| Begeleiding op niveau |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lees ook de weblog van ziekenverzorgende.nl op www.manindezorg.nl |
Begeleiding op niveau
Zowel de BPV-docent als de begeleider in de praktijk stemmen hun begeleiding af op het beginniveau van de student. Aan een hbo-student verpleging kun je immers andere eisen stellen dan aan een iemand die leert voor zorghulp. De begeleiders houden daarom rekening met de vereiste mate van kennistransfer en van verantwoordelijkheid en complexiteit van het (toekomstige) werk. In het rapport Gekwalificeerd voor de toekomst staat dit voor niveau 1 tot en met 4 precies uitgewerkt en het rapport Met het oog op de toekomst doet dit voor het hbo-niveau. De complexiteit van het werk is afhankelijk van het aantal handelingen en procedures. Zo is een zorghulp uitstekend in staat routinehandelingen te verrichten, maar een begeleider kan van haar niet verwachten dat zij direct met nieuwe procedures weet om te gaan. Onderstaand schema laat zien hoe de complexiteit per opleidingsniveau toeneemt: Complexiteit:
Transfer:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||