Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
De fysiotherapeut
Behandelt patiënten met lichamelijke
klachten door oefentherapie, massagetherapie of fysische therapie. Voorbeelden
van werkzaamheden: onderzoekt het lichaam van patiënten, stelt behandelingen
vast, bedenkt oefeningen, werkt met elektrisch bedienbare apparaten als
ultrasonische apparatuur en ultrakortegolfapparatuur, bespreekt (de resultaten
van) behandelingen met patiënten en houdt de administratie bij.
De werkzaamheden
Als fysiotherapeut behandelt u patiënten
met lichamelijke klachten door oefentherapie, massagetherapie of fysische
therapie. U doet oefeningen met de patiënt en laat hen bewegen. Hoe
uw behandeling er precies uitziet, hangt af van de lichamelijke klachten
van de patiënt. Deze is door een huisarts of medisch specialist naar
u doorverwezen. Als u twijfelt over de voorgeschreven behandeling of als
u niet gespecialiseerd bent in de behandeltechniek die zij voorschrijven,
neemt u contact op met de arts of specialist. Uiteindelijk bepaalt u zelf
hoe u de patiënt behandelt. Het resultaat en het verdere verloop van
de behandeling bespreekt u met de patiënt.
Tijdens het eerste lichamelijk onderzoek
probeert u de oorzaak van de klachten van uw patiënt te achterhalen.
In overleg met hem bepaalt u met welke methode u zijn klacht gaat behandelen.
Dit kan op drie manieren.
Ten eerste kunt u met bewegingstherapie
(oefentherapie) de patiënt allerlei gymnastische oefeningen laten
doen om klachten aan gewrichten en spieren te verhelpen. Ook kunt u kiezen
voor spier- en bindweefselmassage. Bij deze methode masseert u het weefsel
dat organen en spieren met elkaar verbindt, zodat de spier- of orgaanpijn
van patiënten wordt verlicht. Ten slotte kunt u met elektrische apparatuur
kleine (elektrische) impulsen geven aan de spieren. Bij deze techniek brengt
u elektroden en stralingsbronnen aan op het lichaam van de patiënt.
Daarbij zorgt u ervoor dat de huid van de patiënt niet raakt geïrriteerd.
De vereiste capaciteiten
- inlevingsvermogen (om de juiste behandeling
te kunnen vaststellen)
- communicatieve en contactuele capaciteiten
(goed kunnen luisteren en letten op (pijn)signalen)
- mondelinge en schriftelijke vaardigheden
(bij het instrueren van de patiënt en het onderhouden van contacten
met collega's en medische instanties)
- gevoelige en sterke handen en vingers
(om goed te kunnen masseren)
zakelijk inzicht (zeker bij een eigen
praktijk)
- zelfstandig kunnen werken |