Scriptie de allochtone zorgvrager.
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
Scriptie de allochtone zorgvrager.  

Welkom  

Hoi even voorstellen,
Wij zijn 2 eindejaars-leerlingen van de verpleegkundige opleiding en dit is onze eindopdracht.
Als onderwerp hebben wij gekozen voor de allochtone patiënt in het ziekenhuis.
Wij hebben gekozen voor dit onderwerp, omdat wij vinden dat hier te weinig informatie over is.
Door middel van deze website willen hier verandering in brengen.  
Onze probleem- en doelstellingen hierbij zijn het volgende:  

doelgroep:  
Deze website is bedoeld voor leerling-verpleegkundigen en verpleegkundigen die werken met allochtonen patiënten in het ziekenhuis.  
Ook kunnen ander mensen die hierin geïnteresseerd  zijn onze site bezoeken.  

Probleemstelling:  
Voor de vaardigheidsopdrachten op school en door ons werk in het ziekenhuis kwamen wij tot de conclusie dat er op internet weinig informatie te vinden is over verpleegkundige zorg van de  allochtone patiënt.  

subvragen bij de probleemstelling:  

- Hoe verpleeg je een allochtone patiënt, wat zijn de aandachtspunten.
- Hoe zorg je voor een goede communicatie met de allochtone patiënt.
- Hoe hou je rekening met de cultuurverschillen.
Doelstelling:  
Door het maken van deze website willen wij vooral verpleegkundigen en leerling-verpleegkundigen meer informatie geven over de verpleging van onze allochtone medemens en de daarbij behorende cultuurverschillen.  

Nederland is een kleurrijk land. De Nederlandse bevolking bestaat uit mensen van allerlei verschillende achtergronden. Dat zien we in alle aspecten van onze samenleving. De gezondheidszorg is hier geen uitzondering op.  
Verpleegkundigen in het ziekenhuis proberen voor al die mensen die dat nodig hebben goede zorg te leveren. Maar in de praktijk van alledag is het niet altijd even eenvoudig om met de achtergrond van allochtone patiënten rekening te houden. Dat komt gelukkig maar zelden door onwil, wel vaak door onbekendheid.  

Voor elke patiënt is het belangrijk dat de zorgverlener er rekening mee houdt, hoe de patiënt ‘van huis uit’ gewend is dingen te doen.  
Dat geldt eens te meer in een periode van ziekte: voor vrijwel elke patiënt emotioneel een onzekere periode. Een ziekenhuis is anders dan thuis, ziek zijn is anders dan je gewone dagelijkse leven te kunnen leven. Zo goed mogelijk rekening houden met wat de patiënt gewend is, is het minste wat je kunt doen als verpleegkundige.  

Het is van belang dat tijdens het verblijf in het ziekenhuis rekening wordt gehouden met de behoeften en wensen van de patiënt, die voortkomen uit zijn/ haar culturele achtergrond.  

Tussen de allochtone patiënt en de verpleegkundige komt ‘miscommunicatie’ regelmatig voor. Oorzaken hiervan zijn vaak de taalbarrière of een gebrek aan kennis van en begrip voor elkaars gewoonten en opvattingen.  

Om achter de specifieke behoeften, voorkeuren en wensen van de allochtone patiënt te komen kunt u deze web-pagina lezen.  

Hier vindt u o.a. informatie die betrekking heeft op:  

-De opname van de allochtone patiënt.
-De verpleegkundige zorg aan de allochtone patiënt.
-De communicatie met de allochtone patiënt.
We hebben deze web-site het meeste gebaseerd op de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse patiënt, omdat deze migranten het meeste voorkomen in een Nederlands ziekenhuis.
Namens;
Yvonne Hopstaken
Brianda v/d Meer
De Opname
De allochtone patiënt in het ziekenhuis  
Voor de meeste Turkse en Marokkaanse patiënten geldt dat de ziekte en gezondheid worden beschouwd als gaven van Allah. Alles wat in het leven gebeurd heeft een betekenis, niets is zinloos. In de Koran staat echter ook dat de moslim verantwoordelijk is voor de eigen gezondheid. Hij moet dus gezond leven en goed voor zijn lichaam zorgen. Als men ziek is, wordt dit meestal gezien als een lichamelijke oorzaak. Emoties, stress en andere psychische oorzaken zijn moeilijk te begrijpen en te accepteren. Vooral niet-geschoolde patiënten hebben weinig inzicht in de werking van het menselijk lichaam omdat hun biologische basiskennis ontbreekt. Zo is bijv. een dieet een niet altijd te begrijpen therapie. Het geloof in bovennatuurlijke ziekteoorzaken speelt een duidelijke rol, vooral bij de eerste generatie migranten.  
Lichamelijke klachten worden nogal eens overdreven geuit. Dit is een manier om de klachten te benadrukken, vooral als de communicatie in het Nederlands moeizaam verloopt. Ook kunnen klachten op een indirecte manier worden uitgelegd zoals het aangeven van buikpijn bij problemen met de vruchtbaarheid.  
Het verrichten van lichamelijk onderzoek wordt gezien als erkenning van de klacht, zo mogelijk ondersteund door aanvullend röntgen- en laboratoriumonderzoek.
Medicatie wordt eigenlijk altijd verwacht.  
De uiting van klachten van Migranten uit Suriname en de Nederlandse Antillen zullen meer overeenkomen met de Nederlandse cultuur.
Bij asielzoekers en vluchtelingen is de variëteit en de uiting van hun klachten enorm. Dat is niet verwonderlijk i.v.m. de diversiteit van omstandigheden waarin zij hebben verkeerd.
Opname in het ziekenhuis.
Op het moment dat de migrant wordt opgenomen in het ziekenhuis, is hij of zij geheel afhankelijk van de werkwijze en werkcultuur van de hulpverleners en de instelling.
De eigen vertrouwde omgeving is weg, de verzorging van thuis ontbreekt.
Uit ervaring heeft men geleerd, dat als de begeleiding en behandeling in kwaliteit tekortschiet, het ziekteproces negatief wordt beïnvloed en de ‘compliance’ van de patiënt afneemt. Met name voor allochtone patiënten geldt dat alles erop gericht moet zijn om in de eerste fase van het contact, dus tijdens ‘de periode van anamnese afnemen of opnamegesprekken voeren’ een vertrouwensrelatie op te bouwen. Deze relatie vormt de basis voor een open communicatie, zodat misverstanden kunnen worden voorkomen of worden hersteld. De wijze waarop de positie van patiënten wettelijk is verbeterd en is vastgelegd, biedt hulpverleners en ziekenhuizen volop mogelijkheden om verantwoord inhoud te geven aan zorg die is afgestemd op de individuele patiënt en op de diversiteit in patiëntengroepen. Extra aandacht vragen hierbij allochtone kinderen, vrouwen en ouderen.  
 
De opname van de allochtone patiënt het ziekenhuis.
Het opnamegesprek is het eerste contact tussen verpleegkundige en patiënt. Het is een belangrijke fase van het verpleegkundige proces. Neem dus voldoende tijd voor dit gesprek en let goed op het verloop van de communicatie; er moet duidelijkheid en vertrouwen zijn.
Als verpleegkundige heb je bij het opnamegesprek 4 belangrijke taken:
-Inwinnen van informatie bij de patiënt en zijn familie.
-Het verstrekken van informatie aan de patiënt en zijn familie.
-Het maken van afspraken.
-Alle verkregen gegevens vast leggen in het verpleegdossier.
Wanneer je als verpleegkundige informatie wilt verkrijgen bij een migranten patiënt en zijn familie, dan zul je rekening moeten houden met factoren die worden bepaald door hun culturele achtergrond.
Wij zijn op zoek geweest en hebben wat onderwerpen gevonden, die handig kunnen zijn om je te helpen om zoveel mogelijk handige informatie te verkrijgen over de migrante patiënt. We hebben bij elk onderwerp een stel punten benoemd.  
 
Hygiëne en uiterlijke verzorging.  
Migranten zijn niet altijd op de hoogte van wat er nodig is voor de dagelijkse verzorging in een ziekenhuis. Het is goed om na te gaan of de patiënt (of in de familie) de benodigde kleding en toiletartikelen heeft meegenomen van huis.
Soms hebben migranten andere gewoonten m.b.t. hygiëne en (uiterlijke) verzorging.
Heeft u principiële bezwaren tegen ‘gemengd verplegen’ (mannen en vrouwen op 1 zaal).
Heeft u er principiële bezwaren tegen als u verzorgd/ behandeld wordt door een verpleegkundige c.q. arts van het andere geslacht?
Heeft u principiële bezwaren tegen het scheren van hoofdhaar en schaamhaar?
Hebben bepaalde kledingstukken een bijzondere betekenis.
Is de ziekenhuiskleding voor patiënten in uw ogen onzedelijk? (De o.k.-kleding is aan de achterkant open; dit wordt door sommige allochtonen als onzedelijk ervaren).
Wilt u uw eigen verzorgen? Zo nee, hoe kan de verpleegkundige dit op een voor u wenselijke wijze doen?
Wilt u een familielid betrekken bij uw verzorging? Zo ja, wie? (er kan bijv. afgesproken worden dat een familielid de verzorging samen met de verpleegkundige doet).
Vraag of de zorgvrager bezwaar heeft tegen niet gescheiden douche en toiletruimten voor mannen en vrouwen.
Hou er rekening mee dat bij de opname van een moslim patiënte alleen de echtgenoot, schoonvader of broer het woord voeren.  
 
Medicatie.
In de ogen van migranten zijn medicijnen de middelen die door een huisarts of specialist zijn voorgeschreven. Daarnaast kunnen migranten ‘huismiddeltjes’ gebruiken of volgen zij therapieën uit de traditionele geneeskunde. In de praktijk van de zorgverlening worden deze traditiegebonden methoden vaak genegeerd.
Bij een opnamegesprek is het van belang om naar deze methoden te vragen.
-Welke medicijnen gebruik u?
-Van wie heeft u deze gekregen?
-Wie heeft ze voorgeschreven?
-Heeft u deze middelen meegenomen?  
 
De taal.
Verpleegkundigen kunnen te maken krijgen met:
-Migranten die alleen de eigen taal spreken bijv. Turks.
-Migranten die naast de eigen taal een ‘vreemde’ taal spreken, die de verpleegkundige ook redelijk beheerst.
-Migranten die een beetje Nederlands spreken, bijv. een aantal zelfstandige naamwoorden en werkwoorden.
-Migranten die redelijk tot goed Nederlands spreken; hierbij moet men zich echter wel realiseren dat het uitdrukken van gevoelens in een andere taal moeilijk is.
Waar let je op als verpleegkundige.
-Stel vast wat de eigen taal is van de patiënt.
-Bepaal de mate waarin de patiënt Nederlands spreekt.
-Wanneer de patiënt en zijn familie geen Nederlands spreken is het erg verstandig om een tolk in te schakelen.
Familie en voornaam.
De namen van moslims beginnen meestal met de familienaam. De voornaam staat dan dus op de tweede plaats. Soms hebben migranten twee voornamen of dubbele familienamen.
Enkele vragen die je als verpleegkundige kunt stellen;
-Wat is de familienaam en de voornaam van de patiënt.
-Vraag hoe de patiënt genoemd wil worden.
-Doe moeite om de naam goed uit te spreken.
Registreer deze namen zonder spelfouten.  
 
De afkomst en herkomst.
-Ga na wat de nationaliteit is van de patiënt.
-Wanneer is de patiënt naar Nederland gekomen.
-Ga na of de patiënt familie verplichtingen heeft in zijn land van herkomst, die hij door zijn ziekte niet kan nakomen.  
 
Het gezin/ familie.
Vraag wie de contactpersoon van de patiënt is en vraag naar de telefonische bereikbaarheid van deze persoon.
Ga na wie van de familie kan fungeren als informele tolk.  
 
Geboortedatum.
Veel migranten hebben veel moeite moeten doen om aan een paspoort en een werkvergunning te komen. Soms heeft men zich voor ouder uitgegeven dan men in werkelijkheid is.
-Vraag hoe oud de patiënt is.
-Vraag welke geboortedatum op het paspoort staat.  
 
Religie.
Bij het verplegen en verzorgen van migranten kun je als verpleegkundige te maken krijgen met religieuze opvattingen die minder bekend zijn.
Elke religie kent haar eigen voorschriften m.b.t. gezondheid, zwangerschap, geboorte en overlijden.
-Ga na of de patiënt een godsdienst heeft, zo ja welke.
-Praktiseert u? Zo ja: Wilt u in de gelegenheid gesteld worden godsdienstige oefeningen te doen? Welke rituelen of handelingen horen daarbij? (de patiënt kan bijv. een gebedsmatje naast het bed leggen om een aantal keren per dag richting Mekka te bidden; het is dan handig als het bed niet in het midden van de zaal staat.)
-Wil de patiënt gebruik maken van de gebedsruimte in de instelling (als deze aanwezig is).
-Wenst u zich te wassen voor het gebed?Is of wordt er (door uw familie) een religieus leidsman ingeschakeld om in geestelijke behoeften te voorzien? Zo nee: Als hier wel behoefte aan is, kan de verpleging met de geestelijk verzorgers in het ziekenhuis contact opnemen. Zij zullen vaak voor de patiënt een religieus leidsman kunnen inschakelen (bijv. pandit, imam).
-Heeft u voorwerpen van religieuze betekenis meegenomen (bijv. juwelen, hoofdbedekking)? Zo ja, hoe moet hiermee worden omgegaan?  
 
Voeding en dieet.
Niet alle migranten houden zich bij opname aan gebruiken en voorschriften op het gebied van voeding. Sommigen zijn bij opname meer bereid zich aan te passen dan anderen.
-Zijn er bepaalde voedingsvoorschriften die u in acht wenst te nemen?
-Bent u vegetariër (geen vlees) of veganist (geen vlees, vis, gevogelte, eieren en andere zuivelproducten)?
-Zijn er tijdens uw ziekte bepaalde voedingsmiddelen voorgeschreven of verboden?
-Vraag of de patiënt wil vasten.
-Wenst u dat uw familie eten voor u meeneemt? (er kunnen bepaalde afspraken gemaakt worden over het tijdstip waarop de familie het eten komt brengen en over de ingrediënten, in het geval dat de patiënt zich aan een dieet moet houden)
Cultuur en achtergrond van de allochtone patiënt.  
Marokkanen.  
In Marokko hanteert men het islamitische recht; kerk en staat zijn er met elkaar verbonden. Marokkanen ervaren daardoor een sterke invloed van de islam op het dagelijks leven. Traditioneel zijn familiebanden bij de Marokkanen erg intensief. De familie is het centrale punt waar alles om draait. In Marokko zijn de hiërarchische verhoudingen binnen het gezin, tussen man en vrouw, ouderen en jongeren letterlijk geregeld in het familierecht. De man is het hoofd van het gezin en moet gezichtsverlies voorkomen. Gezichtsverlies kan de familie-eer schaden.  
Verder neemt de man de beslissingen, onderhoudt het gezin en onderhoudt ook de contacten met de buitenwereld.  
Het contact tussen mannen en vrouwen moet tot het minimum worden beperkt. Hierdoor is er een sterke scheiding tussen de mannen- en vrouwenwereld.  
In Marokko hebben vrouwen niet erg veel bewegingsvrijheid. Vaak mogen zij niet zonder echtgenoot of mannelijk verwant over straat lopen en ook worden de vrouwen vaak verplicht thuis te blijven. De taak van de vrouw ligt in het huishouden en het verzorgen van de kinderen. Haar sociale contacten beperken zich tot familieleden en vriendinnen. Sommige Marokkaanse vrouwen hebben in Nederland meer bewegingsvrijheid dan in Marokko door invloed van de Nederlandse cultuur. Andere Marokkaanse vrouwen die in het kader van gezinshervorming en –hereniging naar Nederland komen, moeten zich daarentegen echter soms traditioneler gedragen dan dat ze gewend waren. De rollen van kinderen zijn ook bepaald. Zonen worden gestimuleerd om contacten met de buitenwereld aan te gaan, terwijl de meisjes voorbereid worden op de rol van echtgenote en moeder. Omdat zij als maagd het huwelijk moeten betreden, zijn zij onderworpen aan strenge sociale controle. Heeft een vrouw voor het huwelijk haar maagdelijkheid verloren, dan is de familie-eer aangetast. Het huwelijk is vaak een transactie tussen verschillende families. De vrouw ontleent haar status aan het krijgen van kinderen. Haar positie binnen het gezin wordt door het krijgen van kinderen belangrijker. Zoons zijn extra belangrijk doordat zij de familienaam in stand houden en in de toekomst kunnen zorgen voor het levensonderhoud van de ouders. Wanneer een huwelijk onvruchtbaar blijft of wanneer er alleen dochters worden gebaard, kan de vrouw uitgestoten worden of kan de man er een andere vrouw bij nemen. De angst voor onvruchtbaarheid is onder de vrouwen dan ook erg groot.  
In Marokko komt polygamie (1 man heeft meerder vrouwen) nog voor. Dit in tegenstelling tot Turkije waar polygamie bij de wet is verboden. Binnen de Marokkaanse gemeenschap hebben de ouders een hoog aanzien. Zij horen met respect te worden behandeld en hebben een grote beslissingsbevoegdheid.  

Turken.  
Turkije heeft na de Eerste Wereldoorlog onder leiding van Kemal Atatürk een aantal structurele hervormingen ondergaan. In 1922 legde Atatürk de grondslagen voor de Turkse republiek en bracht een scheiding aan tussen kerk en staat. Deze scheiding kwam tot stand door invoering van de westerse wetgeving. In 1926 werd zelfs het burgerlijk wetboek van Zwitserland overgenomen. Hierdoor werd de vrouw gelijkgesteld aan de man, het onderwijs toegankelijk voor jongens en meisjes, de sluier afgeschaft en polygamie (1 man met meerdere vrouwen) verboden. Daarnaast ging men over tot het gebruik van het westerse schrift.  
De hervormingen door Atatürk hebben ertoe geleid dat Turkije meer westers georiënteerd is dan de andere islamitische landen. Zo komt men in Turkije vrouwen tegen die studeren aan de universiteit, in de advocatuur en in de politiek. Dit geldt vooral voor de steden. Op het platteland worden de ‘nieuwe’ wetten vaak niet gehanteerd en komt men nog steeds veel oude tradities tegen.  
Familiebanden zijn bij Turken traditioneel erg hecht; aan de mannelijke kant zijn deze het sterkst. Binnen deze familiebanden is de sociale controle erg groot. De positie van de mannen en vrouwen, jongeren en ouderen in het gezin zijn gebaseerd op de regels die in de koran staan vermeld. Er is meestal sprake van een sterke scheiding tussen mannen- en vrouwenwereld.  
De vrouw hoort zich bescheiden en teruggetrokken op te stellen, haar taken liggen in het huishouden en bij de opvoeding van de kinderen. Haar contacten beperken zich tot de familierelaties en vriendinnen.  
De mannenwereld daarentegen bevindt zich in de openbare sfeer. De man is het hoofd van het gezin, zorgt voor het levensonderhoud van het gezin, vertegenwoordigt het gezin naar buiten toe en onderhoudt de maatschappelijke contacten. Roddel en schandaal moet hij voorkomen.  
De maagdelijkheid van de dochter en de kuisheid en bescheidenheid van de vrouw zijn essentieel voor de familie-eer. Om de familie-eer niet in het geding te laten komen, houden de mannelijke gezinsleden een wakend oog op de vrouwen binnen het gezin.  
Vruchtbaarheid is voor een Turkse vrouw belangrijk. Wanneer zij kinderen heeft gekregen wordt haar positie steeds belangrijker. Veel Turkse vrouwen hebben dan ook grote angst om onvruchtbaar te zijn. Dit is voor hen nogal eens een reden om naar een traditionele genezers te gaan.  
Voor de man is het krijgen van kinderen ook belangrijk. Heeft hij geen kinderen, dan kan hij niet meepraten en komt hij buiten de groep te staan. Vooral het krijgen van zoons is erg belangrijk. Zij kunnen de familienaam in stand houden en later de ouders onderhouden.  

Surinamers.  
De Surinaamse bevolking bestaat uit verschillende rassen. De oorspronkelijke bewoners van Suriname zijn de Indianen. Zij kregen die naam van Columbus toen hij dacht in India te zijn aangekomen. In 1667 werd Suriname Nederlands bezit.  
In Suriname is er over het algemeen sprake van een “wij’-gerichte cultuur. Individuen worden vanaf hun geboorte opgenomen in sterke, hechte groepen, die hen levenslang bescherming bieden in ruil voor onvoorwaardelijke loyaliteit. Verplichtingen ten aanzien van de familie zijn niet alleen financiële, maar ook van rituele aard. Het in familieband vieren van doop, huwelijk, en vooral het bijwonen van een begrafenis is buitengewoon belangrijk.  
In Nederland overheerst een ‘ik’-gerichte cultuur; een cultuur gericht op het individu. Eenmaal in Nederland gekomen levert dit cultuurverschil wel eens de nodige (communicatie) problemen op.  
Met de structuur van de Nederlandse medische zorg zullen de meeste Surinamers geen problemen hebben. Waarschijnlijk wel met de houding van patiënten t.o.v. hulpverleners. De artsen worden in Suriname gezien als autoriteiten. De ‘gewone’ mensen zullen daar niet vrij praten met een arts. Ook komt het voor dat de Surinaamse patiënt te hoge verwachtingen van de medische wetenschap en artsen heeft.  

De creolen (bevolkingsgroep in Suriname, afstammelingen van West-Afrikanen).  
De creoolse gemeenschap is ontstaan na de afschaffing van de slavernij. Zij vormden de duidelijke middenklasse van ambtenaren, artsen en advocaten en geschoolde arbeiders in de maatschappij. De invloed van de maatschappij komt men nog steeds tegen, o.a. in gezinsrelaties. In de tijd van de slavernij hield men geen rekening met gezinsvorming. De neerslag hiervan is te vinden in het feit dat sommige creolen nog steeds ongehuwd samenwonen of apart wonen. Naast een wettige echtgenote heeft de man vaak nog enkele andere vrouwen, die hij regelmatig bezoekt en bij wie hij kinderen verwekt zonder zich verantwoordelijk te voelen voor hun opvoeding. Het creoolse gezin is meestal matrifocaal. De vrouw is vaak de kostwinner voor haarzelf en haar gezin, maar is daarbij wel afhankelijk van een financiële bijdrage van de man. De man bemoeit zich niet met de opvoeding van de kinderen. De vrouw doet alles voor haar kinderen, maar eist van de kinderen wel gehoorzaamheid. In een vaste relatie neemt de man vaak de beslissingen en fungeert hij als de beschermer van de vrouw.  
Het krijgen van kinderen wordt door de creoolse vrouwen verschillend ervaren. Sommige vrouwen zien het krijgen van kinderen als een manier om de man aan zich te binden en als zekerheid voor de oude dag.  

Hindoestanen (bevolkingsgroep in Suriname, nakomelingen van de Brits-Indiërs nu India en Pakistan)..  
Bij de Hindoestaanse familie zijn de rollen binnen het gezin traditioneel bepaald. Het gezin is patrifocaal: de man is hoofd van het huishouden, hij beslist wat er gaat gebeuren en houdt de ontwikkelingen binnen het grotere familieverband in de gaten. De vrouw hoort zich bescheiden op te stellen. Haar taak ligt in het huishouden en het verzorgen van de kinderen. Ook de rollen van de Hindoestaanse kinderen zijn traditioneel bepaald. Kinderen zijn aan de ouders en ouderen in het algemeen respect en gehoorzaamheid verschuldigd.  
De familiebanden onder de Hindoestanen zijn erg hecht. Men hoort elkaar te helpen en ervoor te zorgen dat men op het rechte pad blijft. Seksualiteit staat bij veel Hindoestanen in het teken van de voortplanting. Tegenwoordig treedt hier wel verandering op, zeker bij Hindoestanen die al langer in Nederland wonen. Voor de meeste Hindoestaanse vrouwen is het krijgen van kinderen vanzelfsprekend.  

Javanen (bevolkingsgroep in Suriname, afkomstig uit Nederlands Indië, nu Indonesië).  
Javanen proberen onderlinge spanningen en conflicten zoveel mogelijk te voorkomen. Zij streven naar onderlinge harmonie, het basisbegrip bij het denken en handelen van Javanen.  
Javanen hebben meestal een hecht familienetwerk. De kern van de familie bestaat uit het gezin (ouders en kinderen), maar kan aangevuld zijn met andere inwonenden. Op kinderloosheid berust bij de Javanen een schande. Kinderloosheid wordt bij de Javanen gezien als een schande.  

Vluchtelingen.  
Mensen vluchten uit hun thuisland vanwege (dreigende) vervolging.  
Hiervan kunnen politieke, religieuze, etnische en soms ook economische motieven de oorzaak van zijn. Daarnaast kan oorlog ook een reden zijn om het thuisland te verlaten. De meerderheid vlucht naar buurlanden. Anderen zien de kans om verder te vluchten en bereiken o.a. Nederland.  
Omdat vluchtelingen overal vandaan komen en een verschillende culturele achtergrond hebben, bestaan er enorme verschillen tussen groepen vluchtelingen.  
Vluchtelingen hebben vaak traumatische ervaringen.  
Vaak zijn bij vluchtelingen ook de traditionele familierollen verstoord, doordat één of meer gezinsleden zijn weggevallen. Al deze ervaringen hebben een diepgaande invloed op het leven van de vluchteling.  

Asielzoekers.  
Asielzoekers komen op eigen initiatief naar Nederland. Elke vreemdeling die in Nederland asiel wil aanvragen, wordt door de Vreemdelingenpolitie doorgestuurd naar één van de twee aanmeldcentra aan de Nederlandse grens. Hier wordt binnen 24 uur vastgesteld of voor de aanvrager asielprocedure opgestart mag worden.  
Als het antwoord hierop positief is, wordt men binnen 24 uur in één van de opvangcentra (oc’s) geplaatst.  
De meeste asielzoekers komen uit;  
Bosnië/ Herzegovina.  
Somalië.  
Iran.  
Irak.  
Afghanistan.  

Religie van de allochtone patiënt.  
De meeste Marokkanen en de meerderheid van de Turken zijn aanhanger van de islam. Onder de Creolen komen verschillende religies voor. In de koloniale tijd zijn veel Creolen door missie en zending overgegaan tot het christendom. Zij zijn o.a. aanhangers van de rooms-katholieke kerk en van de protestantse kerk. Daarnaast neemt het winti bij sommige Creolen nog steeds een belangrijke plaats in.  
De meerderheid van de Hindoestanen is aanhanger van het hindoeïsme: de hindoeïstische Hindoestanen. Daarnaast zijn onder de Hindoestanen aanhangers van de islam: de islamitische Hindoestanen. Dit is een belangrijk onderscheid, vooral i.v.m. de voedingsvoorschriften. Iedere Hindoestaanse familie heeft een eigen pandit (priester), ook in Nederland.  
De meeste Javanen zijn ook aanhanger van de islam, slechts enkele zijn christen. Javanen zijn echter soepel in het naleven van de voorschriften die horen bij het islamitische geloof. De Javaanse leiders horen de voorgeschreven verplichtingen wel in acht te nemen.  
Wij hebben één religie; de islam uitgewerkt, omdat deze het meeste voorkomt in het ziekenhuis, bij de allochtone patiënt.  

Islam.  
De islam en het christendom vormen de twee grootste wereldgodsdiensten. Aanhangers van de islam vindt men in Arabische landen zoals Algerije, Egypte, Irak, Iran en Marokko. Daarnaast komt de islam o.a. voor in Afghanistan, Indonesië, Noord-Afrika, Turkije, Suriname en Somalië.  
De islam is het geloof in één god, Allah. De betekenis van islam is ‘overgave’, ‘gehoorzaamheid’. Dit houdt in: zich helemaal onderwerpen aan de wil van Allah, zoals die geopenbaard is aan de profeet Mohammed en neergelegd is in de koran, het heilige boek van de islam.  
De aanhangers van het islamitische geloof zijn moslims. Een moslim sluit vrede met Allah en met islamieten of zijn naaste. Deze vrede houdt in: gehoorzaamheid en overgave aan Allah’s wil.  

De islam is gebaseerd of vijf globale voorschriften, de vijf zuilen van de islam.  
Deze zijn:  
-De geloofsbelijdenis: ‘Er is geen god dan Allah, en Mohammed is zijn profeet’.  
-Vijf keer per dag bidden.  
-Jaarlijks vasten (ramadan).  
-Het betalen van religieuze armenbelasting.  
-Het maken van een pelgrimstocht naar Mekka éénmaal in het leven. Dit voorschrift geldt alleen voor mensen die voldoende geld ter beschikking hebben. Tijdens de pelgrimstocht komt men in contact met andere rassen en volken en ervaart men dat Allah er voor iedereen is.  

De islam kent gewijde priesters en er is geen centraak gezag. De imam of leider van de moslimgemeenschap gaat voor in gebed, legt de koran uit, bemiddelt bij conflicten en leest voor uit de koran bij belangrijke gebeurtenissen.  

Hoofdstromingen binnen de islam.  
Binnen de islam bestaan twee hoofdstromingen: de soennieten en de sji’ieten. De mensen die hierin geloven verschillen van mening over de opvolging van Mohammed als leider van de gemeente en over het godsdienstig gezag. De soennieten geloven niet in een erfelijk leiderschap, maar stellen iedere moslim gelijk aan God. De koran is volgens de soennieten de enige gezaghebbende grondslag van de islam.  
De sji’ieten daarentegen geloven wel in het erfelijk leiderschap via de familie van Mohammed. Het godsdienstige gezag ligt bij de imam. Sinds de dood van Mohammed zijn er twaalf imams geweest. De twaalfde imam is volgens de sji’ieten nog in leven en zal terugkomen om de wereld te verlossen.  

Regels voor het dagelijks leven.  
In het dagelijks leven dienen moslims de leefregels uit de koran na te leven. Het gebed is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse bezigheden  
Het gebed moet op bepaalde tijdstippen worden uitgevoerd: vroeg in de ochtend, in de voormiddag, in de namiddag, vroeg op de avond en laat op de avond. Tijdens het gebed wendt men het gezicht richting Mekka. Voor het gebed zal de moslim zich ritueel wassen, omdat hij tijdens het gebed geestelijk en lichamelijk rein moet zijn. Volgens de islamitische jaartelling heeft een jaar 355 dagen. In de negende maand mag elke moslim boven de twaalf jaar gedurende dertig dagen, tussen zonsopgang en zonsondergang, niet eten, drinken of roken. Ook mag er geen geslachtsgemeenschap plaatsvinden, dit noemt men de ramadan.  
De ramadan is bedoeld als een teken van gehoorzaamheid aan Allah. Het gaat om het reinigen van lichaam en geest. Bij het vasten uit men solidariteit met de armen op de wereld.  
Sommige moslims zullen tijdens de ramadan ook geen medicijnen in willen nemen. Hou er dus rekening mee dat de ramadan het genezingsproces van de moslim kan vertragen of zelfs kan stilleggen. In een zulke gevallen kan de patiënt met alle respect geadviseerd worden om op een andere wijze aan de religieuze verplichtingen te voldoen. Reizigers, vrouwen die menstrueren of zwanger zijn en zieken mogen het vasten uitstellen tot ze weer in goede conditie zijn, dan moet het vasten alsnog worden ingehaald.  

Godsdienstige bijeenkomsten en rituelen.  
Voor een moslim betekent de vrijdagmiddag hetzelfde als bij ons christenen de zondagochtend. De mannen zijn dan verplicht om naar de moskee te gaan waar een gebedsbijeenkomst plaatsvindt.  
Bij het uitvoeren van religieuze handelingen als het gebed, het vasten, het lezen van de koran en bij het betreden van de moskee moet de moslim rein zijn.  
Alles wat het lichaam van een moslim verlaat maakt hem onrein. Dit geldt voor sputum, urine, faeces, sperma of bloed. Voorwerpen die met deze lichaamsproducten in aanraking komen, zijn ook onrein (linnengoed, po, kleren). Verder wordt men onrein door het aanraken van iets dat onrein is. Ook een lozing van een stoma onder navelniveau en een inwendig onderzoek maken de moslim onrein.  
Door een rituele reiniging wordt men weer rein. We gaan hier verder op in bij de verpleegkundige zorg van de allochtone patiënt. Naast de rituele reinheid bestaan er ook nog andere voorgeschreven regels over lichaamsverzorging. Veel moslims vinden dat het scheren van oksel- en schaamhaar de reinheid bevordert. Ook de besnijdenis van mannen is een voorbeeld van een niet dwingende regel. Volgend de islamieten heeft de besnijdenis een hygiënische functie, maar de sociaal-religieuze waarde ervan is net zo belangrijk. Door de besnijdenis treedt men toe tot de gemeenschap.  

Voeding.  
Bij de bereiding en het eten van voedsel moet de moslim rein zijn. Het eten van varkensvlees, producten die in varkensvet bereid zijn en producten die met varkensvlees in aanraking zijn geweest zijn verboden. Het varken wordt gezien als een onrein dier.  
Ander vlees dat verboden is:  
-Vlees van dieren die door wurgen, vallen, slaan, natuurlijke dood of door andere dieren zijn gedood.  
-Vlees van vleesetende dieren met nagels (bijv. kat, hond).  
-Krab, kreeft, garnalen, paling.  
-Paardenvlees en ezelsvlees. (het paard en de ezel zijn voor de moslim edele dieren. Het eten van dit vlees is verboden, alleen in noodgevallen mag het worden gegeten.)  

Diersoorten waarvan het wel is toegestaan dat ze gegeten mogen worden moeten ritueel geslacht worden.  
Er is ook een verbod op het drinken van alcoholische dranken.  
Net als genotmiddelen leiden deze de aandacht van Allah af. Dit verbod wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd.Orthodoxe gelovigen houden zich aan dit verbod, terwijl anderen het verbod zien als een verbod op dronkenschap. Alleen als het leven van de moslim in gevaar is, mag hij al het verboden voedsel en drinken gebruiken; Allah is dan genadig.  

De ziektebeleving van de allochtone patiënt.  
Symptomen die in Nederland niet als ernstig worden gezien, kunnen door allochtonen als ernstig of zelfs dodelijk worden ervaren.  
Hiervoor zijn verschillende oorzaken te noemen.  
Met name op het platteland is er sprake van een medische achterstand in voorzieningen.Men is vaak minder goed op de hoogte van eventuele oorzaken van ziekten. Omdat men vaak weinig of geen opleiding heeft gehad. Ze bezitten vaak niet veel kennis over de werking van het menselijk lichaam en zijn daardoor niet op de hoogte van wat de eventuele oorzaken van ziekten kunnen zijn. Infectieziekten hebben in Nederland meestal geen fatale afloop, terwijl dit in hun thuisland nog een belangrijke doodsoorzaak is. Overgeven en diarree worden door veel allochtonen dan ook serieus genomen, maar zo komt het ook voor dat bepaalde symptomen worden genegeerd, zoals bijv. ‘een lopend oor’ of een ‘beetje’ hoesten.  
Allochtonen hebben vaak een ander beeld van bloed. Volgens hen heeft de mens maar een beperkte hoeveelheid bloed. Bloedverlies wordt ervaren als verlies van levenskracht en verzwakking van het lichaam. Hierdoor is de patiënt vaak niet bereid om bloed af te staan. Het is daarom belangrijk goed uit te leggen dat het lichaam bloed aanmaakt.  

Het ziektegedrag van de allochtone patiënt.  
Marokkaanse en Turkse patiënten kunnen hun klachten dramatiseren. Dit theatrale gedrag is echter gebruikelijk. Op deze manier probeert men de ernst van de situatie te benadrukken. Een andere oorzaak voor dit gedrag kan het feit zijn dat de patiënt de Nederlandse taal niet goed beheerst. Om toch aan te geven dat de klachten serieus zijn, kan men dan wat ‘overdrijven’. Het krijgen van medicijnen en het ondergaan van medische onderzoek wordt gezien als erkenning van de ziekte. Vanwege de positie van de arts nemen de Turkse en Marokkaanse patiënten een afwachtende houding aan: als arts en verpleegkundigen zul je het initiatief moeten nemen. Patiënten durven vaak geen vragen te stellen, ook niet als ze de arts of  verpleegkundige niet begrijpen.  
Weinig patiënten zullen zeggen dat het echt goed met hen gaat, als we dit vertalen in het Nederlands betekent dat een beetje goed.  
Als patiënten te hoog opgeven over hun gezondheid, kunnen ze daarmee het ‘boze oog’ tarten.  

De voedingsgewoonte van de allochtone patiënt.  
Marokkanen hanteren de voedingsvoorschriften die horen bij het islamitische geloof. Bij het ontbijt eten zij wit- of bruinbrood. Het beleg bestaat meestal uit schapenkaas, Nederlandse kaas, olijven, jam of honing. Bij het ontbijt drinken de meeste Marokkanen koffie, sommigen drinken thee.  

Ook de voeding van de Turken is gebonden aan de voorschriften die horen bij het islamitische geloof.  
Als ontbijt wordt brood gegeten. Veel Turken in Nederland geven de voorkeur aan gekocht of zelfgebakken Turks brood. Als broodbeleg worden gebruikt: schapenkaas, Nederlands kaas, zwarte olijven, honing en jam. Bij de broodmaaltijd drinken zij Nederlandse of Turkse thee. Turkse thee is vrij sterk en wordt met veel suiker gedronken.  
Veel Creolen hebben een voedselverbod op varkensvlees, ongeschubde vis (paling), garnalen en kreeft. Dit dateert uit de slaventijd. De West-Afrikaanse ‘arbeiders’ dachten dat hun joodse meesters geen lepra en andere huidaandoeningen kregen doordat zij bepaalde producten niet aten. Op die producten is voor de West-Afrikanen toen een taboe ontstaan.  

De voeding van de Hindoestanen wordt beïnvloed door de voorschriften die horen bij het hindoeïsme. Het is dus belangrijk dat je bij de opname duidelijk moet navragen welke voedingsmiddelen de patiënt wel of niet mag gebruiken. Noteer dit goed en geef dit ook door aan de keuken en de voedingsassistente.  
De islamitische Hindoestanen hanteren de voedingsvoorschriften van de islam. De meeste oudere Hindoestanen (Hindoes en islamieten) eten vegetarisch voedsel. Dit houdt ook in dat voedsel niet mag worden bereid in dierlijk vet of pannen die ook voor de bereiding van vlees zijn gebruikt.  
Voedsel dat uit de gemeenschappelijk keuken komt (zoals de ziekenhuiskeuken) dat vertrouwen de patiënten meestal niet, daarom laten ze de familie eten van thuis meenemen. Het is belangrijk dat je hier als verpleegkundige rekening mee houdt en dat alles goed genoteerd staat om misverstanden te verkomen. Het Hindoeïsme staat dicht bij de natuur, men vindt dat je pas van je eten kunt genieten als je het ook kunt voelen. Dus kijk niet raar op als de patiënt met zijn handen eet. Dit is een gewoonte.  
Bij de voedselbereiding houden Javanen rekening met de voorschriften die horen bij het islamitische geloof.  

Bij Islamitische patiënten is het belangrijk om goede voedingsafspraken te maken over wat wel en niet gegeten mag worden. Dit moet ook goed doorgegeven worden aan de keuken en de voedingsassistentes. Hier moet rekening mee gehouden worden, anders zal de patiënt zijn eten weigeren. Het is ook nuttig om te weten dat er in de Koran wordt aanbevolen dat als je geen honger of dorst hebt je maar beter niet kunt eten of drinken. Ook wordt er aanbevolen om niet alles op te eten (er wordt dan ¼ deel overgelaten). Dan ga je niet gelijk denken dat de patiënt niet wil eten of dat de patiënt slecht eet. Als er speciale wensen zijn over de voeding die in het ziekenhuis niet haalbaar zijn, zoals bijv. 2x per dag warm eten dan kun je in overleg met de patiënt en zijn familie afspreken of zij eten van thuis mee kunnen nemen.  

Het is ook belangrijk dat je de patiënt de tijd geeft zijn eigen rituelen uit te voeren. Zo is het voor de Islamieten belangrijk dat zij voor iedere maaltijd hun handen, onderarmen, voeten en hoofd wassen. Er wordt met de rechterhand gegeten, de linkerhand is namelijk onrein. Je zult er dus ook op moeten letten dat je de maaltijd met rechts serveert. Let er wel op of de patiënt ook werkelijk met rechts kan eten, anders zul je de patiënt moeten helpen, eventueel m.b.v. de familie.  
   
De communicatie met de allochtone patiënt.  
Het komt vaak voor dat verpleegkundigen en artsen de patiënt niet verstaan en andersom ook niet, dit komt doordat ze elkaars taal niet spreken.  
Door de taalbarrière kan de patiënt er niet zeker van zijn dat zijn/ haar klachten goed worden begrepen. Ook kan de verpleegkundige of arts er niet altijd op vertrouwen dat uitleg, afspraken en adviezen duidelijk overkomen.  
Tijdens het gesprek met de patiënt moet je ervoor zorgen dat je elkaars informatie en vragen goed begrijpt.  
Als de patiënt en zijn familie al aardig wat Nederlands spreken is het toch nog heel belangrijk om goed op de communicatie te letten.  

Belangrijke aandachtspunten bij de communicatie met de patiënt en zijn familie die aardig wat Nederlands spreken;  
-Praat duidelijk en langzaam, maar overdrijf dit niet. Ga niet harder praten.  
-Maak korte zinnen.  
-Gebruik geen vaktaal.  
-Gebruik geen typisch Nederlandse uitdrukkingen.  
-Verdeel wat je moet vertellen in kleine stukjes.  

Herhaal in andere woorden wat je hebt gezegd. Controleer of de patiënt je begrepen heeft door hem vragen te stellen.  
Het is in sommige culturen niet beleefd om nee te zeggen. Houd hier rekening mee. Je kan dan beter open vragen stellen.  
Schrijf afspraken, namen van personeel e.d. duidelijk op voor de patiënt.  
Maak zoveel mogelijk gebruik van voorwerpen of foto’s om dingen duidelijk te maken en maak gebruik van folders die in de taal van de patiënt geschreven zijn.  
Sluit een gesprek af met een korte samenvatting.  
Geef de patiënt de gelegenheid vragen te stellen. Als u merkt dat de patiënt daar moeite mee heeft, moedig hem/ haar dan eventueel hiertoe aan.  
Stel zoveel mogelijk vragen die beginnen met wie, wat, waar, wanneer en waarom.  
   
Bij de patiënt en zijn familie die weinig Nederlands kennen, houd je ook de communicatie aandachtspunten bij de hand. In stresssituaties is het beter om een tolk in te schakelen, want in zo’n situatie pikken patiënten toch minder op van de taal.  

Bij patiënten en/ of familie die geen Nederlands kennen;  
-Je kunt dan nagaan of de patiënt nog een andere taal spreekt, die jij als verpleegkundige ook kent, zoals Engels, Duits, Frans of Spaans.  
-Je kunt ook nagaan of je een collega hebt die de taal van de zorgvrager spreekt.  
Het komt veel voor dat patiënten hun jonge kinderen laten vertalen, omdat zij vaak beter Nederlands spreken dan hun ouders. Dit is geen goed idee, kinderen luisteren selectief en begrijpen niet alles. Een kind kan dus niet goed vertalen. Problemen kunnen ook belastend of niet bespreekbaar zijn voor kinderen. Zoals bijv. seksuele problemen. Het is beter om te vragen of de echtgenoot of broer of zus wil vertalen. Het gevaar blijft echter wel, dat je niet weet tot hoeverre hun de Nederlandse taal begrijpen. Het is handig om in overleg met de patiënt en zijn familie na te gaan wie de vaste vertaler is voor de patiënt. Dit schept duidelijkheid voor zowel de patiënt als voor de verpleging. Bij emotionele en belangrijke zaken is het toch verstandig een professionele tolk in te schakelen. Dan weet je zeker dat alles goed overkomt.  
   
Marokkanen spreken hoofdzakelijk Marokkaans. Er zijn echter ook vrouwen die alleen een regionale taal kunnen spreken; dit is vaak een Berbertaal. Marokkanen hanteren traditionele regels m.b.t. de communicatie: jongeren horen te wachten totdat ze worden aangesproken. De mindere spreekt de meerdere aan met zachte stem, een gebogen hoofd en met de ogen op de grond gericht. De familie-eer is een belangrijke waarde.  
Marokkanen communiceren vaak op een impliciete wijze; er wordt iets anders gezegd dan er werkelijk bedoeld wordt. Tussen de regels door begrijpt iemand van dezelfde cultuur heel goed wat er werkelijk wordt bedoeld, maar iemand met een andere culturele achtergrond niet. Marokkanen ondersteunen of verduidelijken een boodschap vaak met gezichtsuitdrukkingen en gebaren. Ook het variëren in toonhoogte kan de boodschap voor een ander duidelijker maken. Het is dus heel erg belangrijk om op de non-verbale communicatie te letten.  
   
Turken spreken hoofdzakelijk de Turkse taal. Op het platteland kunnen veel vrouwen alleen maar Koerdisch spreken, mannen daarentegen spreken ook Turks.  
In niet-westerse culturen worden boodschappen vaak impliciet gecommuniceerd. Er wordt dan niet letterlijk gezegd wat er bedoeld wordt. De ander, met dezelfde culturele achtergrond, kan echter tussen de regels door begrijpen wat er bedoeld wordt. Ook wordt er vaak gebruik gemaakt van voorbeeldverhalen om iets uit te leggen. Iemand vertelt dan een verhaal over een ander, terwijl hij eigenlijk over zichzelf heeft.  

Taalproblemen met Surinamers komen minder vaak voor dan met andere allochtonen. De meerderheid van de Surinamers kan (Surinaams) Nederlands spreken en verstaan. Sommige ouderen durven het Nederlands niet te gebruiken uit  angst fouten te maken. Stimuleer de patiënt toch om Nederlands te praten.  Verzeker de patiënt ervoor dat hij zich niet hoeft te schamen, maar dat het juist goed is om zich te uiten.  

Het tolkencentrum.  
Het tolkencentrum is opgericht om de communicatie tussen allochtonen en diverse Nederlandse instanties en personen zo goed mogelijk te laten lopen. Het is een onafhankelijke instelling die verschillende vormen van tolken aanbiedt: telefonisch, persoonlijk of via een spreekuur. De tolken zijn opgeleid en hebben een geheimhoudingsverklaring moeten afleggen.  
De telefonisch tolken zijn 7 dagen in de week, 24 uur per dag bereikbaar. Je belt het centrum en je vraagt naar een tolk die de gewenste taal spreekt.  
Het tolkencentrum belt u binnen enkele minuten terug of u wordt direct doorverbonden. Maar uit de praktijk blijkt, dat je zelden gelijk een telefonische tolk kunt krijgen. De tolken zijn vaak zo druk bezet dat een gesprek soms twee dagen tot twee weken van tevoren aangevraagd moet worden. Vooral voor het Tamil en het Armeens blijkt een tolk moeilijk te verkrijgen.  
De patiënt en de tolk blijven anoniem; sommigen patiënten vinden dit prettiger. Door de anonimiteit is het ook minder problematisch dat een mannelijke tolk voor een vrouwelijk patiënt vertaalt. Het is handig als je gebruik kunt maken van een telefoon met luidsprekerfunctie. Dit maakt de communicatie makkelijke, er kunnen dan meer mensen meeluisteren en meepraten.  
Wanneer telefonisch tolken ongeschikt lijken of niet voldoen, kan men gebruik maken van een persoonlijke tolk. Voor een persoonlijke tolk moet men vroegtijdig een afspraak maken. Bij emotionele gesprekken, bij gesprekken over een operatie (waarbij patiënten beslissingen moeten nemen) en slecht-nieuwsgesprekken is het in sommige gevallen aan te raden gebruik te maken van een persoonlijke tolk.  

Een voordeel is dat ook non-verbale signalen door de tolk opgevangen kunnen worden en het zorgt voor een persoonlijke sfeer. Als voor meerdere patiënten dezelfde tolk ingeschakeld moet worden, is het handig deze patiënten achter elkaar te plannen in een soort spreekuur. In een korte tijd kunnen er dan meer patiënten worden geholpen.  
Het is aan te raden om een tolk aan te vragen in aanwezigheid van de allochtone patiënt. Dan weet de patiënt wat je aan het doen bent. Daarnaast moet het een gesprek zijn met de patiënt. Let dus tijdens het gesprek niet alleen op de tolk, maar vooral op de patiënt. Het tolkencentrum kan je ook advies geven over welke van de bovenstaande tolkmethoden het meest geschikt is voor de situatie. Wanneer je gebruik wilt maken van een tolkencentrum dan kun je het tolkencentrum in de regio bellen.  

Land en taal.  
Hieronder zie je een overzicht van talen die gesproken worden in de landen waar allochtonen vandaan komen. Dit is handig als je een tolk wilt inschakelen. De landen met bijbehorende talen staan in alfabetische volgorde.  
Afghanistan.  
De officiële talen zij Pashtoe en Dari. Daarnaast worden er nog verschillende dialecten en andere talen gesproken. De meeste Afghanen spreken en lezen Farsi.  

Ghana.  
Ghanezen spreken Ghanees en daarnaast in het algemeen ook Engels en Frans.  

Irak.  
Officieel spreekt men Arabisch en Koerdisch. Andere talen die er gesproken worden zijn Perzisch, Turks, Armeens en Assyrisch.  

Iran.  
De officiële taal is het Farsi. Daarnaast wordt er ook Koerdisch, Azeri-Turks, Baluchi, Arabisch en Armeens gesproken.  

Marokko.  
Berbertalen en het Marokkaans Arabisch kunnen de moedertaal van een Marokkaan zijn (de taal die je als kind verwerft). Klassiek en standaard Arabisch leert men op school, evenals Frans. Soms spreekt men ook Spaans.  

Somalië.  
De officiële taal is Somalisch dat een noordelijk en zuidelijk dialect kent. In het zuiden spreken veel ouderen nog Italiaans.  

Sri Lanka.  
De officiële taal is het Sinhala. Sinds 1966 mag het Tamil ook gebruikt worden, maar het wordt door de overheid als een tweederangs taal beschouwd. De meeste Tamils beheersen ook Engels.  

Suriname.  
In Suriname worden veel talen als moedertaal gesproken. Het Sranan en het Sarnami zijn de twee Surinaamse talen met de meeste sprekers. Voor velen is het Nederlands dus een tweede taal. Op school is Nederlands de voertaal. Het Nederlands in Suriname ondergaat invloed van de andere talen en wijkt daardoor af van het Nederlands dat in Nederland gesproken wordt. Het wordt daarom Surinaams-Nederlands genoemd.  

Turkije.  
De officiële taal is Turks, maar ook wordt er Koerdisch gesproken.  

Vietnam.  
De officiële taal is Vietnamees. Etnische Chinezen uit Vietnam spreken over het algemeen Chinees.  

Voormalig Joegoslavië.  
De officiële talen zijn Servokroatisch, Macedonisch en Sloveens. Andere talen die worden gesproken zijn Albanees en Hongaars.  

Zaïre  
De officiële taal is Frans. Ieder volk heeft echter zijn eigen taal. Lingala, Swahili en Tshiluba zijn de meest voorkomende volkstalen.  

Het is dus heel belangrijk dat je nagaat waar de patiënt vandaan komt en welke taal of talen hij/ zij spreekt.   

De verpleegkundige zorg bij de allochtone zorgvrager.  
Lichaamsverzorging.  
Veel allochtone patiënten besteden veel aandacht aan de uiterlijke verzorging, dit is voor hen belangrijk. Als de verpleegkundige er zelf onverzorgd uitziet, dan zal de patiënt het niet zomaar accepteren dat zij bij de patiënt de dagelijkse lichaamsverzorging komt verrichten.  

Water en zeep.  
Patiënten met een donkere huidskleur gebruiken na een douche of wasbeurt vaak crèmes om de huid soepel en glanzend te maken, want zeep ontvet de huid en dat is bij de patiënt met een donkere huidskleur goed te zien.  
Turkse en Marokkaanse vrouwen gebruiken bij de dagelijkse verzorging veel water en weinig of geen zeep. Dit kan botsen met de algemene hygiënische voorschriften van de instelling. Probeer een beetje soepel te zijn met het toepassen van voorschriften. Bij het gebruik van de po of het toilet vinden deze patiënten het belangrijk dat ze zichzelf kunnen naspoelen met water. Houdt hier dus rekening mee, zet bijv. standaard een fles water bij het toilet.  
   
Rituele reinheid volgens de islam.  
Rituele reinheid is een toestand van religieuze toewijding die nodig is om religieuze handelingen uit te mogen voeren, zoals; het gebed, vasten, lezen van de koran.  
Onreinheid ontstaat door afscheiding van lichaamsproducten, als urine, ontlasting, sperma en bloed, maar ook door het aanraken van iets onreins. Een inwendig onderzoek maakt ook onrein. Men probeert onreinheid te vermijden of op te heffen door een reiniging. Er wordt een kleine reiniging verricht voor het bidden deze bestaat uit het wassen van de handen, onderarmen, voeten en het hoofd. Dit wordt 5x op een dag gedaan. Een grote reiniging, het nemen van een bad moet plaatsvinden na het kraambed, menstruatie en na seksueel contact.  

Een niet moslim kan een  moslim nooit rein maken, daarom willen patiënten graag zichzelf wassen. Als de patiënt dit door zijn ziekte niet kan willen ze bij de dagelijkse verzorging graag door een seksegenoot geholpen worden. Een man door een man, een vrouw door een vrouw. Moslims zien lichamelijk contact tussen mannen en vrouwen in het open als schending van de eerbaarheid en als seksueel contact.  
Als een patiënt door zijn ziekte zich niet kan reinigen kan de patiënt deze reiniging symbolisch uitvoeren door over een gladde blauwe of bruine steen te wrijven. Je kunt er natuurlijk ook gebruik van maken als een familielid in overleg met de patiënt aanbied de patiënt te wassen (reinigen).  
   
   
Observatie van kleurveranderingen.  
Het observeren van kleurveranderingen bij zorgvragers met een donkere huidskleur is best moeilijk, want waar moet je nou naar kijken.  

Kleurveranderingen observeren kun je het beste doen op plaatsen waar het minste pigment in de huid zit:  
-Op de lederhuid van het oog.  
-Op het slijmvlies dat de binnenkant van de oogleden bekleedt.  
-De nagelbedden.  
-Het slijmvlies van de wangen.  
-De tong.  
-De handpalmen en voetzolen.  

Bleekheid.  
-Bij zorgvragers met een bruingetinte huidskleur kun je bleekheid herkennen aan de geelbruine verkleuring van de huid.  
-Bij zorgvragers met een zwartgetinte huidskleur kun je bleekheid herkennen aan askleurige of grauwe verkleuring van de huid.  

Geelheid.  
-Geelheid is moeilijk te zien en wordt in samenhang met urine en ontlasting beoordeeld.  

Ontstekingen, wondjes, plekjes op de huid en roodheid.  
Deze worden in de praktijk niet zo snel opgemerkt bij zorgvragers met een donkere huidskleur. Het is dus belangrijk de huid op het bovenstaande extra zorgvuldig te onderzoeken.  

Het ontslag van de allochtone patiënt.  
Nederlanders kunnen zich vaak geen goede voorstelling vormen van de thuissituatie van migranten. Voor verpleegkundigen is het noodzakelijk om daarvan een duidelijk beeld te krijgen, niet alleen bij de opname, maar ook wanneer de patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen of naar een andere instelling wordt overgeplaatst. De afspraken die worden gemaakt en de adviezen die worden meegegeven, moeten goed op de migrant en op de situatie worden afgestemd.  

Praktische uitwerking  
-Houd het ontslaggesprek ruim voor het vertrek van de patiënt. Bij het gesprek moet liefst ook een familielid aanwezig zijn.  
-Laat tijdens het ontslaggesprek in ieder geval aan de orde komen:  
- Hoe het verblijf in de instelling door de patiënt is ervaren;  
- De leefregels en de medicatie die voor thuis worden meegegeven.  
   
Geef daarover zorgvuldige uitleg en ga na of de patiënt vragen heeft of problemen voorziet bij de toepassing van de leefregels en het gebruik van de medicijnen. Probeer daarvoor samen met de patiënt en familie oplossingen te bedenken.  
Wanneer de patiënt thuis begeleiding nodig heeft (bijv. 1e lijnszorg), tref daarvoor dan maatregelen en leg de nodige contacten in het bijzijn van de patiënt en diens familie.  
Spreek met patiënt en familie het tijdstip af waarop de patiënt wordt verwacht voor controles. Maak duidelijk bij welke verschijnselen of klachten het verstandig is om contact op te nemen met de behandelend arts.  
Bij het ontslag van de patiënt is het belangrijk dat je samen met de patiënt en zijn familie de opnameperiode bespreekt en het ziekteverloop.  
Misschien heeft de patiënt en/ of familie nog iets te vertellen of zijn er vragen of onduidelijkheden. Ook bij dit gesprek is het aan te raden om als het nodig is een tolk in te schakelen. Het heeft niet altijd zin om schriftelijke informatie mee te geven voor thuis, want niet alle informatie is in de eigen taal van de patiënt beschikbaar.  
Je kunt wel vragen of de patiënt en/ of zijn familie aantekeningen willen maken en dan kun je aan het eind van het gesprek terug vragen wat ze opgeschreven hebben en/ of dat ze dat ook werkelijk begrijpen.  
Als de patiënt niet of nauwelijks kan lezen is het beter om tijdens het gesprek na te gaan hoe de patiënt denkt om te gaan met zijn medicatie en/ of leefregels.  

Dit kun je bijv. doen door het stellen van open vragen, zoals;  
-De arts heeft u medicijnen voorgeschreven, kunt u mij vertellen welke medicijnen dat zijn?  
-Waar dienen deze medicijnen voor?  
-Kunt u mij uitleggen hoe en wanneer u deze thuis moet innemen.  

Bezoek.  
Allochtone patiënten krijgen altijd veel bezoek. Dot wordt door verpleegkundigen en mede patiënten vaak ervaren als overlast. Een veel gehoorde klacht is dan ook; ze komen met vele tegelijk, zijn luidruchtig en negeren vaak de ziekenhuisregels.  
Het weg sturen van familieleden kan al snel worden opgevat als discriminatie. Je kunt dan veel beter de familie apart nemen en uitleg geven over de gezondheidstoestand van de patiënt en de afdelingsgewoonte. Je kunt de familie voorstellen om in groepjes de patiënt te bezoeken en elkaar dan af te wisselen.  
Wanneer mede patiënten vinden dat er teveel bezoek is, dan is het beter de contactpersoon van de patiënt aan te spreken dan de patiënt zelf en het liefst buiten de kamer, zodat andere personen zich er niet mee kunnen bemoeien. Op deze manier laat je de patiënt en de contactpersoon in hun waarde.  
Soms is het beter om een oudere collega dit te laten doen dan een jongere collega.  

Standaard verpleegplan van een allochtone patiënt.  
Problemen Doelstellingen Evaluatie Verpleegkundige acties.
Is onbekend met verloop opname. Kan verwoorden wat het doel van de opname is.  
 
Dag van opname.  
  
  
  
 
-Geef de patiënt/ familie info over:  
-doel van de opname.  
- Evt. behandeling c.q onderzoeken (zn. arts inschakelen).  
- Ga na of de patiënt bovenstaande info heeft begrepen.   
-Maak gebruik van folders in de gesproken taal.  
- Schakel zonodig een tolk in.  
 
Opnamegesprek geeft problemen. Opnamegesprek verloopt zonder problemen. Dag van opname. - Ga na of de volgende onderwerpen behandeld zijn/ geen problemen geven en ga na of de persoonsgegevens kloppen.  
-Hygiëne & uiterlijke verzorging.  
-Medicatie.  
-Taal.  
-Religie.  
-Voeding/ dieet.  
 
De patiënt heeft angst m.b.t. de opname. - De patiënt kan angst verwoorden.  
- Is minder angstig
Opname. Probeer na te gaan waar de patiënt angstig voor is en speel hierop in.  
 
Er is sprake van een taalbarrière.  Taalbarrière geeft geen problemen. Dagelijks. - Laat familie eenvoudige dingen vertalen.  
- Laat een collega verpleegkundige vertalen.  
- Schakel zn. een tolk in.  
- Communiceer in een andere taal, bijv. Engels.  

Verpleegkundige tips:  
-Gebruik geen vaktaal.  
-Maak korte zinnen.  
-Geen typisch Ned. Uitdrukkingen.  
-Maak gebruik van foto’s, video e.d.  
-Verdeel wat je moet vertellen in kleine stukjes.  
-Controleer de patiënt of hij/ zij het begrepen heeft, door hem vragen te stellen.  
Schrijf belangrijke dingen op.

De patiënt heeft problemen met het voedingspatroon. De patiënt heeft geen problemen met het voedingspatroon Dagelijks. - Biedt een speciaal keuze menu aan (bijv. een islam menu).  
- Biedt de mogelijkheid dat familie eten meeneemt.  
- Houdt rekening met “rituele” reinheid voor het eten, geef hier ook de tijd voor.  
- Toon respect voor elkaars voedingsgewoonten/ voorschriften.  
- Houdt er rekening mee dat islamieten met hun re- hand eten. Li- hand maakt onrein.
Er wordt geen rekening gehouden met de bezoektijden Aan de bezoektijden wordt gehouden. Dagelijks. - Eerste contactpersoon apart nemen en afspraken maken omtrent bezoektijden.  
- Info geven waarom ze aan deze bezoektijden moeten houden/    
  afdelingsgewoonten bespreken.  
- Afspraken maken, bijv. in groepjes op bezoek gaan.
Het verschil in cultuur/ geloof geeft problemen. Een verschil in cultuur/ geloof geeft geen problemen. Dagelijks. - Mogelijkheid bieden tot kerkbezoek/bidden.  
- Respect tonen voor elkaars geloof/cultuur en houdt rekening met elkaars waarden en normen.   
- Rekening houden met “rituele” reinheid.  
- Afspraken maken wat wel/ niet mogelijk is m.b.t. cultuur/ leefregels.
De allochtone patiënt is nvoorbereid op ontslag. -De patiënt is bekend met ontslag.  
-De patiënt kan leefregels verwoorden.  
-De patiënt heeft alle afspraken.
1 à 2 dgn. voor ontslag. Zorg voor:  
- Evt. een tolk/ familie  inschakelen.  
-Info over ontslagdatum/ tijd.  
-Afspraakkaart controle specialist.  
-Info over medicijnen.  
-Inlichten transmuraal steunpunt t.b.v. recept d.d.  
-Voorbericht ontslag.  
-Info over leefregels.  
-Z.n. inschakelen transferverpleegkundige d.d.   
-Z.n. overdracht schrijven: tehuis/ afdeling. d.d.   
-Overige disciplines inschakelen.