| Methicilline-resistente
staphylococcus
aureus (mrsa) in bejaardeninstellingen |
|
|
Lees ook de weblog van ziekenverzorgende.nl op www.manindezorg.nl |
Methicilline-resistente
staphylococcus aureus (mrsa) in bejaardeninstellingen
Werkgroep mrsa in rvt, comités voor zhhygiëne West-Vlaanderen Inhoud
Inleiding
Vele mensen denken dat M.R.S.A. uitsluitend infecties veroorzaken bij patiënten die opgenomen zijn in een ziekenhuis (nosocomiale infecties). Deze indruk werd gewekt omdat de meeste belgische ziekenhuizen sinds een vijftal jaren actief naar M.R.S.A. zoeken bij hun patiënten, en deze stammen daadwerkelijk ook vinden. Ook is het waar dat M.R.S.A. zich betrekkelijk snel kan verspreiden in leefgemeenschappen (contact van mens tot mens is de meest gangbare overdracht), en dus zeker ook in ziekenhuizen en bejaardeninstellingen. De overdracht tussen bewoners gebeurt in de meeste gevallen via de handen van de zorgverleners. Ten onrechte denken vele mensen dat M.R.S.A. gevaarlijke bacteriën zijn. Algemeen gesproken zijn M.R.S.A. niet meer kwaadaardig ("virulent") dan andere staphylococcen aureus. De meeste patiënten die ermee besmet raken zijn er niet eens ziek van, en zijn dus alleen "gekoloniseerd". Ze kunnen echter dan wel de M.R.S.A. overdragen aan andere patiënten, en zelfs aan ziekenhuispersoneel, die op zijn beurt dan "drager" wordt. M.r.s.a. heeft in enkele ziekenhuizen ware epidemieën veroorzaakt die moeilijk te bestrijden zijn. Sinds 1990 is duidelijk gebleken dat de meest effectieve manier om het M.R.S.A. verspreiding in te dijken de preventie is van overdracht. Vanwege de prioriteit voor de volksgezondheid vaardigde de hoge gezondheidsraad van belgië in 1993 aanbevelingen uit naar alle belgische ziekenhuizen over hoe M.R.S.A. moet bestreden worden. De M.R.S.A. problematiek blijft echter niet beperkt tot ziekenhuizen. Rust- en verzorgingstehuizen, rustoorden en homes stellen zich steeds meer vragen over de gevolgen van M.R.S.A. epidemieën voor hun bewoners. Immers doet de situatie zich vaker voor dat bewoners naar de instelling terugkeren na een verblijf in het ziekenhuis waarbij zij besmet raakten met de M.R.S.A.. Er heerst grote onzekerheid over de maatregelen die nodig zijn om de verspreiding in de verzorgingsinstellingen tegen te gaan. Om deze reden weigert de directie zelfs soms de toegang tot de instelling tot de bewoner bewezen "M.R.S.A. vrij" is. Om de instellingen te helpen een rationeel en medisch verantwoord beleid in te voeren om M.R.S.A. verspreiding tegen te houden, stelde de regionale werkgroep "west-vlaamse comités voor ziekenhuishygiëne" in samenwerking met verantwoordelijken van enkele rvt’s deze tekst op. Het is een informatiebron voor wie zich verantwoordelijk voelt voor hygiëne en infectiepreventie in de eigen instelling. De werkgroep is er ook van overtuigd dat
dit initiatief mee kan helpen aan een goede communicatie tot stand te brengen
tussen verantwoordelijken voor hygiëne en infectiepreventie werkzaam
in ziekenhuizen, in instellingen voor langdurige verzorging en in rustoorden.
Maatregelen die de verspreiding van M.R.S.A.
in bejaardeninstellingen (rvt, rob, bejaarden- en gehandicaptenzorg) kunnen
tegengaan
Surveillance
U kan dan berekenen :
Verzorgingsrichtlijnen
Handschoenen
Beschermende kledij
Maskers
Isoleren van M.R.S.A. dragende bewoners
Onderhoud
Verzorgingsmaterialen en persoonlijk gerief
Linnen en afval afkomstig van een M.R.S.A.
dragende bewoner
Voor de persoonlijke kledij van de bewoner voldoet het gewoon wasproces. Eetgerief
Sociale contacten
Organisatorische richtlijnen
Het is nuttig M.R.S.A. dragers proberen M.R.S.A. vrij te maken M.r.s.a. dragende bewoners zijn het belangrijkste reservoir voor verdere overdracht. Een bewoner M.R.S.A. vrij maken is dus erg belangrijk ! Ga daarom als volgt te werk: Mrsa-drager in de neus: 3 maal per dag mupirocine-neuszalf (bactroban ®)in ieder neusgat gedurende 5 dagen enerzijds en wassen met een ontsmettende zeep op basis van chloorhexidine (hibiscrub ® ) of polividone-iodine (isobethadine ®) anderzijds. Mrsa-drager op de huid: wassen met een ontsmettende zeep op basis van chloorhexidine of polividone-iodine gedurende 5 dagen. Eventueel kunnen ook besmette wonden behandeld worden met een anti-staphylococcen huidzalf (fucidine, bacitracine,...). Mupirocine mag niet als eerste keuze fungeren voor wonden. Opvolgingsscreening van de mrsa-dragende bewoner Screening heeft als doel na te gaan of de bewoner nog mrsa-drager is na dekolonisatie enerzijds en of hij op andere plaatsen dan het oorspronkelijk besmet staal besmet is met mrsa anderzijds. Neem hiervoor een steriele natte wisser van de neus, de keel, eventuele wonden en van de oorspronkelijke besmette site (b.v. Urine) (oksel, lies, perineum en borstplooien zijn facultatief). Screenen gebeurt bij melding nieuwe mrsa-dragende bewoner. Screenen gebeurt ook na dekolonisatie en dit om de 2 à 3 dagen tot 3 opeenvolgende negatieve kulturen. Nooit screenen tijdens en tot 2 dagen na de mrsa-dekolonisatie. Nooit screenen tijdens en tot 2 dagen na het toedienen van antibiotica die actief zijn voor mrsa. Controle onderzoek en behandeling van personeel Microbiologisch onderzoek van personeel dat in contact is gekomen met M.R.S.A. dragers is overbodig, tenzij bij epidemische situaties. Chronische dragers van M.R.S.A. zijn onder het personeel zeer zeldzaam, maar kortstondig dragerschap komt wel vaker voor. Microbiologisch onderzoek naar M.R.S.A. bij personeelsleden is dus alleen nodig in epidemische situaties. Indien dan toch (herhaaldelijk) een chronische drager gevonden wordt, is de-kolonisatie met mupirocine (zie hoger) meestal doeltreffend. De werkactiviteit van dragers moet in afwachting niet worden beperkt. Personeel-bestaffing Beperk het aantal verschillende personen die M.R.S.A. dragers verzorgen. Hoe minder verschillende personen, hoe
lager het risico op overdracht, omdat M.R.S.A. voornamelijk via handen
van het personeel wordt overgebracht.
Epidemie
Als verschillende bewoners die nauw kontakt met elkaar hebben tesamen besmet zijn of raken met M.R.S.A., spreken we van een epidemie. Extra maatregelen zijn dan nodig : microbiologisch onderzoek van medebewoners en personeel, de-kolonisatie van de dragers, cohort-isolatie (= het samen verzorgen van M.R.S.A. dragende bewoners) en strikt toezicht op de situatie moet dan worden overwogen. Raadpleeg in geval van een epidemie een ziekenhuis-hygiënist (geneesheer of verpleegkundige) voor meer precieze informatie (bijlage 3). Informatieoverdracht betreffende M.R.S.A. dragerschap Andere instellingen moeten verwittigd worden als M.R.S.A. dragende bewoners ernaar worden overgebracht. Wanneer een M.R.S.A. dragende bewoner, of iemand die nauw kontakt had met M.R.S.A. dragers, naar een ziekenhuis wordt overgebracht, moeten de behandelende specialist en de verpleegkundige over zijn toestand geïnformeerd worden. Op die manier kunnen de nodige maatregelen preventief worden genomen (bijlage 4). Houding bij transfer van M.R.S.A. dragers uit- en naar het ziekenhuis Patiënten die nog steeds actief lijden aan een M.R.S.A. infektie (= symptomatisch ziek zijn), moeten in een ziekenhuis of geriatrische hospitalisatiedienst worden verzorgd. Patiënten die chronische drager zijn geworden, maar geen tekens van infektie meer vertonen, mogen zonder risico worden overgebracht naar een rvt. Dit standpunt vloeit voort uit de volgende gegevens: M.r.s.a. zijn niet meer virulent dan andere staphylococcen aureus, waarvan ook (vele) gezonde dragers bestaan. M.r.s.a. heeft in de voorbije tien jaar geen ernstige epidemiën in rvt’s veroorzaakt, ondanks het frequent voorkomen ervan in ziekenhuizen. Waarschijnlijk heeft dit alles te maken met het grote verschil in de onderliggende toestand van ziekenhuispatiënten en rvt bewoners. Het in isolatie verplegen van M.R.S.A. dragers wordt in ziekenhuizen voornamelijk uitgevoerd om de overdracht naar ernstig zieke en infektie- gevoelige patiënten te voorkomen. Het is momenteel niet geweten hoeveel bewoners in rvt’s reeds drager zouden zijn. Daarenboven is het zeker niet aangetoond dat isolatie van rvt bewoners (beter dan een goede basis hygiëne), de overdracht van M.R.S.A. naar andere bewoners zou verhinderen. Anderzijds is het nut van isolatie van M.R.S.A. dragers in het ziekenhuis zeker bewezen. Daarom is het zo belangrijk dat bij gekende M.R.S.A. dragers, die uit het rvt worden overgebracht naar het ziekenhuis, hun toestand kenbaar wordt gemaakt tijdens de transfer, om onmiddelijk een isolatie te kunnen starten bij de opname. Screening van bewoners door de verpleeginstelling na ontslag uit het ziekenhuis Microbiologisch onderzoek van bewoners die terugkeren uit ziekenhuizen waar M.R.S.A. infekties frekwent voorkomen kan erg nuttig zijn. Men vermoedt dat patiënten die het ziekenhuis verlaten M.R.S.A. kunnen binnenbrengen in een verpleeginstelling. Het kan daarom nuttig zijn om microbiologisch onderzoek (van de neus) naar M.R.S.A. uit te voeren bij al deze patiënten bij hun aankomst in de verpleeginstelling. Zo kunnen de nodige maatregelen tijdig worden genomen om verspreiding tegen te gaan. BRON:
Beheersing en preventie van de overdracht van de methicilline-resistente staphylococcus aureus in de belgische ziekenhuizen, aanbevelingen opgesteld door de groep ter opsporing, studie en preventie van infecties in de ziekenhuizen, december 1993. |