De
deelkwalificaties tijdens de opleiding tot verzorgende
Wie een opleiding
tot verzorgende volgt, behaalt telkens een stukje van haar diploma ofwel
een deelkwalificatie. De totale opleiding omvat dertien deelkwalificaties:
Basisfase:
202 Zorg voor huishouding
204 Interactie in
beroepssituaties
206 Ontwikkelingen
in de maatschappij 1
301 Plannen van
Zorg
302 Basiszorg
303 Preventie en
GVO 1
Hoofdfase:
305 Coördinatie
van zorg
306 Kwaliteitszorg
en deskundigheidsbevordering verzorgende
308 Verzorgen van
chronisch zieken, lichamelijk gehandicapten en revaliderenden
309 Verzorgen van
geriatrische zorgvragers
310 Verzorgen van
verstandelijk gehandicapten
311 Verzorgen van
barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen
Differentiatiefase:
312 Kortdurende
zorg, óf
313 Kraamverzorging,
óf
314 Zorg voor ouderen,
óf
315 Zorg voor chronisch
zieken
Voor verzorgende
IG:
304 Verplegende
elementen
Elke deelkwalificatie
bestaat uit een aantal thema's. Samen beschrijven ze wat een verzorgende
allemaal moet kennen en kunnen. De vereiste vaardigheden oefent een student
bij uitstek tijdens de BeroepsPraktijkVorming. Als zij deze vaardigheden
voldoende beheerst, legt zij een proeve van bekwaamheid af. In totaal gaat
het om veertien proeven (waarvan de namen corresponderen met de deelkwalificaties):
1. Zorg voor de
huishouding
2. Interactie in
beroepssituaties
3. Plannen van zorg
4. Basiszorg
5. Preventie en
GVO
6. Verplegende elementen
7. Coordinatie van
zorg
8. Kwaliteitszorg
en deskundigheidsbevordering
9. Verzorgen van
chronisch zieken en lichamelijk gehandicapten
10. Verzorgen van
revaliderenden
11. Verzorgen van
geriatrische zorgvragers
12. Verzorgen van
verstandelijk gehandicapten
13. Verzorgen van
barenden, kraamvrouwen en pasgeborenen
14. Proeve differentiatiefase |