beroepen in het verpleeghuis 
de verzorgende 
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 De verzorgende  
Verzorgt en helpt hulpbehoevende mensen, zoals verstandelijk gehandicapten, kinderen en bejaarden. Legt hierbij de nadruk op het verlenen van lichamelijke zorg. Voorbeelden van werkzaamheden: assisteert bij het eten, helpt bij het wassen, dient medicijnen toe, begeleidt stagiairs, stelt een zorgplan op en voert dit uit en overlegt met verpleegkundigen, artsen en deskundigen (bijvoorbeeld fysiotherapeuten).  

De werkzaamheden  
Als verzorgende bent u nauw betrokken bij de zorg aan hulpbehoevende mensen. Daarbij gaat het vooral om lichamelijke en huishoudelijke werkzaamheden. Meestal bent u in dienst van een instelling voor ouderenzorg of thuiszorg. Hoewel u onder leiding van een (afdelings)hoofd werkt, voert u uw taken doorgaans naar eigen inzicht uit.  

Allereerst maakt u een inschatting van de zorg die een bepaalde cliënt nodig heeft. Hiervoor inventariseert u in overleg met uw teamcollega's de (zorg)vragen en verwachtingen van de cliënt. Soms praat u daarover ook met de betrokken familieleden, de wijkverpleegkundige of de huisarts.  
Tijdens de dagelijkse uitvoerende werkzaamheden houdt u zich bezig met lichamelijke en huishoudelijke zorg. U begeleidt de cliënt en adviseert hem over hygiëne, veiligheid en gezonde voeding. Bovendien stimuleert u de cliënt om zoveel mogelijk zelf te doen en houdt u in de gaten of de behoeften van de cliënt veranderen. Is dat het geval dan past u in overleg uw activiteiten aan.  
U en uw collega's evalueren geregeld de zorg die aan de cliënt geboden is. U gaat kritisch na of de resultaten die u wilde behalen daadwerkelijk bereikt zijn. En u zoekt naar mogelijkheden om de patiëntenzorg te verbeteren. Ten slotte heeft u een aantal randtaken, zoals het schrijven van rapporten over cliënten en het bijwonen van werkoverleggen.  

De vereiste capaciteiten  
- persoonlijke en professionele werkhouding (betrokken zijn en toch enige afstand houden)  
- doortastend en besluitvaardig kunnen optreden  
- makkelijk contact kunnen maken (contacten met allerlei mensen)  
- mondelinge en schriftelijke vaardigheden (bij het maken van heldere afspraken met cliënten en collega's)  
- inlevingsvermogen, tact en geduld (kunnen verplaatsen in de afhankelijke positie van de cliënten)  
- kunnen organiseren (om problemen op te lossen in overleg met betrokken familieleden)  
- zelfstandig kunnen werken  
- lichamelijk sterk zijn