Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
HACCP
Hazards Analysis Critical Control Points
(HACCP) staat voor synoniem voor voedselveiligheid. Het is een wereldwijde
herkenbare systematische en preventieve benadering die biologische, chemische
en fysische gevaren (hazards) aanpakt door preventie. HACCP focust zich
op de factoren die foodborne (in voedsel ontstaan) ziekten veroorzaken
en op onderzoek naar ecologie en karakteristieken van foodborne pathogenen.
HACCP is bovendien een gedocumenteerde en verifieerbare aanpak voor de
identificatie van gevaren, voorzorgsmaatregelen en kritieke controlepunten
en voor de uitvoering van een monitoringssysteem voor de beheersing (control)
van de gevaren.
Wanneer wij dit in eenvoudige bewoordingen
willen vertalen dan kunnen wij zeggen dat HACCP voedselveiligheid garandeert,
doordat alle processtappen (bijvoorbeeld koelen, verhitten, bewaren, snijden
enz.) tijdens de bereiding van grondstof tot eindprodukt onder controle
worden gebracht. Alle eventuele gevaren worden voorkomen danwei geminimaliseerd,
gedocumenteerd en gecontroleerd.
Hazard betekent het mogelijk optreden
van een onaanvaardbare contaminatie, een onaanvaardbare toename en/of een
onaanvaardbare overleving van micro-organismen met betrekking tot de veiligheid
en het bederf van levensmiddelen evenals de mogelijkheid op onaanvaardbare
produktie of blijvende aanwezigheid van microbiële metabolische producten
(toxines, enzymen, biogene amines) in het voedsel. Een hazard situeert
zich niet alleen op microbiologisch vlak, ook op chemisch en fysisch vlak
kan een levensmiddel een onaanvaardbaar risico inhouden voor de volksgezondheid
(4).
Identificatie van de hazards
Willen wij in de keuken voedselveilige
levensmiddelen bereiden en opdienen, dan is het van belang eerst twee vragen
te beantwoorden namelijk:
1. Welke hazards leveren de meeste foodborne
ziekten op?
Door deze vraag te beantwoorden wordt
de 'risk" bepaald. De risk (risico) is de ingeschatte kans (waarschijnlijkheid)
dat een welbepaalde hazard (gevaar) zich zal voordoen.
2. Hoe ernstig zijn deze vaak voorkomende
hazards?
Hier wordt de severity ofwel de ernst
of de omvang van een hazard nagegaan.
Deze vragen kunnen alleen beantwoord worden
uit eigen ervaringen, dus historische gegevens over voedselvergiftigingen
na te gaan, door informatie verzameld uit literatuur en uit zowel nationale
en internationale berichten, alsook door informatie in te winnen bij het
Bureau voor Openbare Gezondheidszorg en uw huisarts.
In tabel 1 wordt een overzicht gegeven
over alle hazards die in voeding kunnen voorkomen. Deze potentiële
gevaren worden onderverdeeld in drie groepen, namelijk in biologische,
chemische en fysische gevaren.
Tabel 1: De biologische, chemische en fysische
hazards
Biologische hazards
| Bacteriën |
Sporevormers (bijv.: Clostridium botulinum,
Bacillus cereus) |
|
Niet-sporevormers (bijv. Escherichia coli,
Salmonella typhimurium, Stafylococcus aureus) |
| Virussen |
Hepatitis-A en -E , Norwalk virusgroep |
| Parasitaire eencelligen |
|
| Wormen |
Ascaris lumbricoides, Taenia solium, Trichinella
spiralis |
Chemische hazards
| Natuurlijk voorkomende chemicaliën |
Mycotoxinen (bijv. Aflatoxinen), scombrotoxine,
ciguatoxine, paddestoelentoxine, schelpvis-toxine |
|
Pyrrolizidine alkaloïden |
|
Fytohemagglutinine |
|
Polychlorinated biphenyls |
| Toegevoegde chemicaliën |
Agrarische chemicaliën (bijv. Pesticiden,
kunstmest, groeihormonen, antibiotica) |
|
Giftige elementen en componenten (lood,
zink, kwik, cyanide) |
|
Voedseladditieven; kleurstoffen, conserveermiddelen) |
|
Secundair direct en indirect; bedrijfschemicaliën:
desinfectantia, reinigingsmiddelen, verf |
Fysische hazards
| Glas |
Flessen, stopflessen, lampen |
| Hout |
Gebouwen, keukengereedschappen |
| Stenen |
Veld, gebouwen |
| Isolatie |
Gebouw materiaal |
| Beenderen |
|
| Plastiek |
Bedrijfsverpakking, lading |
| Personeel |
Arbeidseffecten ; kettingen, ringen |
| Metaal |
Machines, draad, keukengereedschappen,
personeel |
Om te weten te komen welke hazards in onze
voeding kunnen voorkomen is het verder belangrijk na te gaan uit welke
voedingsstoffen de levensmiddelen bestaan.
Hebben wij te maken met vlees, vis, gevogelte,
eiproducten, melkproducten en groenten dan weten wij dat het eiwitrijke
en waterrijke levensmiddelen zijn. Bacteriën hebben eiwitrijke en
waterrijke producten nodig om zich te kunnen ontwikkelen en voedselvergiftiging
danwei voedselinfectie te kunnen veroorzaken. Hebben wij te doen met droge
(bijvoorbeeld brood,), gesuikerde (jam), gemarineerde producten (manja
op azijn), dan kunnen schimmels en gisten groeien.
Drie principes
Willen wij de groei van deze ziektekiemen
tegengaan, dan moeten wij met drie principes rekening houden, namelijk:
- De tijd-temperatuur relatie
- Het fifo-principe
- Good Manufacturing Practices.
- Er bestaat een tijd-temperatuur relatie
voor wat de ontwikkeling van micro-organismen betreft:
Hoe hoger de bewaartemperatuur van levensmiddelen,
hoe groter de kans op een voedselintoxicatie.
Tussen het temperatuursgebied van 5 °C
- 65 °C kunnen bacteriën zich snel ontwikkelen. Hoe langer levensmiddelen
binnen deze gevarenzone worden bewaard, hoe groter de kans op een voedselintoxicatie.
Zorg ervoor dat voedsel niet langer dan twee uren binnen deze gevarenzone
blijft.
In Suriname wordt op verscheidene manieren
gezondigd met deze regel. Zo is op verschillende verkooppunten te zien
dat melk en bevroren kip niet-gekoeld ter verkoop worden aangeboden. Ook
laten verscheidene personen thuis bevroren vlees op het aanrecht staan
voor ze naar het werk gaan. Terug thuis maken ze dan het eten klaar. In
beide gevallen zijn de levensmiddelen langer dan twee uren bewaard onder
ongunstige omstandigheden, waardoor er mogelijk gevaar ontstaat voor een
voedselvergiftiging.
-Koop geen bevroren kip die niet in een
goed functionerende diepvries koel gehouden wordt.
- Haal bevroren vlees uit de diepvries,
zet het in een bak in de koelkast, zodat het bij temperaturen tussen de
O - 4 °C ontdooit.
Let wel:
Controleer daarom de temperatuur van uw
koelkast en diepvries, deze moeten respectievelijk lager dan 4 °C en
-18 °C zijn.
- Het First-in-first-out (fifo) principe
houdt in dat producten die het eerst zijn aangekocht ook als eerste gegeten
moeten worden. Een goede methode is om de producten die pas zijn gekocht
meer naar achteren van de opslagkast te zetten en de producten die veel
eerder zijn gekocht meer op de voorgrond. Ook is het aan te raden om levensmiddelen
die diepbevroren worden van een datum te voorzien en te registreren, zodat
de eerder gekochte producten eerst worden gebruikt.
* Bij Good Manufacturing Practices (GMP)
komt het erop neer de besmettingsgraad zo laag mogelijk gehouden moet worden
om te voorkomen dat pathogenen voor infecties en intoxicaties kunnen zorgen.
Let wel: levensmiddelen zijn altijd al besmet met microorganismen. Een
goed GMP kan gerealiseerd worden door het respecteren van de elementaire
regels van persoonlijke en algemene hygiëne.
Bij persoonlijke hygiëne moeten onder
andere de volgende adviezen gegeven worden:
- Neem dagelijks een bad
- Haren goed bedekken, gebruik een haarnetje
tijdens de bereiding van eten
- Geen sieraden zoals ringen, armbanden
of horloges dragen tijdens het baden en tijdens de bereiding van voedsel.
- Was uw handen; voor u begint met werken,
na de pauze, nadat uw rauw vlees, vis, gevogelte enz. hebt aangeraakt,
- na gebruik van het toilet, na het haren
kammen, niezen, roken en
- regelmatig tijdens de bereiding van
voedsel.
- Gebruik geen handdoeken in de keuken
maar wegwerptowels Bij algemene hygiëne kan onder andere geadviseerd
worden
- Ledig uw vuilnisbakken regelmatig en
zorg voor goed afgesloten vuilnisbakken
Zorg voor een schone werkomgeving Voorkom
vochtige plekken in te keuken
Voorkom dat ongedierte (muizen en ratten)
en insecten (vliegen en kakkerlakken)
aan uw voedsel danwei afvalresten komen.
Voorkom huisdieren (honden, poezen, zangvogels
enz.) in uw keuken.
In tabel 1 blijkt dat bacteriën, virussen,
eencelligen en wormen voor foodborne ziekten kunnen zorgen. Foodborne ziekten
vloeien voort na het eten van een besmet levensmiddel. De besmetting vindt
in de keten van de voedselverwerking plaats, dus vanaf het landbouwveld,
bij het transport, in het voedselverwerkingsbedrijf, de groentewinkel,
het restaurant of thuis bij de consument.
Om het gevaar van een biologische hazard
tegen te gaan moeten vooral eiwitrijke en waterrijke producten door en
door verhit worden. Ook moeten deze levensmiddelen bewaard worden bij temperaturen
lager dan 4 °C danwei hoger dan 65 °C.
Een bacterie waarmee in de keuken rekening
moet worden gehouden is Salmonella enteritidis.
Deze bacterie infecteert de eierstokken
en de eileider van sommige hennen, waardoor het inwendige van het ei wordt
gecontamineerd voordat het gelegd wordt. De Food and Drugs Association
van de Verenigde Staten (VS) gelooft dat deze vorm van contaminatie verantwoordelijk
is voor de grote toename van Salmonella enteritidis infecties in de VS.
Van 1976 tot 1996 zijn de gevallen van Salmonella enteritidis met 680 procent
toegenomen in de VS.Ook in Groot-Brittannië is er sprake van een toename.
Werden in 1986 wel 4771 Britten ziek vanwege een Salmonella enteritidis
infectie, in 1996 was dit aantal opgelopen tot 18.296. Spiegelei moet daarom
aan beide zijden gebakken zijn en eieren moeten hard gekookt zijn.
Chemische Hazards
Chemische hazards worden onderverdeeld
in van nature voorkomende en toegevoegde chemicaliën (zie tabel 1).
Tal van schimmels zijn in staat giftige stoffen op levensmiddelen te produceren.
Deze giftige stoffen worden mycotoxinen genoemd (mycos = schimmel, toxine
= giftige stof) Een bekende groep mycotoxinen zijn de aflatoxinen, die
geproduceerd worden door schimmels van het geslacht Aspergillus. Aspergillus
flavus produceert aflatoxine B1 en B2, terwijl Aspergillus parasiticus
aflatoxine B1, B2, G1 en G2 produceert. Aflatoxinen worden veelal in pinda
en pindaproducten geproduceerd. Ook is bekend dat aflatoxinen kunnen voorkomen
in andere gewassen en producten onder andere in maïs, rijst, sorghum,
peulvruchten, cacao, specerijen (bijvoorbeeld nootmuskaat, paprikapoeder,
cayenne peper), vlees, melk en melkproducten, fruit en groenten (7, 11).
Aflatoxinen kunnen zowel chronische als acute toxiciteitseffecten tot gevolg
hebben. De ziekteverschijnselen zijn:
- Bloedingen van nieren, longen en ingewanden.
Dit geschiedt meestal bij acute toxiciteit.
- Kanker, waarbij in eerste instantie
de lever wordt aangetast en beschadigd .
Bij chronische toxiciteit worden er onder
andere hepatomen (kwaadaardige gezwellen aan de lever) en sarcomen (kwaadaardige
gezwellen aan de bindweefsels waaronder de spieren) gevormd. In de periode
1988 tot en met 1992 zijn tenminste 435 producten door het BOG afgekeurd
op grond van voornamelijk bederf. 69 keren (15,8 procent) was er sprake
van een schimmelcontaminatie. Van deze 69 keren betroffen 24 gevallen (34,8
procent) een pindaproduct en in 21 van deze producten werd een aflatoxine
geïdentificeerd (14).
De aanwezigheid van aflatoxinen in vooral
pindaprodukten (bijvoorbeeld: pindakaas, pindasoep, pindasambel, pindakoek)
is heel groot. Willen wij in de keuken rekening houden met aflatoxinen,
dan moeten wij de volgende maatregelen in acht nemen:
- Bewaar alle pindaproducten bij koelkasttemperaturen
en liefst hermetisch afgesloten. Schimmels hebben namelijk zuurstof nodig
om te ademhalen. Door deze producten ook droge producten als brood hermetisch
af te sluiten wordt de groei van schimmels geremd.
- Voorkom dat u elke dag een pindaproduct
nuttigt
- Voorkom dat u grote hoeveelheden pindaproducten
bewaart
- Nuttig geen beschimmeld brood door het
beschimmeld gedeelte te verwijderen. Wat u niet ziet, is dat het gehele
brood al beschimmeld is.
- Maak geen beschuit van beschimmeld brood.
Aflatoxinen zijn hittestabiel en gaan dus niet kapot bij verhitten.
Andere vormen van natuurlijk voorkomende
vergiften zijn onder andere tomatine in tomaten, en solanine in aardappelen.
Bij het consumeren van groene tomaten of aardappelen met groene delen kunnen
de volgende symptomen plaatsvinden; diarree, braken, misselijkheid en vooral
stoornissen van het maag-darmkanaal en het zenuwstelsel. Tomatine komt
voor in de groene delen van tomaten. Geconstateerd is dat de hoogste concentratie
tomatine in groene tomaten 500 maal groter is dan de laagste concentratie
in rijpe tomaten. Eet daarom geen groene tomaten.
Wanneer aardappelen in het licht liggen
tijdens de bewaring kunnen ze sneller groen verkleuren. De grootste concentratie
aan solanine zit in de aardappelenschil en het gehalte daarvan neemt toe
naarmate de aardappel te lang aan het licht wordt blootgesteld.Het beste
is om aardappelen te bewaren in een kartonnen doos of in een kist. De aardappelen
moeten niet in plastic zakken worden bewaard, daar ze snel uitlopen als
gevolg van broei. Bij consumptie van aardappelen moet daarom gekozen worden
voor aardappelen zonder uitlopers. Let wel de uitlopers en groene delen
kunnen uitgelepeld worden, waarna de aardappelen gebruikt kunnen worden.
- Ook toegevoegde chemicaliën in
levensmiddelen moet men kunnen identificeren. Een hiervan is tin.
Vele conserven in blik worden gemaakt van
tin. Het tinoppervlak bevat een beschermlaag van ijzer, tin en van staal.
Er zijn negatieve effecten van hoge tin-inname geregistreerd, zoals stoornissen
in het (glutahione) metabolisme, de nieren, het bloed en de beenderen.
Indien wij te doen hebben met een zure
levensmiddel (denk maar aan tomatenpuree) dat kan in de loop van de tijd
het tinblik corroderen, waardoor tin in oplossing gaat en waterstofgas
ontstaat. Door deze gasontwikkeling zal het blik gaan zwellen en bol gaan
staan. Er is dan sprake van een chemische bombage. De hoeveelheid tinconcentratie
wordt op den duur te hoog, waardoor bij het eten van deze conserven in
blik een tinvergiftiging ontstaat.
Het openen van zo' n blik is bovendien
niet aan te raden, omdat de inhoud er met een kracht uit zal spuiten. Vele
Surinaamse vrouwen kennen dit verschijnsel bij tomatenpuree. Deze vorm
van chemische hazards kan men identificeren door bij de aanschaf van conserveren
in blik zeer kritisch te zijn:
- Koop geen verroeste, beschadigde-, gedeukte
en gezwollen blikjeswaren
- Koop geen blikjeswaar waarvan de vervaldatum
verstreken is, onduidelijk is, danwei ontbreekt
- Als van een blikjeswaar slechts een
deel van de inhoud wordt gebruikt, bewaar de rest dan niet in het blik;
het metaal tast door blootstelling aan de lucht het voedsel aan.
- Doe restjes liever in een afgesloten
bakje in de koelkast en gebruik ze binnen twee dagen
- Vermijd ingeblikte levensmiddelen waarvan
de geur, kleur of smaak een verandering hebben ondergaan
- Koop geen ingeblikte levensmiddelen
die uit hun oorspronkelijke verpakking zijn gehaald. Het is namelijk gebleken
dat vervallen producten in plastic zakken worden gezet, waardoor de consument
niet meer kan nagaan dat het blik gezwollen of verroest was.
- Ga in de keuken altijd na als de binnenlaag
van het blik aangetast is. Is dat wel het geval, vermijd het product. |