beroepen in het verpleeghuis 
de voedingsassistent
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 De voedingsassistent  
Voorziet mensen in bijvoorbeeld ziekenhuizen en verpleeghuizen van eten en drinken. Voorbeelden van werkzaamheden: helpt mensen bij het kiezen van gerechten op het menu, brengt maaltijden rond, helpt mensen met eten en drinken, houdt bij wat dieetpatiënten eten en drinken, overlegt met diëtisten, geeft klachten van mensen door aan de keuken of aan het afdelingshoofd, maakt boodschappenlijsten voor de keuken en het magazijn en houdt de afdelingskeuken schoon.  

De werkzaamheden  
Als voedingsassistent werkt u in de afdelingskeuken van een ziekenhuis of verpleeghuis. U assisteert de kok en let goed op de verschillende diëten van de patiënten en bewoners. De instellingskok of het afdelingshoofd vertelt wat u moet doen, maar meestal bepaalt u zelf hoe u het werk aanpakt.  

U werkt onder leiding van de kok en helpt bij het maken van de maaltijden die op het menu staan. Als het etenstijd is, brengt u de maaltijden rond op uw afdeling en helpt u de bewoners of patiënten zo nodig bij het eten en drinken. Voor de 'zorgvrager' (bewoner of patiënt) bent u een soort gastheer of gastvrouw. U houdt op speciale kaarten of lijsten bij wat dieetpatiënten te eten en te drinken krijgen. Daarvoor gebruikt u soms ook de computer. U overlegt geregeld met diëtisten over de aangepaste voeding van bewoners en informeert bij de verpleegkundigen of een patiënt bijvoorbeeld rechtop mag zitten tijdens het eten. Als patiënten of bewoners klachten hebben, geeft u deze door aan de keuken of aan het afdelingshoofd. Verder maakt u boodschappenlijsten voor de keuken en het magazijn en zorgt u ervoor dat de afdelingskeuken schoon en netjes blijft.  

De vereiste capaciteiten  
- zorgvuldige en hygiënische werkhouding (geen fouten maken met de diëten)  
- goed kunnen samenwerken (met het keukenpersoneel, diëtisten en verpleegkundigen)  
- vlug en netjes kunnen werken (zodat het eten op tijd bij de 'zorgvrager' is)  
- geduld en respect (in de omgang met patiënten of ouderen)  
- mondelinge en contactuele vaardigheden (aan patiënten en collega's duidelijk kunnen uitleggen)