
het Taaizakboek.
In eerste instantie ontwikkeld voor mensen
met een ernstige afasie, zal het communicatie- bord ook mensen met andersoortige
taal/ spraakstoornissen van dienst kunnen zijn.
Communicator:
Als je afasie hebt is het handig een communicator
te gebruiken. Dit is een soort kleine typemachine, waar een strookje papier
uitkomt waar de tekst op staat die net ingevoerd is in de typemachine.
Dit is een heel handig hulpmiddel en kan besteld worden via de logopediste.
De bewoner kan zo vaak mogelijk oefenen met woordjes in te tikken.
Verder zijn er tal van materialen te gebruiken
voor de behandeling van afasie bewoners, zoals logische reeksen (beeldverhalen
voor volwassenen afasie bewoners), zelfklevende foto's en diverse spel-en
leermaterialen. Tegenwoordig worden ook computerprogramma's gemaakt, speciaal
ten behoeve van de revalidatie van mensen met afasie. Mensen met afasie
kunnen werken met diverse oefenprogramma's. De computer is een volwassen
en motiverend hulpmiddel en stimuleert de zelfstandigheid en eigenwaarde
van de bewoner.
Naast het taaizakboek is nu ook het gespreksboek
uitgegeven. Dit boek dient ook weer als hulpmiddel voor het voeren van
een gesprek. Het is een systematische methode om achter de bedoeling van
de afasie bewoner te komen. De bewoner en zijn gesprekspartner moeten met
hulp van een logopedist het boek leren gebruiken.
§ 3.4 Rol van ziekenverzorgende
De rol van een ziekenverzorgende is:
- het goed begeleiden van
de bewoner en familie
- alles duidelijk rapporteren
in het zorgdossier en goed samenwerken met andere disciplines
- goede observatie
- geduld en respect op brengen
- privacy in acht houden
- alles rondom de verzorging van
de bewoner in de gaten houden en zonodig het zorgplan bijstellen
- aanwezig zijn tijdens bewonersbesprekingen
- bewoners serieus nemen.
§ 3.5 Mede bewoners
De reactie van de medebewoners van mensen
die afasie hebben in het verpleeghuis wordt over het algemeen niet als
positief ervaren. De meeste mede bewoners begrijpen niet wat het hebben
van een spraakstoornis inhoudt bij deze bewoners. De mede bewoners vinden
het raar dat de afasiebewoner niet kan praten. Vaak negeren de mede bewoners
de afasiebewoner totaal. Daarom merk je vaak dat de afasiebewoner al gauw
geneigd is apart in een hoekje te zitten. De afasiebewoner wordt nergens
bij betrokken. Ik merk vaak uit mijn praktijkervaring dat andere bewoners
zich aan de afasiebewoners ergeren. De medebewoners hebben het er weieens
onderling met elkaar over, dit vindt ik als ziekenverzorgende best naar,
want de bewoner met afasie, heeft natuurlijk niet om dit gevolg gevraagd,
dit is juist ontzettend moeilijk voor deze bewoners, en als ziekenverzorgende
vind ik het echt heel erg jammer dat de medebewoners niet of weinig contact
aangaan met de afasie bewoner.
§ 3.6 Privacy en omgeving
In het verpleeghuis zijn op de afdeling
waar ik werk dertig bewoners. De meeste kamers worden gedeeld met vier
bewoners. Dan zijn er zes twee- persoonskamers en zes één-
persoonskamers. Er zijn op de afdeling wat hoekjes om te zitten op de gang
en twee huiskamers (één rokers en één niet
rokers) waar alle bewoners bij elkaar zitten. In het verpleeghuis is een
recreatiezaal waar familie met bewoners kunnen zitten waar thee/ koffie
gedronken kan worden, wat verzorgd wordt door vast personeel en vrijwilligers.
Tijdens het wassen van een bewoner houd
je rekening met hun privacy, je doet gordijnen dicht, je laat iemand niet
helemaal bloot liggen maar doet er zonodig een handdoek over heen. Als
bijvoorbeeld de dokter bij een bewoner bezig is loop je niet zomaar naar
binnen als je bijvoorbeeld iets uit de kast moet pakken. Je klopt eerst
even op de deur en als de gordijnen dicht zijn roep je even. Dit is iets
waar door iedereen nauwkeurig opgelet moet worden, zowel als somatische
als psychogeriatrische bewoners. Sommige bewoners zeggen het wel als ze
iets niet prettig vinden, maar afasie bewoners kunnen dat niet dus zal
je er op een andere manier achter moeten komen wat de bewoner wel of niet
fijn vind. Bij de psychogeriatrische bewoners merk je het vaak op een andere
manier, ze trekken aan de lakens of ze willen de kleding niet loslaten
bij het uitkleden. Bij psychogeriatrische bewoners die zelf niets aangeven
moet de verzorging hier goed op blijven letten.
Deze mensen moeten zoals ieder ander in
hun waarden gelaten worden. Wij moeten als verzorgende bij afasie bewoners
zo goed mogelijk te leren begrijpen wat de bewoner ons duidelijk wil maken
of wil vertellen. Het kan voor ons iets totaal onbelangrijk zijn maar voor
de bewoner juist heel belangrijk. Daarom moeten we altijd proberen te achterhalen
wat de bewoner bedoelt. Als verzorgende moetje proberen je niet te veel
met de privacy van de bewoners te bemoeien. Want ook de bewoners hebben
recht op eigen privacy.
Als bewoner heeft u recht op bescherming
van uw persoonlijke gegevens. De bewoner moet er vanuit kunnen gaan dat
alles wat de bewoner met een hulpverlener bespreekt geheim blijft. Hulpverleners
moeten vertrouwelijk met de gegevens van de bewoner omgaan. Alleen de personen
die betrokken zijn bij de behandeling zijn op de hoogte van de situatie
van de bewoner.
Informatie mag niet worden doorgegeven
aan bijvoorbeeld, partner van de bewoner, familie of vrienden. Dit mag
alleen met de toestemming van de bewoner.
De mensen in de directe omgeving van een
bewoner met afasie, met name de echtgenote en de kinderen, maken ook een
moeilijke tijd door, want de afasie bewoner heeft veel begrip en een goede
opvang nodig. Dit vereist een grote inzet van hen. Vele praktische zaken
die de bewoner voorheen zelf regelde, kan hij nu niet meer doen. Dus moeten
de mensen in zijn omgeving dit van hem overnemen, hetgeen vaak extra zorgen
en moeilijkheden met zich meebrengt. Omdat de afasie bewoner vaak weinig
mogelijkheden meer heeft om zelf bezig te zijn (hobby's, sporten en boeken
lezen lukken bijvoorbeeld vaak niet meer) zal zijn omgeving veel aandacht
aan de afasie bewoner moeten besteden. Vaak blijven vrienden en kennissen
weg, omdat het zo moeilijk is contact te maken, zodat de afasie bewoner
en zijn partner alleen komen te staan. Omgaan met een afasie bewoner is
ook moeilijk, want het vereist een enorme aanpassing en geduld.
Een afasiebewoner gaat meestal alleen
op een kamer zitten, vooral wanneer men emotioneel is. Dit wel afhankelijk
van de persoon en of de persoon wel of niet accepteert afasie te hebben.
De bewoner moet wel zijn beperkingen onder ogen zien, dit is echter zeer
belangrijk.
Het is erg belangrijk om een afasie bewoner
overal bij te betrekken. Behandel de bewoner niet als een kind maar als
een volwassen mens.
Laat als familie blijken datje om hem
geeft en trek als familie niet alleen om naar de bezoekers, want dit is
zeker heel frustrerend voor de afasie bewoner.
Hoofdstuk 4 Overige informatie
§4.1 Toekomstperspectief
Bij afasie kan niemand precies voorspellen
in hoeverre het vroegere vermogen om de taal te begrijpen en te uiten terugkomt.
De kansen op verbetering zijn in het begin echter het grootst. Als hersenweefsel
beschadigd wordt gaat dit gepaard met bepaalde processen in de hersenen
(bijvoorbeeld drukverhoging), waardoor het aanvankelijk lijkt alsof een
groot gebied van de hersenen aangedaan is. Hierdoor lijken meer functies
te zijn aangetast dan feitelijk het geval is, want via spontaan herstel
kunnen bepaalde functies weer terugkomen. Daarom wordt gewoonlijk pas na
verloop van tijd duidlijk welke functies blijvend gestoord zijn. Dit zijn
de functies die afhankelijk zijn van het blijvend beschadigd weefsel.
Van groot belang is voor het herstel tenslotte
ook de manier waarop de bewoner zijn handicap verwerkt. Wil de bewoner
nog iets van zijn leven maken? Durft de bewoner weer contacten te leggen
met andere mensen? Als de bewoner, ondanks de taalproblemen, leert om zich
weer zelf te redden in het dagelijks leven kan men immers ook spreken van
'herstel'.
Als je een afasie bewoner goed blijft
stimuleren dan is het toekomstperspectief positiever dan datje alles van
een afasie bewoner over neemt.
Een afasie hoeft in principe geen belemmering
te zijn in het zelfstandig functioneren mits er een alternatief is, qua
communicatiemiddel.
Bij dit stukje wil ik een voorbeeld laten
zien waardoor er zeker een
toekomstperspectief is.
In het begin van dit verslag heb ik een
interview gehouden met dhr. de Leeuw waarbij ik ook zijn achtergrond heb
vermeld. Toen dhr. net bij ons in het verpleeghuis was opgenomen wist eigenlijk
niemand wat we met deze bewoner aan moesten. Niemand van de verpleging
begreep dhr. Na weken die erover heen gingen lukte het om te begrijpen
wat dhr. wilde zeggen. Dit kwam omdat alle disciplines die met afasie te
maken hebben om dhr. heen gingen staan en met elkander hebben we dhr. geholpen
te communiceren. Dit met het uiten van gebaren, voordoen van voorbeelden,
taaizakboek en uiteindelijk kwam de communicator, waardoor dhr. en wij
als disciplines in principe gered waren. Want het is echt ontzettend moeilijk
als je elkander niet begrijpt. Op dat moment heb je zoveel te doen met
de afasie bewoner. Toen het moment was aangebroken dat iedereen dhr. beter
begon te begrijpen ging zijn revalidatie met sprongen vooruit. Dhr. is
op dit moment vrij zelfstandig, gaat alleen naar het toilet, wast zich
van boven etc., en staat momenteel ingeschreven voor een servicewoning
met zijn vrouw.
Nabeschouwing
Dit was mijn verpleegkundig werkstuk over
het onderwerp afasie in een verpleeghuis.
Mijn vraagstelling was:
Hoe ga je als ziekenverzorgende om met
bewoners die afasie hebben in een verpleeghuis.
Door het lezen van dit verpleegkundig
verslag kom je zeker tot een antwoord op mijn vraagstelling.
Het omgaan met een afasie bewoner blijkt
in de praktijk toch erg moeilijk te zijn, het brengt veel tijd en geduld
met zich mee.
In dit verslag staan interviews verwerkt
van een bewoner en zijn echtgenote, wat mij veel moeite koste is om persoonlijke
vragen te stellen aan hen.
Ik vond het maken van dit verpleegkundig
verslag heel interessant, vooral omdat het onderwerp door mijzelf gekozen
is. Het heeft wel veel tijd gekost, maar ik hoop voor de mensen die dit
verslag lezen het wel de moeite waard was.
Door het maken van dit verpleegkundig
verslag zal ik ook mijn persoonlijk leerdoel wel behaald hebben, want door
het samen te werken met verschillende disciplines geef ik naar mijn idee
betere zorg op maat. |