Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
Hoe werken tabletten voor
mensen met type 2 diabetes?
Mensen met type 2 diabetes slikken vaak
tabletten om hun bloedglucosegehalte goed onder controle te houden. Dit
worden ook wel orale middelen genoemd (oraal = door de mond ingenomen,
red.).
Bij sommige mensen volstaat één
type tabletten, andere mensen slikken verschillende middelen. Recentelijk
zijn er enkele nieuwe orale middelen geïntroduceerd (waarvan de merknamen
NovoNorm en Avandia zijn) en in de loop van het jaar volgen waarschijnlijk
nog twee andere middelen
(Starlix en Actos). Bloedsuiker<10
zet de bestaande en de nieuwe middelen voor u op een rij en beschrijft
de werking en bijwerkingen.
Hoe werken tabletten voor mensen met type
2 diabetes?
Type 2 diabetes mellitus is een ziektebeeld,
dat er heel wisselend uit kan zien. Dat wil zeggen dat alle mensen met
deze aandoening weliswaar kampen met te hoge bloedglucosegehaltes, maar
dat de achterliggende oorzaken en de bijkomende klachten aanzienlijk kunnen
verschillen. Zo kan het zijn dat de alvleesklier in de loop der jaren minder
insuline is gaan produceren. Geeft de alvleesklier minder insuline af dan
worden de bloedglucoses te hoog. Maar het kan ook voorkomen dat de weefsels
van iemand met type 2 diabetes minder gevoelig zijn voor insuline, hetgeen
ook wel insulineresistentie wordt genoemd. De alvleesklier produceert dan
in eerste instantie nog wel voldoende insuline, maar deze insuline kan
minder goed zijn werk doen. Zodra de aanmaak van insuline dan maar een
klein beetje minder wordt, ontstaat diabetes. In de praktijk komen beide
oorzaken vaak gelijktijdig voor, iemand produceert dan enerzijds te weinig
insuline en is anderzijds minder gevoelig voor insuline
Epidemie van type 2 diabetes
Het aantal mensen met type 2 diabetes
neemt hand over hand toe. Momenteel zijn er in Nederland meer dan 370.000
mensen met diabetes mellitus, waarvan ruim 315.000 mensen type 2 hebben.
Recente schattingen door onderzoekers uit Amsterdam gaven aan dat er jaarlijks
zo'n 60.000 mensen met diabetes bij komen! Daarnaast verwacht men dat er
een evengroot aantal mensen rondloopt met type 2 diabetes - en dus verhoogde
bloedglucosespiegels, die hun schadelijke werk kunnen doen - zonder dit
te weten. Dr. Cees Tack, internist in het Radboud Ziekenhuis te Nijmegen,
zegt: 'Type 2 diabetes begint epidemiologische vormen aan te nemen. Dit
zie je vooral in maatschappijen waarin de mensen overgaan van een meer
traditionele naar Westerse leefstijl. We spreken ook wel over de “McDonaldisatie”
van de maatschappij. Het nuttigen van drie maaltijden per dag wordt steeds
vaker vervangen door meerdere eetmomenten per dag op willekeurige tijdstippen.
Bovendien eet men dan vaker voedsel, dat eigenlijk te veel calorieën
bevat. Daarbij komt dat men minder beweegt. Deze factoren verhogen de kans
op het krijgen van type 2 diabetes.
Risicofactoren
Type 2 diabetes kent een aantal duidelijke
risicofactoren. Tack: 'Op de eerste plaats is het erfelijk. Bijvoorbeeld
heeft één van je ouders of een broer of zus type 2 diabetes,
dan heb je zelf ook een verhoogde kans om het te krijgen. Daarnaast is
overgewicht een belangrijke risicofactor. Hoe zwaarder iemand is, des te
minder gevoelig wordt hij of zij voor insuline. Ook bewegen is essentieel.
Hoe meer je beweegt, des te gevoeliger is je lichaam voor insuline. Weinig
bewegen is dus ook een risicofactor. Let wel: het is niet zo dat iedereen
die te zwaar is en te weinig beweegt type 2 diabetes krijgt. Ook niet iedereen
die rookt krijgt longkanker. Maar we weten dat de hedendaagse jeugd over
het algemeen minder beweegt en meer eet, vooral meer snacks gebruikt. Dan
kun je voorspellen dat velen van hen op oudere leeftijd type 2 diabetes
krijgen.
Progressieve ziekte
'Type 2 diabetes is een aandoening, die
gelukkig goed te behandelen is', gaat Tack verder. 'Maar het is wel een
progressieve ziekte. Dat wil zeggen dat het in de loop van de jaren verergert.
Hierop moet de medicatie tijdig worden afgestemd. Het kan zijn dat in de
eerste jaren na de diagnose één type tablet voldoet om de
bloedglucose goed te reguleren, maar dat de behandeling na verloop van
tijd wellicht aangevuld moet worden met een ander middel. Gemiddeld duurt
het zo'n acht à tien jaar voordat mensen uiteindelijk overgaan op
het spuiten van insuline.'
Insulinesecretie bevorderen
Er zijn vier groepen orale middelen voor
de behandeling van type 2 diabetes. De eerste groep zijn medicamenten die
de afgifte van insuline door de alvleesklier bevorderen. Een aantal van
deze middelen behoort tot de groep van de sulfonylureum-derivaten (SU-preparaten).
Zij stammen al van vlak na de tweede wereldoorlog.
Ze dragen merknamen als Rastinon, Daonil,
Amaryl en Diamicron.
Deze middelen stimuleren speciale receptoren
(vangarmpjes) op de buitenkant van de beta-cellen van de alvleesklier die
insuline produceren. Op deze wijze bevorderen ze de afgifte van insuline.
Er zijn twee nieuwe middelen, die de afgifte
van insuline stimuleren. Het medicament NovoNorm valt in deze categorie,
evenals het middel Starlix, dat later dit jaar op de markt komt. NovoNorm
is al op de markt, maar wordt nog niet geheel vergoed. Dit wil zeggen dat
artsen het middel wel kunnen voorschrijven, maar dat de mensen een eigen
bijdrage moeten betalen (oftewel het middel nog gedeeltelijk zelf moeten
betalen). NovoNorm en Starlix stimuleren via een iets ander deel van de
'vangarmpjes' de alvleesklier om insuline te produceren.
Minder uitputting
NovoNorm en Starlix onderscheiden zich
van de oude, bekende SU-preparaten in werkingsduur. Zij werken sneller
en zijn ook sneller uitgewerkt. Daarom worden ze vlak voor iedere maaltijd
ingenomen, dat wil zeggen: eet je een maaltijd dan neem je een tablet.
Eet je geen maaltijd dan neem je geen tablet. Tack: 'Aan deze versnelde
werking worden voordelen toegeschreven.
Zo geeft de snellere werking de gebruiker
meer vrijheid. Iemand kan bijvoorbeeld beslissen om niet te eten en dus
ook geen tablet te nemen,
of om later te eten en dan ook de tablet
later te nemen. Dit lijkt een aantrekkelijk principe, zeker voor mensen
die proberen af te vallen, of die een variërend leven leiden.
Maar mensen met type 2 diabetes zijn vaak
ouder en het is de vraag of zij behoefte hebben aan deze vrijheid.'
Recent onderzoek in Duitsland laat zien
dat er wel degelijk behoefte is aan deze toegenomen flexibiliteit (red.).
'Dan is er nog een ander voordeel te noemen',
gaat Tack verder. 'De oude SU-preperaten werken lang door.
Dit verhoogt de kans op een hypoglycemie
(te lage bloedglucose) later op de dag of in de nacht. Men eet dan namelijk
niet meer, terwijl het effect van de tabletten nog wel doorwerkt. Zijn
de tabletten sneller uitgewerkt, zoals bij NovoNorm of Starlix het geval
is, dan is er veel minder kans op een hypo. Daarnaast veronderstelt men
dat de nieuwe preparaten de alvleesklier minder snel uitputten en daardoor
de progressieve ontwikkeling van diabetes type 2 niet onnodig versnellen.
Ze werken immers alleen dan wanneer nodig. De toekomst zal nog moeten uitwijzen
of deze voordelen in de praktijk ook zo uitpakken.'
Metformine
Van de tweede groep van orale middelen
is metformine (merknaam: Glucophage) het bekendst. Metformine remt de overmatige
afgifte van glucose door de lever. Hierdoor daalt de bloedglucose en neemt
de insulinegevoeligheid toe. Omdat metformine de glucoseafgifte remt van
de lever bestaat er geen verhoogde kans op een hypo. De insulineafgifte
wordt immers niet gestimuleerd. Tack: 'Metformine is vaak de eerste keus
voor mensen met overgewicht, die een oraal middel nodig hebben. Het heeft
een gunstig effect op de regulatie van de diabetes en vermindert de kans
op complicaties, zoals aangetoond in het UKPDS* onderzoek. Studies hebben
uitgewezen dat zelfs hartfalen minder voorkomt bij mensen die metformine
gebruiken.
'Helaas ervaart tien tot vijftien procent
van de mensen bijwerkingen als een vieze smaak in de mond, en - met name
- diarree, waardoor ze met metformine moeten staken. Daarnaast schrijven
we het middel niet voor aan mensen met slecht functionerende nieren of
lever, of aan mensen met hartproblemen.'
Acarbose
De derde groep orale middelen vertraagt
de opname van glucose uit de darmen. Het enige middel dat op de markt is
in Nederland, is bekend onder de merknaam Glucobay (stofnaam Acarbose).
Dit middel remt een aantal enzymen, die koolhydraten afbreken in de darmen.
Daardoor worden de koolhydraten die we eten minder snel afgebroken, komt
er minder snel glucose vrij en wordt de glucose ook minder snel in het
bloed opgenomen. Tack: 'In Nijmegen wordt dit middel vrijwel niet gebruikt.
Op de eerste plaats omdat we het weinig effectief vinden en op de tweede
plaats omdat het vervelende bijwerkingen heeft. Het veroorzaakt bijvoorbeeld
gisting en dus gasvorming in de dikke darm en diarree.'
Insuline sensitizers
De vierde groep is een nieuwe klasse van
middelen, de zogenaamde thiazolidinediones (kortweg: TZD's). In Nederland
is momenteel alleen Avandia geïntroduceerd en wordt Actos binnenkort
verwacht. Ze worden ook wel insuline sensitizers genoemd omdat ze de insulineresistentie,
de ongevoeligheid van de weefsels voor insuline, verminderen. De TZD's
zorgen ervoor, dat via een ingewikkeld werkingsmechanisme vetten sneller
naar de vetcellen getransporteerd worden. Tegelijkertijd wordt de gevoeligheid
voor insuline verbeterd. Tack: 'Het is bewezen dat TZD's de gevoeligheid
voor insuline verbeteren en men veronderstelt dat dit komt doordat het
vet sneller uit het bloed wordt getransporteerd. Het lichaam kan daardoor
meer en sneller glucose verbranden. De TZD's zijn in hun werking ongeveer
even effectief als metformine, maar het werkingsmechanisme is geheel anders.
'Het belangrijkste winstpunt van deze
nieuwe groep orale middelen is dat ze in combinatie gebruikt kunnen worden
met middelen uit andere groepen, niet alleen met de medicijnen die de insulineafgifte
stimuleren, maar ook met metformine. Dit is gunstig omdat veel mensen met
type 2 diabetes na verloop van tijd meerdere middelen nodig hebben om hun
bloedglucose-gehalte te reguleren en binnen één groep kun
je niet combineren.'
De klassieke combinatie is die van een
SU-preparaat met metformine. Nu zijn er veel meer mogelijkheden voor combinaties,
bijvoorbeeld TZD's met metformine, of TZD's met SU-preparaten (en zelfs
de combinatie van 3 tabletten: SU-preparaat, plus metformine, plus TZD's.
(Het wordt er alleen door de veelheid aan mogelijkheden niet gemakkelijker
op, red.). Daarnaast biedt het een uitkomst voor mensen die een middel
uit een andere groep niet verdragen. In Nederland zijn de TZD's (nog) niet
geregistreerd voor gebruik alléén, maar mogen ze alleen gebruikt
worden in combinatie met een ander middel, dat wil zeggen een SU-preparaat
of metformine. Voor mensen die echt geen middel uit een andere groep verdragen,
bestaat er voor de arts de mogelijkheid het middel toch voor te schrijven
door middel van een artsenverklaring.'
Bijwerkingen TZD's
Over de bijwerkingen van de TZD's bestaan
nog onduidelijkheden. Voorlopers van de middelen die nu in Nederland zijn
geregistreerd, veroorzaakten eerder in de Verenigde Staten leverproblemen
onder een kleine groep van de gebruikers. De huidige middelen hebben deze
bijwerking gelukkig niet. Tack: 'Je kunt ervan uitgaan dat de nieuwe TZD's
veilig zijn. Maar om het zekere voor het onzekere te nemen worden TZD's
niet voorgeschreven aan mensen die leverfunctiestoornissen hebben. Daarnaast
worden de leverfuncties van mensen die TZD's gebruiken regelmatig gecontroleerd.'
Een andere bijwerking is dat de mensen die TZD's gebruiken, dikwijls een
paar kilo aankomen. Tack: 'De gewichtstoename
die je ziet bij mensen die TZD's krijgen, wordt veroorzaakt door de versnelde
opname van vet. Een voordeel is dat het zogenaamde gunstige vet toeneemt.
Dit is het subcutane vet, ook wel perenvet of onderhuidsvet genoemd. Het
ongunstige vet, het vet in de buik, neemt zelfs iets af. Overigens van
bijna alle orale middelen en ook van insuline worden mensen meestal iets
dikker, doordat de regulatie verbetert en de uitscheiding van glucose via
de urine afneemt. (Behalve bij metformine dat ook een geringe eetlust-remmende
werking heeft, red.). Daarnaast hebben sommige mensen die TZD's voorgeschreven
krijgen de neiging vocht vast te houden. De kans hierop is iets groter
in combinatie met insuline.
Meestal is dit niet zo erg behalve bij
mensen die hartproblemen hebben. Daarom worden TZD's niet voorgeschreven
aan mensen met hartfunctiestoornissen en nog niet in combinatie met insuline,
totdat er meer gegevens voorhanden zijn over de voor- en nadelen van combinatie
van TZD's met insuline.'
Met de nieuwe orale middelen is natuurlijk
nog niet zoveel ervaring als met de bestaande middelen. Ze zijn echter
een welkome aanvulling op de bestaande middelen en kunnen een bijdrage
leveren aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met type
2 diabetes. Tack: 'Tot slot wil ik benadrukken dat het naast een goede
regulatie van de bloedglucoses belangrijk is om het cholesterolgehalte
en de bloeddruk goed onder controle te houden. We weten inmiddels dat de
kans op het krijgen van complicaties afneemt als alle drie deze zaken goed
behandeld worden. Naast een regelmatige medische controle van deze zaken,
is het ook raadzaam overgewicht te voorkomen, voldoende te bewegen en niet
te roken.' |